Strafrecht overig
Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 mei 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:4346 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 23 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2024-4346
Zaakgegevens
Op 23 mei 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Bergen op Zoom
- Datum uitspraak
- 23 mei 2024
- Datum publicatie
- 26 juni 2024
- Zaaknummer
- 0580246 \ MB VERZ 23-224
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4346
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 10580246 \ MB VERZ 23-224
CJIB-nummer : 2062 5422 5347 3193
uitspraakdatum : 23 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [naam] ([bedrijf])
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 38 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Rijksweg A59 te Fijnaart op 28 oktober 2022 om 18.07 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de meting onbetrouwbaar is en niet duidelijk is hoe de meting is uitgevoerd. Gemachtigde verwijst naar de verklaring van de verklaring van Loete, brigadier van politie, over het verrichten van een meting uit de losse hand. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat Loete heeft verklaard dat een meting over 300 meter met een lasergun niet kan worden uitgevoerd zonder het gebruik van een statief. Als er maar enige beweging is met de meting, dan wordt er niet juist gemeten. De verbalisant in deze zaak heeft de meting verricht met de lasergun op het voertuig. Omdat de verbalisant de bestuurder van het voertuig staande heeft gehouden, kan er geen gebruik gemaakt zijn van een statief. De verbalisant had anders niet adequaat de bestuurder van het voertuig kunnen staande houden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De meting heeft plaatsgevonden met een lasergun met een meetafstand van 500 meter. Er is niet uit de losse hand gemeten en de verbalisant is opgeleid om een goede meting uit te voeren. Daarnaast heeft de verbalisant de meting verricht op de voorgeschreven wijze en is overeenkomstig de geldende aanwijzing snelheidsoverschrijdingen uitgevoerd. Er is geen reden te twijfelen dat er sprake was van een risico van de meting vanwege de lange afstand. Ook is het geen vereiste om bij de meting het gebruik van een statief te vermelden in het zaakoverzicht.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat namens betrokkene is aangevoerd, dat de meting niet goed zou zijn uitgevoerd, geen aanleiding om te twijfelen aan de meting en de verklaring daarover van de verbalisant. Een laserapparaat geeft geen meetresultaat wanneer de afstand tot het te meten voertuig te groot of te klein is om tot een juiste meting te kunnen komen.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat namens betrokkene is aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid dit proces-verbaal mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
-
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
-
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: