Strafrecht overig
Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 juni 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:5442 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 7 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2024-5442
Zaakgegevens
Op 7 juni 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 7 juni 2024
- Datum publicatie
- 7 augustus 2024
- Zaaknummer
- 10930479 \ MB VERZ 24-162
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5442
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 10930479 \ MB VERZ 24-162
CJIB-nummer: 4062 5422 5353 4274
uitspraakdatum: 7 juni 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 juni 2024 Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen op de Oude Vest te Breda op 14 oktober 2022 om 15:11 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Gemachtigde stelt aan het laden en lossen te zijn geweest en voegt bij zijn beroepschrift een bijlage toe van de order. Gemachtigde stelt bij een bierbrouwerij te werken en een pakket naar de slijterij te hebben gebracht op het tijdstip waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat hij met een steekkarretje een doos ging leveren bij een slijterij. Het duurde vijf minuten om richting de slijterij te lopen en vijf minuten om terug naar het voertuig van betrokkene te lopen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaats heeft gevonden. Hierdoor was er geen sprake van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in- of uit laten stappen van personen. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van laden en lossen volgens jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden. Gemachtigde is bij de officier van justitie niet gewezen op het recht om gehoord te worden. Hierdoor moet de boete gematigd worden met 25% aangezien er sprake is geweest van schending van de hoorplicht.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij zijn de omstandigheden die betrokkene aanvoert van belang. De boete zal worden gematigd met 25%.
Schending hoorplicht
Gemachtigde heeft beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft gemachtigde niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Conclusie
Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Gelet op het bovenstaande zal de kantonrechter de boete matigen. De boete zal worden gematigd met twee keer 25%, de boete zal € 56,25 bedragen. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
-
wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 56,25 plus € 9,- administratiekosten;
-
draagt de officier van justitie op het bedrag van € 43,75 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.LC.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: