Strafrecht overig
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juli 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:5866 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2024-5866
Zaakgegevens
Op 30 juli 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Datum uitspraak
- 30 juli 2024
- Datum publicatie
- 23 augustus 2024
- Zaaknummer
- 10998017 _ MB VERZ 24-297
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5866
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10998017 \ MB VERZ 24-297
CJIB-nummer : 0062 5422 6146 9507
uitspraakdatum : 30 juli 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 juli 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 4 kilometer per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N65 Bosscheweg (ter hoogte van hectometerpaal 16.4 richting Den Bosch) te Berkel-Enschot (gemeente Tilburg) op 1 oktober 2023 om 05:31 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat zijn auto is gestolen sinds september 2023. Betrokkene stelt niet de bestuurder te zijn geweest, maar dhr. [naam]. De auto zou worden overgezet op diens naam, maar dat is niet gebeurd. Betrokkene stelt dat hij er alles aan heeft gedaan om ervoor te zorgen dat hij niet meer aansprakelijk is. Aan het beroepschrift heeft betrokkene meerdere bijlages met Whatsappgesprekken tussen hem en dhr. [naam] toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft op 3 februari 2024 aangifte gedaan, waardoor de zittingsvertegenwoordiger van mening is dat betrokkene pas laat in actie is gekomen. Uit de verklaring van betrokkene blijkt dat hij de auto vrijwillig heeft meegegeven en uit de stukken blijkt niet dat betrokkene gesprekken heeft gehad met het CJIB over de betaling. Betrokkene vraagt in de gesprekken met dhr. [naam] of hij de auto moet schorsen of er nog even mee moet wachten. De auto is pa op 8 januari 2024 geschorst. Betrokkene heeft ervoor gekozen om nog te wachten met het schorsen, waardoor dit voor eigen rekening en risico van betrokkene komt.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat wel is komen vast te staan dat de gedraging is verricht, maar dat de boete ten onrechte aan betrokkene is opgelegd. Daarbij is van belang dat betrokkene op 3 februari 2024 aangifte heeft gedaan bij de politie van de diefstal van voertuig in september 2023 en het voertuig op 8 januari 2024 heeft geschorst. Door de aangifte in combinatie met de Whatsappgesprekken heeft betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet de bestuurder was ten tijde van de gedraging én dat het voertuig tegen zijn wil in is gebruikt door een ander. Betrokkene heeft ook voldoende aannemelijk gemaakt dat hij dit redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen en dat hij zich dus kan beroepen op artikel 8 sub a Wahv. Dit betekent dat de boete ten onrechte aan hem is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
? verklaart het beroep gegrond;
? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 37,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: