Strafrecht overig

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 december 2024

Zaakgegevens

Op 5 december 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
5 december 2024
Datum publicatie
2 juli 2025
Zaaknummer
11188126 - MB VERZ 24-862
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:9639
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond, proceskostenvergoeding

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer.: 11188126 \ MB VERZ 24-862

CJIB-nummer: 2062 5422 5663 3826

uitspraakdatum: 5 december 2024

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 5 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Sint Janstraat 33 te Breda op 17 maart 2023 om 13:33 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene was onderweg naar het Hof van Hersbeek waar zijn dochter woont. Het Hof van Hersbeek is alleen te bereiken via de Sint Janstraat. De dochter van betrokkene maakt gebruik van een bezoekersregeling voor de [straat] en omgeving. Ten tijde van de vermeende gedraging is aan de betalingsverplichting voor parkeren voldaan.

Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd vaker op de pleeglocatie te hebben gereden maar geen boete te hebben ontvangen. Betrokkene was bezig met een verhuizing op het moment van constatering van de gedraging en was op de hoogte van het rijden door een voetgangersgebied. Volgens betrokkene mocht hij hier desondanks rijden vanwege de bezoekersregeling voor zijn dochter.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het is niet duidelijk waarom betrokkene niet eerder is geflitst en een boete opgelegd heeft gekregen nu betrokkene ter zitting heeft verklaard meerdere malen via de Sint Janstraat te hebben gereden. De bezoekersregeling staat los van het rijden door het voetgangersgebied en betrokkene had hiervoor een ontheffing aan moeten vragen bij de gemeente. De gedraging staat vast. De gedraging is geconstateerd om

13.33

uur, dit valt buiten de laad/lostijden. Het voetgangersgebied staat goed aangegeven evenals de tijden wanneer mag worden geladen en/of gelost. Een verkeerdeelnemer dient altijd goed op de geplaatste bebording te letten.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet en wist dat er sprake was van een voetgangersgebied. Het is een eigen verantwoordelijkheid de verkeersregels op te volgen.

De boete is in zoverre dus terecht opgelegd.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt in de veronderstelling te zijn geweest dat op de pleeglocatie gereden mocht worden vanwege de bezoekersontheffing. Betrokkene was aan het laden en/of lossen voor een verhuizing en heeft betaald om te parkeren. De boete zal worden gematigd tot € 80,-.

Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

? wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 80,-, plus € 9,- administratiekosten;

? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 80,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: