Strafrecht overig

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 december 2024

Zaakgegevens

Op 5 december 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
5 december 2024
Datum publicatie
2 juli 2025
Zaaknummer
11136115 - MB VERZ 24-700
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:9655
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond, proceskostenvergoeding

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer.: 11136115 \ MB VERZ 24-700

CJIB-nummer: 7062 5422 5404 6305

uitspraakdatum: 5 december 2024

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : mr. J. Piet

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 5 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Grote Markt 61 te Breda op 17 november 2022 om 18:26 uur.

Gemachtigde heeft geen (nadere) gronden ingediend bij de kantonrechter. Gemachtigde heeft enkel een machtiging overlegd. In het administratief beroep heeft betrokkene aangevoerd dat er ten onrechte is bekeurd. Over het te laat indienen van beroep stelt betrokkene dat Popronde Breda, de organisatie die het kenteken van betrokkene zou doorgeven om op de pleegdatum een ontheffing te regelen, bij het ontvangen van de boete had verklaard met de gemeente in contact te zullen treden over het seponeren van de boete en dat dit geregeld zou worden. Om deze reden heeft betrokkene zelf geen actie ondernomen. Popronde Breda heeft een lijst overlegd met kentekens van voertuigen waaruit blijkt dat er een ontheffing zou worden geregeld voor de auto van betrokkene, alsook een bericht dat meerdere boetes geseponeerd zijn. Betrokkene heeft, om aan te tonen dat zijn voertuig daadwerkelijk onderdeel was van het evenement, linkjes naar foto’s van het evenement toegevoegd.

Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat, omdat de samenwerking tussen de gemeente en de organisatie van Popronde Breda niet voorspoedig is gelopen, betrokkene een boete opgelegd heeft gekregen.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft onvoldoende onderbouwd dat Popronde Breda de ontheffing zou verzorgen en is zelf verantwoordelijk voor het hebben van een ontheffing. Ook het verweer dat Popronde Breda contact had opgenomen met de gemeente of het CVOM over de boetes is niet voldoende met stukken onderbouwd.

De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat betrokkene niet is gehoord of hierop is gewezen door de officier van justitie.

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep bij de officier van justitie

De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.

De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.

Vaststelling van de gedraging

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet betwist.

De boete is in zoverre dus terecht opgelegd.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen, gelet op de aangevoerde omstandigheden. De boete zal worden gematigd tot nihil.

Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:

beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50

zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50

totaal € 875,00

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;

? verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in € 0,-;

? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

? veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 875,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: