Strafrecht overig

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond en proceskostenvergoeding

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 december 2024

Zaakgegevens

Op 5 december 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
5 december 2024
Datum publicatie
2 juli 2025
Zaaknummer
11024823 - MB VERZ 24-430
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:9656
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond en proceskostenvergoeding

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 11024823 \ MB VERZ 24-430

CJIB-nummer : 2062 5422 5044 0011

uitspraakdatum : 5 december 2024

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 5 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder of passagier geen goedgekeurde, goedpassende/deugdelijk bevestigde helm dragen op de Kapittelweg te Breda op 25 juni 2022 om 16:31 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het is niet verplicht om een helm te dragen, wanneer het voertuig ook voorzien is van een veiligheidsgordel en deze wel gebruikt wordt. Het voertuig van betrokkene valt, volgens het RDW, onder voertuigcategorie L7e. Dit is een driewielig motorvoertuig. Bij een quad als driewielig motorvoertuig is een helm ook verplicht, tenzij deze goedgekeurde veiligheidsgordels heeft. Zoals betrokkene reeds tijdens zijn staandehouding heeft verklaard, droeg hij een veiligheidsgordel. Gemachtigde stelt dat het zaakoverzicht niet op ambtseed is opgesteld en niet is ondertekend, dus hier geen bijzondere bewijskracht aan toe kan komen. Tot slot verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.

Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd primair te verzoeken de beschikking te vernietigen en subsidiair het sanctiebedrag te matigen met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit het zaakoverzicht blijkt onvoldoende dat betrokkene geen gordel heeft gedragen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat onvoldoende is gebleken dat betrokkene zich niet aan de geldende regels heeft gehouden om met het voertuig te rijden. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.

Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen.

De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:

administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 624,- = € 312,00

beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50

zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50

totaal € 1.187,00

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gegrond;

? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,00 dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

? veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.187,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: