Strafrecht overig

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 januari 2025

Zaakgegevens

Op 17 januari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Tilburg
Datum uitspraak
17 januari 2025
Datum publicatie
27 februari 2025
Zaaknummer
10917404 \ MB VERZ 24-121
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:1104
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Tilburg

zaaknummer : 10917404 \ MB VERZ 24-121

CJIB-nummer : 6062 5422 5260 2166

uitspraakdatum : 17 januari 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene] N.V.

adres : [adres]

woonplaats : [plaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 17 januari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) Achter de Heuvel te Tilburg op 25 september 2022 om 00:53 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene is als uitvoerder werkzaam bij Enexis Tilburg en hij is hoofdzakelijk aan het werk in het kernwinkelgebied van Tilburg. Betrokkene is momenteel werkzaam bij een project in de [straat 1] en aan de [straat 2]. Om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren heeft betrokkene namens Enexis een ontheffing. Daarnaast staat betrokkene zijn kenteken [kenteken] bij de Gemeente Tilburg geregistreerd. Betrokkene zet zijn auto regelmatig op de plek neer, omdat hij daar het verkeer het minst stoort en omdat er naast deze plek een trafostation en opslag voor materialen staat. Ten tijde van de vermeende gedraging was betrokkene op locatie om te controleren of bepaalde lichtmasten daar in de buurt nog brandden aangezien een dag eerder er kabelwerkzaamheden zijn uitgevoerd ter hoogte van de [straat 2]. Betrokkene had op dat moment zijn ontheffing op het dashboard achter zijn raam liggen. Gemachtigde stelt dat de boete is opgelegd wegens een van de gedragingen uit het RVV of de WVW waarvan betrokkene is ontheven, de rechtsgrond voor het opleggen van een sanctie vervalt dan ook. Daarnaast is het zaakoverzicht niet op ambtseed opgesteld en niet ondertekend, hierdoor kan er geen bijzondere bewijskracht aan toekomen. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat hij zich afvraagt of de verbalisant wel heeft gekeken of er een ontheffing achter de voorruit lag.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft voldoende aangetoond dat hij in het bezit was van een ontheffing.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bevoegd was om op de betreffende locatie te parkeren. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:

administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50

beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

totaal € 1.230,50

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gegrond;

? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

? veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50;

? verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: