Strafrecht overig
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 februari 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:2126 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 21 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2025-2126
Zaakgegevens
Op 21 februari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 21 februari 2025
- Datum publicatie
- 11 april 2025
- Zaaknummer
- 11219012 MB VERZ 24-583
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:2126
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11219012 \ MB VERZ 24-583
CJIB-nummer : 4062 5422 6251 6940
uitspraakdatum : 21 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring: bord C 8 bijlage I RVV 1990 op de Rijksweg N57 te Burgh-Haamstede op 17 december 2023 om 12:42 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat hij geen bord C8 is gepasseerd. Daarnaast is het vanaf 2021 verplicht om op landbouwvoertuigen een kentekenplaat te voeren. Hierdoor mogen landbouwvoertuigen 40 kilometer per uur rijden. Bord C 8 en C 9 beschrijven dat deze weg gesloten is voor voertuigen die niet sneller kunnen of mogen rijden dan 25 kilometer per uur. Er is geen andere mogelijkheid voor betrokkene om bij klanten op Schouwen-Duiveland te komen. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij vroeger via een parallelweg op Schouwen-Duiveland kwam, maar dat Rijkswaterstaat daar nu slagbomen heeft geplaatst. Betrokkene stelt dat de situatie onwerkbaar is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode R555 met als omschrijving “Handelen in strijd met een geslotenverklaring voor langzame motorvoertuigen: bord C 8 van bijlage I RVV 1990”. Uit het dossier en de stellingen van betrokkene is gebleken dat deze feitcode niet juist is.
Overwegingen
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode R555 met als omschrijving “Handelen in strijd met een geslotenverklaring voor langzame motorvoertuigen: bord C 8 van bijlage I RVV 1990”. Uit het dossier en de stellingen van betrokkene is gebleken dat deze feitcode niet juist is. De verbalisant had feitcode R556 moeten gebruiken met als omschrijving “Handelen in strijd met een geslotenverklaring: bord C 9 van bijlage I RVV 1990”.
Voor betrokkene was niet voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
? verklaart het beroep gegrond;
? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: