Strafrecht overig
Ongegrond: beroep tegen bestuurlijke boete, ongegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 maart 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:3175 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 11 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2025-3175
Zaakgegevens
Op 11 maart 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 11 maart 2025
- Datum publicatie
- 23 mei 2025
- Zaaknummer
- 11326897 \ MB VERZ 24-1315
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3175
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ongegrond: beroep tegen bestuurlijke boete, ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11326897 \ MB VERZ 24-1315
beschikkingsnummer: 20042413244060552500
uitspraakdatum: 11 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep inzake een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde: [gemachtigde]
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een bestuurlijke boete (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college). Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dat besluit is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 maart 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). De gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: buiten de door het college aangewezen gebieden en bestemde voorzieningen een (brom-)fiets plaatsen of parkeren op 20 april 2024 om 13:24 uur op de Nieuwe Prinsenkade te Breda.
De gemachtigde was de bestuurder van de scooter. Hij heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Hij kon zijn huuractie niet beëindigen op een andere locatie via de app. Hierover had hij contact opgenomen met de klantenservice, waarbij hij 45 minuten moest wachten. Intussen is hij naar de pleeglocatie gereden, waarbij de app aangaf dat het beëindigen wel mogelijk was. Om die reden heeft hij daar geparkeerd.
Ter zitting heeft hij hieraan toegevoegd dat hij bij de haven zijn huuractie wilde beëindigen en dat dit niet lukte via de app, terwijl er om hem heen meerdere scooters van [betrokkene] stonden. Hij kon de scooter ook niet laten staan omdat anderen dan op zijn kosten zouden kunnen gaan rijden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Ondanks dat de app van [betrokkene] aangaf dat het op die locatie toegestaan was om de scooter te parkeren, geldt het Besluit fietshandhaving samen met de Algemene Plaatselijke Verordening, waaruit volgt dat alleen op de daarvoor bestemde plaatsen of voorzieningen binnen de zone geparkeerd mag worden. Dit wordt ook aangeduid met zoneborden. De app van [betrokkene] kan niet exact zien of betrokkene zich op zo’n daarvoor bestemde plek bevindt.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De scooter is geparkeerd op een plaats waar dit op grond van de gemeentelijke regelgeving over het parkeren van fietsen en bromfietsen niet is toegestaan. Betrokkene ontkent dit feitelijk ook niet, maar beroept zich op de app van [betrokkene]. Maar de plaatselijke regelgeving is doorslaggevend en niet de app van [betrokkene]. Aan het begin van de zone staan borden over het parkeerverbod. Betrokkene had dan ook anders kunnen en moeten handelen.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De app van [betrokkene] is slechts een hulpmiddel voor de verhuur van scooters. Dat betrokkene op de app heeft vertrouwd en daardoor is bekeurd, is vervelend, maar dient voor eigen rekening en risico te komen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: