Strafrecht overig

Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 februari 2025

Zaakgegevens

Op 17 februari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
17 februari 2025
Datum publicatie
23 mei 2025
Zaaknummer
11163341 MB VERZ 24-781
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:3190
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 11163341 \ MB VERZ 24-781

CJIB-nummer : 2062 5422 5584 2693

uitspraakdatum : 17 februari 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 17 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen op de Karnemelkstraat te Breda op 8 februari 2023 om 17:26 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete onterecht is opgelegd. Betrokkene is onlangs verhuisd naar een appartement in de Karnemelkstraat, dicht bij de pleeglocatie. Op deze pleeglocatie is een laad- en losplaats. Betrokkene heeft op de pleegdatum een loungebank naar binnen gebracht, wat voor haar niet te doen is als ze haar voertuig verder moest parkeren. Dan zou betrokkene ongeveer 15 minuten door het centrum met een loungebank moeten lopen. Het voertuig heeft er maximaal 10 minuten onbemand gestaan, vanwege het dragen naar de lift. Toen betrokkene haar voordeur uitliep, zag ze de verbalisant nog staan, maar voordat betrokkene iets kon zeggen reed de verbalisant alweer weg. Betrokkene heeft direct de gemeente gebeld, waardoor er een aantekening is gemaakt. Als bewoner van de Karnemelkstraat moet het mogelijk zijn om zware spullen te laden en lossen. Tevens staat geen tijd aangegeven waarin het laden en lossen moet gebeuren.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit het zaakoverzicht en de foto’s blijkt dat geen sprake is van laden en lossen, aangezien geen sprake is van een voortdurende activiteit. De zittingsvertegenwoordiger verwijst hiervoor naar ECLI:NL:GHAR:2017:11076.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Onder laden en lossen moet volgens vaste rechtspraak worden verstaan: het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring in- en uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Daarbij moet het gaan om goederen van enige omvang of enig gewicht (ECLI:NL:HR:1999:AA2760) die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht (ECLI:NL:HR:1975:AJ4297).

De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van betrokkene. Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een laad- en losactiviteit van een groot voorwerp, die op dat moment op geen andere wijze plaats kon vinden. Daarbij hoort dat zij een korte tijd weg is geweest van het voertuig om de bank binnen te brengen. Nu zij de verbalisant nog zag staan toen ze terug kwam, is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een te lange onderbreking, maar is nog sprake van bij voortduring in- en uitladen.

Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.

Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gegrond;

? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: