Strafrecht overig

Gegrond, beroep tegen bestuurlijke boete, gegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 maart 2025

Zaakgegevens

Op 11 maart 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
11 maart 2025
Datum publicatie
23 mei 2025
Zaaknummer
10909883 \ MB VERZ  24-99
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:3195
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gegrond, beroep tegen bestuurlijke boete, gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 10909883 \ MB VERZ 24-99

beschikkingsnummer : 29112309395440614200

uitspraakdatum : 11 maart 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep inzake een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college). Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dat besluit is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 11 maart 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: hinder veroorzaken, door een stof op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten op 29 november 2023 om 09:39 uur op de [straat] te Brabantpark.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het afval niet van hem was, aangezien hij pas sinds augustus 2021 huurder is van het appartement. Als bewijsstuk heeft betrokkene hiervan een kopie van Wonen Breburg aan het beroepschrift toegevoegd. Ook zijn foto’s toegevoegd waaruit blijkt dat de woning helemaal leeg is opgeleverd. De gevonden poststukken zijn gericht aan de vorige bewoners van dat adres en niet aan betrokkene persoonlijk. Betrokkene verwijst naar jurisprudentie.

Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het een raadsel is hoe de gevonden poststukken daar terecht zijn gekomen. Daarbij zijn meerdere scenario’s mogelijk. Betrokkene weet niet hoe en door wie de poststukken zijn gedumpt.

De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat volgens de Basisregistratie Personen de oude bewoners stonden ingeschreven tot oktober en november 2021. Tot die tijd is al hun post naar dat adres gegaan. Betrokkene heeft aangegeven dat hij de woning leeg opgeleverd heeft gekregen. Dat betekent dat al het afval in 2021 afgevoerd zou moeten zijn, waardoor het niet mogelijk is dat er nog in 2023 gedumpt werd.

Overwegingen

Uit de foto’s in het dossier blijkt dat sprake was van het dumpen van afval. De kantonrechter is echter van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat betrokkene degene is die deze overtreding heeft begaan. De aangetroffen poststukken zijn slechts naar het adres van betrokkene te herleiden, niet naar betrokkene persoonlijk. Daarnaast dateert het poststuk van 2020, terwijl betrokkene pas in 2021 op dit adres is gaan wonen en hij heeft aangetoond dat de woning destijds leeg is opgeleverd. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel.

Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.

Het beroep is daarom gegrond. De beslissing van het college zal worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door het college worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gegrond;

? vernietigt het bestreden besluit en het besluit waarbij de boete is opgelegd;

? draagt het college op het bedrag van € 410,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: