Strafrecht overig
Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 februari 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:3200 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 17 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2025-3200
Zaakgegevens
Op 17 februari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 17 februari 2025
- Datum publicatie
- 23 mei 2025
- Zaaknummer
- 11282262 MB VERZ 24-1157
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:3200
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11282262 \ MB VERZ 24-1157
CJIB-nummer: 8062 5422 5850 9586
uitspraakdatum: 17 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen, samen met zijn schoonzoon [naam]. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: Parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde op de Biesboschweg te Drimmelen op 3 juni 2023 om 16:29 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat hij na een lange periode van thuiszitten in verband met corona eindelijk een reis kon maken van een tegoedbon die hij kreeg van zijn kinderen. Het betrof een parkeerterrein waar volop bussen en auto’s staan en waar door de drukke bezetting amper plek is om de toegestroomde massa voor dit uitstapje te laten parkeren. Betrokkene is 78 jaar oud en zeer beperkt mobiel, waardoor hij genoodzaakt is gebruik te maken van een parkeerplaats dicht bij het uitstapje. Er zijn veel te weinig parkeerplaatsen en het opleggen van veel boetes is een melkkoe voor de gemeente. Een bon van € 119,- staat niet in verhouding, gelet op zijn AOW en kleine pensioen. Betrokkene weet dat hij fout zit, wil geen uitzonderingspositie, maar wil gezien de omstandigheden vragen om vermindering van het boetebedrag.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het ging om een bootreis, dat de openbare parkeerplaats was afgesloten en dat de gehandicaptenparkeerplaatsen bezet waren.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gelet op de foto’s kan de gedraging en deugdelijkheid van de bebording worden vastgesteld. Betrokkene gaf aan dat het lastig was om te parkeren en beschikt over een gehandicaptenparkeerkaart, maar desondanks is het niet toegestaan om daar te parkeren. Toch ziet de zittingsvertegenwoordiger aanleiding om te verzoeken de boete te matigen tot € 30,-.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Hoewel betrokkene fout heeft gehandeld, heeft de kantonrechter begrip voor de door betrokkene gemaakte keuze. Daarbij is van belang dat betrokkene in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart en dat het om een locatie gaat waar vaker parkeerproblemen voorkomen, zodat de kantonrechter er niet aan twijfelt dat er op dat moment geen andere plek beschikbaar was om te parkeren. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
? verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
? wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: