Strafrecht overig

: Ongegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 februari 2025

Zaakgegevens

Op 17 februari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
17 februari 2025
Datum publicatie
23 mei 2025
Zaaknummer
11282408 MB VERZ 24-1167
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:3223
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

: Ongegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 11282408 \ MB VERZ 24-1167

CJIB-nummer : 1062 5422 5918 9148

uitspraakdatum : 17 februari 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 17 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Oude Vest) te Breda op 28 juni 2023 om 09:27 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat er wegwerkzaamheden waren die zorgden voor de nodige spanning en verwarring, aangezien zij niet bekend is met de pleeglocatie en het navigatiesysteem aangaf dat zij rechtdoor kon rijden. Ook was het weer slecht, met harde regenval, wat het zicht ernstig belemmerde. Betrokkene wil, hoewel wordt beweerd dat de bebording aanwezig was op de pleeglocatie, benadrukken dat ze niet door had dat het een weg betrof die alleen bestemd was voor taxi’s en bussen. Daarom keerde zij onmiddellijk om, met als doel verdere overtreding en gevaarlijke situaties te voorkomen. Daarom heeft betrokkene ook twee boetes gekregen. Betrokkene geeft aan dat het een ongelukkige fout was en dat ze hoopt dat de intentie om direct te corrigeren voldoende blijkt. Betrokkene hoopt op begrip.

Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat ze net het voertuig had gekocht en een miskraam achter de rug had. Daarnaast had betrokkene een bruiloft binnen twee weken en zat ze met een te grote jurk, waardoor ze zenuwachtig was. Betrokkene was laat door de werkzaamheden en had het zelf niet gezien.

De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat er een minuut zit tussen beide boetes. De eerste boete dient volgens de zittingsvertegenwoordiger in stand te blijven, aangezien sprake was van deugdelijke bebording. Juist in de periode dat er werkzaamheden waren bij de pleeglocatie, zijn de borden naar voren gehaald. De tweede boete dient gematigd te worden tot nihil.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt door betrokkene ook niet betwist.

Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 1 juni 2023 en 4 juli 2023, waaruit blijkt dat de bebording en herhalingsborden duidelijk zichtbaar waren. Een weggebruiker dient hier te allen tijde gevolg aan te geven, aangezien een navigatiesysteem slechts een hulpmiddel betreft.

De boete is dus terecht opgelegd.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.

Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: