Strafrecht overig

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2025

Zaakgegevens

Op 20 februari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Bergen op Zoom
Datum uitspraak
20 februari 2025
Datum publicatie
2 juli 2025
Zaaknummer
10989381 - MB VERZ 24-192
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:4148
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond, proceskostenvergoeding

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Bergen op Zoom

zaaknummer.: 10989381 \ MB VERZ 24-192

CJIB-nummer: 1062 5422 5526 5570

uitspraakdatum: 20 februari 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [naam 1]

adres : [adres]

woonplaats : [woonadres]

hierna: betrokkene

gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 20 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). [naam 2] is namens Appjection B.V. verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op de Dorpsstraat te Halsteren op 16 januari 2023 om 09.28 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Vanwege heftige buikkrampen kon betrokkene bijna niet lopen en heeft zij haar voertuig dicht bij het Kruidvat geparkeerd om pijnstillers te kopen. Dit heeft misschien zes minuten geduurd. Toen betrokkene weer bij haar voertuig kwam, had de verbalisant de boete al uitgeschreven. Omdat er nergens anders plek was heeft betrokkene op de gehandicaptenparkeerplaats geparkeerd.

Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal heeft verklaard vijf minuten te hebben gewacht voordat een boete is uitgeschreven en daarna betrokkene heeft gesproken. De boete is buiten proportioneel. De redelijke termijn is geschonden.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft na het uitschrijven van de boete aan betrokkene de mogelijkheid aangegeven om in beroep te gaan. De verbalisant zag op dat moment geen reden om aan te geven dat de boete onterecht was opgelegd. Betrokkene had een parkeerplaats moeten zoeken voor het parkeren van haar voertuig. De gedraging staat voldoende vast.

De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet betwist door betrokkene. De aangevoerde omstandigheden zijn niet van zo’n noodzakelijke aard dat zonder (geldige) gehandicaptenparkeerkaart geparkeerd mocht worden op een gehandicaptenparkeerplaats.

De boete is dus terecht opgelegd.

Overschrijding redelijke termijn

Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.

In dit geval is de boete opgelegd op 31 januari 2023 en is de redelijke termijn dus met bijna drie weken overschreden.

Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369).

Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter, te weten:

beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

totaal € 907,00

Beslissing

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

  • wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 232,50, plus € 9,- administratiekosten;

  • draagt de officier van justitie op het bedrag van € 77,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

  • veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025.

Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

  1. de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

  2. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending: