Strafrecht overig

Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 juni 2025

Zaakgegevens

Op 13 juni 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
13 juni 2025
Datum publicatie
9 juli 2025
Zaaknummer
11366563 MB VERZ 24-1448
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:4314
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer.: 11366563 \ MB VERZ 24-1448

CJIB-nummer: 7062 5422 6163 3276

uitspraakdatum: 13 juni 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres 1]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 13 juni 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op [adres 2] op 4 oktober 2023 om 13:42 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd gereden te hebben zoals de verkeersregelaar hem heeft gestuurd.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op de flitsfoto is het bord duidelijk te zien waaruit blijkt dat daar niet gereden mag worden. Ook is er op 3 oktober 2023 geschouwd en is niets vermeld over werkzaamheden. Het is aan betrokkene zelf om zijn standpunt (met stukken) te onderbouwen. Hetgeen is aangevoerd is daarvoor onvoldoende.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Vaststaat dat betrokkene heeft gereden waar dat niet mocht. Bovendien blijkt duidelijk dat betrokkene bekend is in Breda.

De boete is dus terecht opgelegd.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd, ondanks dat het summier is, wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de kantonrechter niet twijfelt aan de onduidelijke situatie in het centrum van Breda die is ontstaan door alle werkzaamheden. Mede van belang is dat het lastig is voor betrokkene om te onderbouwen dat de verkeersregelaar hem de betreffende route heeft gewezen. De boete zal worden gematigd tot de helft.

Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 80,- plus € 9,- administratiekosten;

‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 80,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: