Strafrecht overig

Ongegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 januari 2025

Zaakgegevens

Op 3 januari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
3 januari 2025
Datum publicatie
13 februari 2025
Zaaknummer
11056334 MB VERZ 24-288 e.v.
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:767
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ongegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

zaaknummer : 11056334 \ MB VERZ 24-288

CJIB-nummer : 9062 5422 5581 1522

zaaknummer : 11056476 \ MB VERZ 24-295

CJIB-nummer : 8062 5422 5581 1544

zaaknummer : 11029926 \ MB VERZ 24-255

CJIB-nummer : 5062 5422 5581 0871

zaaknummer : 10881985 \ MB VERZ 24-38

CJIB-nummer : 0062 5422 5581 2217

zaaknummer : 11056414 \ MB VERZ 24-292

CJIB-nummer : 3062 5422 5581 2421

zaaknummer : 11054550 \ 24-285

CJIB-nummer : 6062 5422 5581 2337

zaaknummer : 11056449 \ MB VERZ 24-293

CJIB-nummer : 6062 5422 5581 1940

zaaknummer : 10871585 \ MB VERZ 24-23

CJIB-nummer : 0062 5422 5581 2014

zaaknummer : 11056486 \ MB VERZ 24-296

CJIB-nummer : 2062 5422 5581 1416

zaaknummer : 11054519 \ MB VERZ 24-283

CJIB-nummer : 4062 5422 5581 1423

zaaknummer : 11056400 \ MB VERZ 24-291

CJIB-nummer : 9062 5422 5583 6834

zaaknummer : 11054537 \ MB VERZ 24-284

CJIB-nummer : 4062 5422 5583 7025

zaaknummer : 11056463 \ MB VERZ 24-294

CJIB-nummer : 2062 5422 5583 9742

zaaknummer : 11054565 \ MB VERZ 24-286

CJIB-nummer : 4062 5422 5586 5851

zaaknummer : 10881937 \ MB VERZ 24-37

CJIB-nummer : 0062 5422 5586 7146

zaaknummer : 10881740 \ MB VERZ 24-32

CJIB-nummer : 0062 5422 5590 3282

zaaknummer : 11161685 \ MB VERZ 24-485

CJIB-nummer : 3062 5422 5590 6049

zaaknummer : 11090006 \ MB VERZ 24-361

CJIB-nummer : 3062 5422 5596 9154

zaaknummer : 10881766 \ MB VERZ 24-33

CJIB-nummer : 0062 5422 5595 8945

zaaknummer : 10881797 \ MB VERZ 24-34

CJIB-nummer : 0062 5422 5599 5471

uitspraakdatum : 3 januari 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroepen op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene] B.V.

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene zijn een aantal administratieve sancties (hierna: boetes) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroepen ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beroepen ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaken zijn behandeld op de zitting van 3 januari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de N289 op de Oude Rijksweg te Krabbendijke. Voor de pleegdatum en -tijd wordt verwezen naar de dossiers.

Gemachtigde heeft ter zitting aangevoerd dat de eerdere beroepsgronden komen te vervallen en dat voor alle zaken alleen de beroepsgrond dat de hoorplicht is geschonden in stand blijft. Gemachtigde geeft daarbij aan dat het gaat om de situatie na oktober 2023 en dat door het hof geen rechtsgevolg is verbonden aan de schending, terwijl er een belofte was dat de situatie zou worden verbeterd. Gemachtigde verwijst daarbij naar uitspraken ECLI:NL:GHARL:2024:5796 en ECLI:NL:GHARL:2024:6317 daterend van 11 september 2024 en 14 oktober 2024. Hieruit volgt een overweging dat voor de situaties vanaf oktober 2023 wel een rechtsgevolg kan worden verbonden aan de schending van de hoorplicht. Om die reden stelt gemachtigde zich op het standpunt dat als dit niet wordt nagekomen, de mogelijkheid wordt geboden om nooit meer te horen. Voorts voorziet gemachtigde dat het hof hier een rechtsgevolg aan gaat verbinden, aangezien het aflopen van de termijn geen reden is om af te zien van de hoorplicht.

Gelet op het voorgaande heeft het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger enkel betrekking op de beroepsgrond over de schending van de hoorplicht. Daarover heeft de zittingsvertegenwoordiger het volgende aangevoerd. In zaken waarbij deze beroepsgrond wordt aangevoerd, wordt een schriftelijke ronde geboden met de gelegenheid om nadere gronden in te dienen. Uit uitspraak ECLI:NL:GHARL:2021:6448 volgt dat als nieuwe stukken zijn toegevoegd aan gemachtigde opnieuw de gelegenheid moet worden geboden om te worden gehoord. Als dat niet gebeurt, dan dient de beslissing van de officier van justitie vernietigd te worden en zijn hier verder geen gevolgen aan verbonden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt de kantonrechter deze lijn die uit de uitspraak voortvloeit te volgen. Tevens heeft de zittingsvertegenwoordiger ter zitting een uitspraak van de rechtbank Rotterdam en de rechtbank Amsterdam overhandigd, waarbij het gaat om dezelfde situatie en de kantonrechter hetzelfde heeft besloten.

Verder heeft de zittingsvertegenwoordiger ten aanzien van het beleidskader ter zake van nieuwe boetes voor dezelfde gedraging en pleeglocatie nog voordat de eerste boete is ontvangen, aangevoerd dat dat alleen van toepassing is bij de digitale handhaving van de geslotenverklaring en niet van toepassing is bij snelheidsovertredingen. Bij verschillende uiteenlopende tijdstippen bestaat de mogelijkheid om het gedrag aan te passen en is telkens opnieuw de beslissing genomen de gedraging te verrichten.

Gemachtigde heeft verder aangevoerd dat de jurisprudentie die door gemachtigde zijn aangehaald zeer recent zijn. De uitspraken van het hof zijn meer algemeen, waaruit volgt dat het anders kan zijn bij zaken na 1 oktober 2023, ook als een betrokkene wordt bijgestaan door een gemachtigde.

De zittingsvertegenwoordiger heeft hierover aangevoerd dat daar een andere situatie van toepassing is.

Gemachtigde wijst erop dat deze uitspraak van het hof betrekking heeft op alle beslissingen na oktober 2023. Of het daarbij gaat om overschrijding van de wettelijke beslistermijn en ingebrekestelling waardoor is afgezien van horen maakt volgens gemachtigde in principe niet uit. Het zou anders betekenen dat de ingebrekestelling in het nadeel werkt, omdat een justitiabele daarmee het recht gehoord te worden verbeurt.

Overwegingen

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in de dossiers - met name uit de foto’s van de gedraging - voldoende blijkt dat de gedragingen waarvoor boetes zijn opgelegd, zijn verricht.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boetes te matigen.

De boetes zijn dus terecht opgelegd.

Schending hoorplicht

De kantonrechter verenigt zich met de genomen beslissing in de uitspraak van rechtbank Rotterdam met zaaknummer 11099030 en overweegt voor alle zaken als volgt.

De officier van justitie heeft door de ingediende ingebrekestellingen nagelaten, alvorens beslissing te nemen, hoorzittingen te plannen. Daardoor heeft de officier van justitie betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.

Het beroep tegen de beslissingen van de officier van justitie zijn in zoverre om die reden gegrond.

Proceskostenvergoeding

De kantonrechter verwijst naar uitspraak ECLI:NL:GHARL:2020:3336 waaruit volgt dat een aanspraak kan worden gemaakt op een proceskostenvergoeding als betrokkene inhoudelijk in het gelijk is gesteld. Dat is het geval als de inleidende beschikking – waarbij de boete is opgelegd – is vernietigd of gewijzigd op de punt van de hoogte van de boete, de omschrijving van de gedraging of de feitcode. Als de beslissing op beroep van officier van justitie wordt vernietigd, maar de boetebeschikking niet wordt vernietigd of gewijzigd op één van deze punten, wordt het verzoek om een proceskostenvergoeding in beginsel afgewezen.

De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om in dit geval een proceskostenvergoeding toe te kennen, zodat het verzoek daartoe wordt afgewezen.

De beroepen tegen de inleidende beschikkingen worden daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissingen van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissingen;

  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikkingen ongegrond;

  • wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.E. Lorello-Willeboordse, en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2025.

Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

  1. de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

  2. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending: