Strafrecht overig

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 september 2025

Zaakgegevens

Op 4 september 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Bergen op Zoom
Datum uitspraak
4 september 2025
Datum publicatie
31 december 2025
Zaaknummer
11291379 \ MB VERZ 24-673
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:9432
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Bergen op Zoom

zaaknummer: 11291379 \ MB VERZ 24-673

CJIB-nummer: [cjib-nummer]

uitspraakdatum: 4 september 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [naam]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 4 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft op de Marconilaan te Bergen op Zoom op 23 mei 2023 om 08.40 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Er stond geen agent of verkeersregelaar op de locatie om het verkeer veilig om te leiden. Betrokkene kon niet rechtdoor rijden en daarom heeft betrokkene in volste overtuiging de veiligste route gekozen om zijn weg te kunnen vervolgen.

Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat een paar weken eerder een bus tegen een trein was gereden en dat het lang heeft geduurd voordat de doorgang weer vrij was. Betrokkene dacht dat er nu weer zo’n zelfde soort situatie aan de hand was en heeft daarom deze keuze gemaakt.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene stond voorgesorteerd om rechtdoor of rechts af te gaan. Een van deze twee rijrichtingen dient dan te worden gevolgd. Als betrokkene niet rechtdoor had kunnen rijden dan had gekozen moeten worden om rechtsaf te slaan.

De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet betwist door betrokkene.

Betrokkene heeft ervoor gekozen niet de verplichte rijrichting te volgen. Dit is niet toegestaan. De boete is dus terecht opgelegd.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de kantonrechter in dit specifieke geval begrip heeft voor de keuze van betrokkene, ondanks dat er geen sprake is van een noodtoestand. Dit betekent niet dat betrokkene in het vervolg de rijrichting niet hoeft te volgen. De boete zal worden gematigd tot nihil.

Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

? wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;

? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 289,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: