Strafrecht overig
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 december 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:9537 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2025-9537
Zaakgegevens
Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Bergen op Zoom
- Datum uitspraak
- 4 december 2025
- Datum publicatie
- 8 januari 2026
- Zaaknummer
- 11432191 MB VERZ 24-941
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9537
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11432191 \ MB VERZ 24-941
CJIB-nummer : 8062 5422 6491 4246
uitspraakdatum : 4 december 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. van der Teen (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken op de N285 te Zevenbergen op 9 maart 2024 om 20.41 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft immers een scootmobiel en geen brommobiel.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene bestuurde een scootmobiel, die valt onder de categorie gehandicaptenvoertuigen. Om die reden is het voor betrokkene toegestaan om op de rijbaan te rijden. De boete is dus ten onrechte opgelegd.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene de bestuurder was van een scootmobiel en niet van een bromfiets. Het is voor de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig toegestaan om op de rijbaan te rijden. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
? verklaart het beroep gegrond;
? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 129,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: