Strafrecht overig

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 september 2025

Zaakgegevens

Op 17 september 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
17 september 2025
Datum publicatie
9 januari 2026
Zaaknummer
11199790 \ MB VERZ  24-893
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:9615
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 11199790 \ MB VERZ 24-893

CJIB-nummer : [CJIB-nummer]

uitspraakdatum : 17 september 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene] B.V.

adres : [adres]

woonplaats : [plaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : mr. F.J. Woud (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 17 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. F. Hashimi (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Veemarktstraat [huisnr] te Breda op 10 maart 2023 om 15:01 uur.

Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene is in het bezit van een ontheffing van het RVV in het kader van zijn of haar werkzaamheden, welke zichtbaar achter de voorruit was geplaatst. Gemachtigde heeft bewijsstukken zoals een aankoopbevestiging en jaarontheffing toegevoegd aan het beroepschrift. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.

Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De ontheffing van betrokkene was niet geldig voor het voetgangersgebied en de bussluis bij de Houtmarkt. Nu de pleeglocatie in een voetgangersgebied valt kon er dus geen gebruik worden gemaakt van de ontheffing. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat op de ontheffing niet duidelijk staat aangegeven voor welke gebieden de ontheffing niet geldt De kantonrechter gaat er vanuit dat de ontheffing geldt voor het hele centrum van Breda met uitzondering van het gebied en de bussluis rondom de Houtmarkt. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:

administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50

beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

€ 1.230,50

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gegrond;

? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

? veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending: