Strafrecht overig
Beroep tegen verkeersboete, gedeeltelijk gegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:1893 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 3 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-1893
Zaakgegevens
Op 3 maart 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 3 maart 2026
- Datum publicatie
- 16 maart 2026
- Zaaknummer
- 11563878 MB VERZ 25-322
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1893
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep tegen verkeersboete, gedeeltelijk gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11563878 \ MB VERZ 25-322
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 3 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Keizerstraat te Breda op 13 november 2023 om 14:58 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat het aangewezen vak voor ontheffingshouders van MEZZ Breda zich bevindt op het trottoir, voorzien van een donkere tegel zonder duidelijke vak aanduiding. Betrokkene heeft niet volledig buiten, dan wel met alle vier wielen, in het vak gestaan. Vanwege een ander voertuig dat er niet hoorde te staan, stond betrokkene wel vooraan het vak. Dit was zo gesitueerd rond 09:00 uur toen de werkdag bij MEZZ Breda begon. De verbalisant verklaard verder zelf dat het voertuig een geldige ontheffing heeft en het dossier bevat een kopie van deze ontheffing.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij in de veronderstelling was binnen de grenzen van de ontheffing te hebben gehandeld. Verder is de eigen laad- en losruimte het enige wat deels gehinderd werd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit de ontheffing is niet af te leiden dat de ontheffing gold voor een ander gebied dan het parkeervak waar betrokkene deels in stond. Omdat betrokkene er grotendeels buiten stond, is de boete terecht opgelegd. Dat er een ander voertuig stond doet daar niets aan af. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Omstandigheden
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd en omdat de redelijke termijn is overschreden aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene zoveel mogelijk heeft geprobeerd binnen het vak te parkeren. De boete zal worden gematigd tot € 50.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
? verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
? wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 50, plus € 9,- administratiekosten;
? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 60, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
-
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
-
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: