Strafrecht overig
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond, proceskostenvergoeding.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 februari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:2807 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 10 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-2807
Zaakgegevens
Op 10 februari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 10 februari 2026
- Datum publicatie
- 10 april 2026
- Zaaknummer
- 11537004 MB VERZ 25-248
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2807
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond, proceskostenvergoeding.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11537004 \ MB VERZ 25-248
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 10 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] N.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.E.F. Heling (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [naam]. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig op een kruispunt laten stilstaan op de Nieuwe Prinsenkade te Breda op 3 september 2023 om 04.07 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de informatieplicht is geschonden. Gemachtigde beschikt namelijk niet over de op de zaak betrekking hebbende stukken, terwijl hij hier in het administratief beroepschrift en in de schriftelijke aanvulling om heeft verzocht. Ook is de hoorplicht geschonden.
Gemachtigde verzoekt om proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de verbalisant onterecht op kenteken heeft bekeurd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft in het zaakoverzicht verklaard dat hij door zijn taak in het horecaconcentratiegebied geen staandehouding heeft kunnen verrichten. Hieruit blijkt onvoldoende dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.
Overwegingen
Inhoudelijk
Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat zijn taak gericht was op het horecaconcentratiegebied. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit geen gegronde reden om van staandehouding af te zien. De boete is dan ook ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is voor de fase bij de kantonrechter de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing (ECLI:NL:HR:2025:985). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 666,- = € 333,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- = € 467,00
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- = € 467,00
€ 934,00
vermenigvuldigingsfactor x 0,25 = € 233,50
€ 566,50
Beslissing
De kantonrechter:
? verklaart het beroep gegrond;
? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,-, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
? veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 566,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: