Strafrecht overig

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 maart 2026

Zaakgegevens

Op 9 maart 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
9 maart 2026
Datum publicatie
30 april 2026
Zaaknummer
11810938 \ MB VERZ 25-539
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:3543
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

zaaknummer : 11810938 \ MB VERZ 25-539

CJIB-nummer : [cjib nummer]

uitspraakdatum : 9 maart 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene] N.V.

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen mr. I. Menalo. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 20 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Delingsdijk te Kerkwerve op 20 september 2024 om 13.16 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. In Zeeland is het niet altijd duidelijk op welke autowegen men 100 km/uur mag rijden en op welke wegen niet. Het dossier bevat geen ijkrapport, waaruit blijkt dat de opstelling daadwerkelijk juiste metingen verricht. Het zaakoverzicht is niet op ambtseed opgesteld, waardoor hier geen bijzonder bewijskracht aan kan toekomen. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er bestaat geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. Uit het dossier blijkt dat de verbalisant ter plekke fysiek aanwezig was. Hierdoor mag worden aangenomen dat de verbalisant de bebording heeft gecontroleerd.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.

Documenten zoals een ijkrapport behoeven in beginsel geen onderdeel uit te maken van het dossier. Dit is slechts anders indien er redelijkerwijs twijfel bestaat omtrent de aspecten waarop die informatie betrekking heeft. In het onderhavige geval zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om aan de juistheid van de in het dossier opgenomen gegevens te twijfelen. Er bestaat derhalve geen grond om nadere stukken, zoals een ijkrapport, bij het dossier te voegen.

Daarnaast wordt er volgens vaste rechtspraak bij incidentele controles van uitgegaan dat de verbalisant voorafgaand aan de controle de aanwezigheid van bebording controleert. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om daar in dit geval anders over te denken en verwerpt de stelling van betrokkene dat deugdelijke bebording ontbrak. De boete is dus terecht opgelegd.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep ongegrond;

  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.

Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

  1. de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

  2. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending: