Strafrecht overig
Gedeeltelijk gegrond. Beroep tegen verkeersboete: gedeeltelijk gegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5112 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 18 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-5112
Zaakgegevens
Op 18 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Datum uitspraak
- 18 mei 2026
- Datum publicatie
- 10 juni 2026
- Zaaknummer
- 11174380 \ MB VERZ 24-968
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5112
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gedeeltelijk gegrond. Beroep tegen verkeersboete: gedeeltelijk gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11174380 \ MB VERZ 24-968
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C3, eenrichtingsweg) op de [straat] te Tilburg op 31 oktober 2023 om 16:46 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat er op de pleeglocatie helemaal geen verkeerscamera’s zijn. Betrokkene woont namelijk bij de pleeglocatie.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de verkeerssituatie tussentijds is gewijzigd en op basis daarvan de verbalisant misschien een onjuiste constatering deed, terwijl betrokkene misschien direct had gekeerd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de beslissing van de officier van justitie te vernietigen, aangezien hierin gebrekkig is gemotiveerd dat de gedraging middels een camerasysteem is waargenomen, terwijl dat niet zo is en de verbalisant fysiek ter plaatse was. Inhoudelijk heeft de zittingsvertegenwoordiger verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. Er is geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Dat betrokkene mogelijk een vergissing heeft gemaakt is begrijpelijk, maar maakt niet dat de boete onterecht is opgelegd. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.
Overwegingen
Beslissing officier van justitie
De kantonrechter is het met de zittingsvertegenwoordiger eens en ziet aanleiding om de beslissing van de officier van justitie wegens een gebrekkige motvering te vernietigen.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit feitelijk ook niet. Een wijzigende verkeerssituatie maakt juist dat betrokkene alert moet zijn.
De boete is dus terecht opgelegd.
Omstandigheden
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een verwarrende situatie en redelijke termijn is overschreden. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
-
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in
€ 80,-, plus € 9,- administratiekosten;
- draagt de officier van justitie op het bedrag van € 80,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: