Strafrecht overig
18 maanden gevangenisstraf voor gewelddadige beroving krantenbezorger en andere feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 april 2019
ECLI:NL:RBZWB:2019:1308 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 1 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2019-1308
Zaakgegevens
Op 1 april 2019 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 1 april 2019
- Datum publicatie
- 1 april 2019
- Zaaknummer
- 02-800495-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2019:1308
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
18 maanden gevangenisstraf voor gewelddadige beroving krantenbezorger en andere feiten.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/800495-18
vonnis van de meervoudige kamer van 1 april 2019
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats]
zonder woon-of verblijfplaats in Nederland
gedetineerd in PI Ter Apel
(SKN-nummer 10810934)
raadsman: mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 maart 2019, waarbij de officier van justitie, mr. Simpelaar, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
Verdachte staat terecht, ter zake dat:
Feit 1
hij op of omstreeks 11 augustus 2018 te Zundert tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (onder andere) een telefoon en/of een horloge en/of een of meer bankpassen en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
-
die [naam 1] bij zijn keel te pakken en/of de keel van die [naam 1] dicht te drukken en/of
-
een hand op de mond van die [naam 1] te houden/drukken en/of
-
die [naam 1] van zijn fiets af te trekken, ten gevolge waarvan hij ten val kwam en/of
-
die [naam 1] in zijn gezicht te stompen en/of
-
die [naam 1] meermalen tegen zijn gezicht te schoppen;
Feit 2
hij op of omstreeks 11 augustus 2018 te Klein Zundert, gemeente Zundert, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een blauwe damesfiets (Arriba Garda D54, met mandje aan de voorzijde) en/of een blauwe herenfiets (Arriba Garda 557), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
Feit 3
hij op of omstreeks 11 augustus 2018 te Klein Zundert, gemeente Zundert, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (onder andere) een digitale kassa en/of een pot (met douchemunten), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking;
Feit 4
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 11 augustus 2018 te Roosendaal en/of te Dordrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, er uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om etenswaren en/of sokken, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan de [naam 4] en/of [naam 5] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot, de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel: te weten een ABN AMRO bankpas (met rekeningnummer [nummer 1] ) en/of een Rabobank bankpas (met rekeningnummer [nummer 2] ), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 5
primair
hij op of omstreeks 13 augustus 2018 te Leeuwarden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een telefoon (Iphone 8) en/of een pakje sigaretten (Lucky Strike), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
subsidiair
hij op of omstreeks 13 augustus 2018 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een telefoon (Iphone 8) en/of een pakje sigaretten (Lucky Strike) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 tot en met 5, waarbij van feit 5 het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de bewezenverklaring van de feiten 1 tot en met 4. Ten aanzien van feit 5 primair en subsidiair is de verdediging van mening dat niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
Het oordeel van de rechtbank
Feit 1
Aangezien verdachte ten aanzien van feit 1 (gewelddadige straatroof) een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 18 maart 2019;
- de aangifte van de heer [naam 1].
Feiten 2 en 3
Verdachte heeft bekend dat hij de diefstal van twee fietsen op 11 augustus 2018 in Zundert (feit 2) heeft gepleegd, maar niet dat hij dit feit in vereniging heeft gepleegd.
Verdachte heeft ook bekend dat hij op 11 augustus 2018 in Zundert de diefstal uit het campingcafé heeft gepleegd en dat hij daarbij een digitale kassa en een pot met douchemunten heeft weggenomen (feit 3), maar niet dat hij dit feit in vereniging en met braak en verbreking heeft gepleegd.
Op camerabeelden van de in- en uitgang van de camping, zijn de entree en een deel van het binnenterrein van de camping te zien. Op camerabeelden die zijn gemaakt op 11 augustus tussen 7:19 en 7:54 uur zijn twee personen te zien. Zij lopen via de voorzijde van het campingcafé en verdwijnen daarna aan de zijkant van het café uit beeld. Ongeveer twee minuten later komen beide personen weer in beeld en lopen zij richting de voorzijde van het café. Een van hen loopt vervolgens terug richting de zijkant en verdwijnt weer uit beeld. De ander gaat even voor de voordeur van het café staan en loopt vervolgens ook weer naar de zijkant. Dit herhaalt zich een paar keer, waarbij de persoon een aantal keer door het raam aan de voorkant van het café kijkt. Uiteindelijk verdwijnen beide personen uit beeld aan de zijkant van het café. Ongeveer een kwartier later komen beide personen weer in beeld aan de zijkant van het café. Eén van hen heeft een groot vierkant voorwerp onder zijn arm. Beide personen lopen naar achter, het campingterrein op. Ongeveer tien minuten daarna komen beide personen het campingterrein op gefietst waarna zij weer uit beeld verdwijnen.
De heer [naam 2] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn twee fietsen vanaf [naam 3] . Hij was rond 08.09 uur op 11 augustus 2018 wakker gemaakt door zijn buurman die vertelde dat de fietsen zojuist waren gejat door twee getinte mannen.
De heer [naam 7] , eigenaar van [naam 3] , heeft aangifte gedaan van diefstal uit zijn campingcafé. Hij zag dat er een zijraampje was opengebroken. De digitale kassa was meegenomen. Een kastje onder de wasbak onder de bar was opengebroken en daaruit was een kassa weggenomen. Deze kassa werd teruggevonden op een veldje op de camping. Een campinggast had gezien dat twee mannen de kassa openbraken. Verder was er nog een pot met douchemunten weggenomen.
Getuige [naam 8] heeft verklaard dat zij op 11 augustus 2018 rond 7.50 uur op [naam 3] twee licht getinte mannen zag weglopen van een leeg veldje en dat zij vervolgens op dat veldje een opengebroken kassa zag liggen.
Op grond van de verklaring van verdachte in samenhang met de andere bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat verdachte samen met een ander is aangekomen bij de camping en dat zij daar rond het campingcafé hebben gelopen en gekeken, waarna in ieder geval één van hen het campingcafé in is gegaan door een zijraampje open te breken. Er is geen reden om op dit punt te twijfelen aan de aangifte. In het campingcafé heeft verdachte vervolgens, al dan niet samen met de ander, een digitale kassa en een pot met douchemunten weggenomen, en bovendien een kastje opengebroken en daaruit een kassa weggenomen. Verdachte en de ander zijn vervolgens samen bij het campingcafé vandaan gelopen, met medeneming van onder meer de kassa en de digitale kassa. Verderop op de camping zijn zij naar een veldje gegaan en hebben zij de kassa opengebroken en achtergelaten. Vervolgens zijn zij er vandoor gegaan op twee fietsen die op de camping stonden.
Uit de manier van handelen blijkt dat verdachte en zijn mededader beiden gericht waren op het plegen van de diefstallen en dat zij samen zijn overgegaan tot het uitvoeren ervan, ook al hebben zij wellicht niet iedere handeling samen uitgevoerd. Gezien de wijze waarop verdachte en de ander allebei bij het campingcafé hebben rondgelopen en naar binnen hebben gekeken, zij vervolgens samen bij het campingcafé weg zijn gelopen met de kassa en samen zijn gezien op het veldje waar de opengebroken kassa lag, was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de ander bij de diefstal uit het campingcafé. Voor wat betreft de diefstal van de fietsen acht de rechtbank de verklaring van verdachte, dat hij de fietsen alleen heeft gestolen, niet geloofwaardig, gezien het feit dat volgens getuige [naam 2] zijn buurman twee personen de fietsen zag wegnemen en gezien het feit dat op de camerabeelden is te zien dat twee personen op een fiets wegrijden. Daarbij acht de rechtbank bovendien van belang dat verdachte en zijn mededader direct voorafgaand aan de diefstallen op de camping, samen een gewelddadige straatroof (feit 1) hadden gepleegd. Na die straatroof hebben zij samen hun weg vervolgd en zijn zij doorgegaan met het samen plegen van diefstallen. Verdachte en zijn mededader waren die ochtend dus samen op strooptocht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte en zijn mededader de diefstallen in vereniging hebben gepleegd.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal van twee fietsen in vereniging heeft gepleegd zoals tenlastegelegd onder feit 2 en dat hij de diefstal uit het campingcafé heeft gepleegd in vereniging en met braak en verbreking zoals tenlastegelegd onder feit 3.
Feit 4
Uit de bewijsmiddelen in het dossier (waaronder de informatie van de banken, de camerabeelden van de [naam 4] bij het station in Roosendaal en de verklaringen van de medewerksters van [naam 5] in Dordrecht) blijkt dat verdachte en zijn mededader bij de [naam 4] en bij [naam 5] hebben geprobeerd om te betalen met bankpassen van [naam 1] . Dit kan een poging tot diefstal van geld van (de bankrekening van) [naam 1] opleveren, maar dat is niet ten laste gelegd. Ten laste gelegd is een poging tot diefstal van goederen van de [naam 4] en [naam 5] Daarvoor bevat het dossier echter geen bewijs. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van feit 4.
Feit 5
Mevrouw [naam 6] heeft aangifte gedaan van diefstal van haar iPhone en Lucky Strike sigaretten. Zij was op 13 augustus 2018 aan het werk in een café in Leeuwarden. Zij had haar telefoon en sigaretten op een tafel op het terras gelegd. Er kwamen twee mannen het café in. Een van de mannen bestelde en betaalde koffie aan de bar. Toen de mannen weg waren, kon aangeefster haar sigaretten en telefoon niet meer vinden. Zij heeft vervolgens de camerabeelden van het café bekeken. Zij zag dat één van de mannen naar het terras was gelopen, bij de tafel stond waar zij haar sigaretten en telefoon had neergelegd, en voorover boog als wanneer je ergens niet bij kunt. Zijn handen waren niet in beeld. Vervolgens ging hij weer rechtop staan en stak hij zijn beide handen in zijn trui en liep weg.
De camerabeelden van het café zijn ook bekeken door een agent. De agent herkende de personen op de beelden als [verdachte] en [medeverdachte] . Hij zag dat zij net na 11:00 uur het café binnenkwamen, naar de bar liepen en aan de bar gingen zitten. [verdachte] kreeg een kopje koffie van de barmedewerkster. [medeverdachte] ging het café uit en ging stil staan op het terras, daar waar stoelen en tafels van het café staan. [medeverdachte] boog voorover, strekte zich uit en boog voorover. Vervolgens deed [medeverdachte] zijn handen in zijn vestzakken.
[verdachte] (verdachte) werd, samen met medeverdachte [medeverdachte] , op 13 augustus 2018 omstreeks 17:00 uur in Amersfoort aangehouden. Hij had een pakje Lucky Strike sigaretten bij zich en de medeverdachte had een iPhone bij zich.
Verdachte heeft ter zitting het volgende verklaard. Hij heet niet [verdachte] , maar [verdachte] . Hij is met zijn broer in Nederland. Ze hadden geen geld en leefden op straat. Hij is op 13 augustus 2018 met zijn broer in het café in Leeuwarden geweest. Zijn broer rookt niet. Verdachte heeft tot slot verklaard dat hij de sigaretten van de persoon met wie hij daar was, “de andere persoon”, heeft gekregen en dat hij geen idee heeft hoe deze aan de sigaretten is gekomen.
Op grond van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de medeverdachte de telefoon en sigaretten op het terras heeft weggenomen terwijl verdachte in het café aan de bar zat. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte en medeverdachte van plan waren om de diefstal te plegen en dat daarbij sprake was van een bepaalde rolverdeling. Nergens blijkt dus uit dat verdachte bij de diefstal betrokken was en deze in enige vorm van samenwerking met de medeverdachte heeft gepleegd. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde diefstal in vereniging.
Dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde opzetheling, kan wel wettig en overtuigend bewezen worden. Verdachte heeft immers de sigaretten aangenomen van “de andere persoon” -waarmee hij klaarblijkelijk zijn broer bedoelt- , terwijl verdachte wist dat zijn broer niet rookte en geen geld had en zij bovendien eerder samen ook al diefstallen hadden gepleegd. Onder die omstandigheden kan het niet anders dan dat verdachte, toen hij de sigaretten van zijn broer kreeg, wist dat zijn broer de sigaretten had gestolen, dan wel heeft verdachte in ieder geval bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn broer de sigaretten had gestolen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Feit 1
hij op of omstreeks 11 augustus 2018 te Zundert tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (onder andere) een telefoon en/of een horloge en/of een of meer bankpassen en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele die aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [naam 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of de andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
-
die [naam 1] bij zijn keel te pakken en/of de keel van die [naam 1] dicht te drukken en/of
-
een hand op de mond van die [naam 1] te houden/drukken en/of
-
die [naam 1] van zijn fiets af te trekken, ten gevolge waarvan hij ten val kwam en/of
-
die [naam 1] in zijn gezicht te stompen en/of
-
die [naam 1] meermalen tegen zijn gezicht te schoppen;
Feit 2
hij op of omstreeks 11 augustus 2018 te Klein Zundert, gemeente Zundert, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een blauwe damesfiets (Arriba Garda D54, met mandje aan de voorzijde) en/of een blauwe herenfiets (Arriba Garda 557), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
Feit 3
hij op of omstreeks 11 augustus 2018 te Klein Zundert, gemeente Zundert, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (onder andere) een digitale kassa en/of een pot (met douchemunten), in elk geval enig goed, die dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [naam 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en /verbreking;
Feit 5
subsidiair
hij op of omstreeks 13 augustus 2018 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een telefoon (Iphone 8) en/of een pakje sigaretten (Lucky Strike) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring (cursief) verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 22 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat de door de officier van justitie gevorderde straf veel te hoog is omdat voor een straatroof doorgaans zes maanden gevangenisstraf wordt opgelegd. Rekening houdend met de aard en de ernst van het letsel van het slachtoffer van de straatroof en met een bewezenverklaring van andere feiten, acht de verdediging een gevangenisstraf van acht maanden passend.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich, samen met zijn jongere broer, schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten, namelijk heling, diefstal, bedrijfsinbraak en een gewelddadige straatroof. In de ochtend van 11 augustus 2018 was sprake van een ware strooptocht; verdachte en zijn broer namen wat op hun pad kwam en wat zij hebben wilden en gingen daarbij nietsontziend te werk, in het bijzonder bij de straatroof. Zij hebben in de vroege ochtend, terwijl het nog donker was, het slachtoffer, die bezig was met zijn werk als krantenbezorger, met veel geweld overvallen. Zij hebben hem om zijn nek gepakt, zijn keel dicht geknepen en hem van zijn fiets af getrokken. Vervolgens hebben ze hem in zijn gezicht gestompt en meermaals in zijn gezicht geschopt, ook nog nadat ze zijn spullen al hadden afgenomen. Ze stopten pas toen er een vrouw op hen afkwam. Het slachtoffer had het gevoel dat verdachte en zijn broer hem zouden hebben dood geslagen als die vrouw niet zou zijn gekomen. Het slachtoffer had meerdere botbreuken in zijn gezicht. Ook is hij als gevolg van de gewelddadige overval erg angstig geworden, heeft hij daardoor een posttraumatische stressstoornis en durft hij niet meer als krantenbezorger te werken.
Volgens de oriëntatiepunten van het LOVS is voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging een gevangenisstraf van 6 maanden het uitgangspunt. Maar, anders dan de raadsman heeft betoogd, is dit absoluut niet passend voor een straatroof met excessief geweld als waar hier sprake van is.
Over verdachte als persoon is uiteindelijk niet veel meer bekend dan dat hij illegaal in Nederland verbleef, samen met (waarschijnlijk) zijn jongere broer. Hij heeft bij de politie ook een andere naam, geboortedatum en geboorteplaats opgegeven en in de verschillende politie- en vreemdelingensystemen is hij onder verschillende namen bekend. De reclassering heeft over hem een rapport uitgebracht, maar of de informatie daarin juist is, valt niet vast te stellen, onder andere omdat hij daar weer andere informatie heeft verstrekt (bijvoorbeeld over zijn geboorteplaats) dan ter zitting en bij de politie. Tot nu toe had hij een blanco strafblad, althans in Nederland.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op met name de ernst van feit 1, het daarbij toegepaste excessieve geweld en de ernstige, met name psychische, gevolgen daarvan voor het slachtoffer, en gelet ook op de andere feiten, een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en noodzakelijk is.
7 De benadeelde partij
De benadeelde partij [naam 1] vordert een schadevergoeding van € 17.810,46 voor feit 1, bestaande uit:
-
dagvergoeding verblijf ziekenhuis (1 dag): € 60,00;
-
medische kosten: € 805,76;
-
reiskosten: € 469,56;
-
parkeerkosten: € 40,72;
-
verlies van arbeidsvermogen: € 6.049,43;
-
weggenomen en beschadigde goederen: € 384,99;
-
smartengeld: € 10.000,00.
De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor de schade die [naam 1] als gevolg van het feit heeft geleden.
De rechtbank is van oordeel dat de dagvergoeding voor verblijf in het ziekenhuis en de reis- en parkeerkosten een rechtstreeks gevolg zijn van het bewezenverklaarde feit. De gevorderde vergoeding voor deze kosten zal worden toegewezen.
Ook de medische kosten zijn een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit, behoudens het deel van het eigen risico dat ziet op kosten die reeds voor het feit waren gemaakt (€ 164,87). Wat betreft het eigen risico voor het jaar 2019 is voldoende aannemelijk, gelet op de reeds aan [naam 1] geleverde zorg en de daarvoor reeds gemaakte afspraken, dat zodanige kosten zullen worden gemaakt dat hij daardoor het volledige bedrag aan eigen risico voor 2019 zal moeten dragen. De gevorderde vergoeding voor medische kosten zal worden toegewezen tot een bedrag van € 640,89 en het meer gevorderde zal worden afgewezen.
De schade vanwege de weggenomen en beschadigde goederen is eveneens een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit, met uitzondering van de kosten van het windjack (€ 34,99), nu onvoldoende is gebleken dat dit jack is gestolen of beschadigd is geraakt als gevolg van het feit. Nader onderzoek hiernaar zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. De gevorderde vergoeding voor weggenomen en beschadigde goederen zal worden toegewezen tot € 350,00 en de rechtbank zal [naam 1] voor het meerdere niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. Hij kan dat deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank acht de gevorderde schade wegens verlies van arbeidsvermogen vooralsnog onvoldoende aannemelijk gemaakt, nu [naam 1] zelf de arbeidsrelatie heeft beëindigd en uit de stukken niet kan worden afgeleid dat hij geen beroep had kunnen doen op enige uitkering of zijn schade wegens verlies van arbeidsvermogen anderszins had kunnen beperken. Het nader onderbouwen van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. [naam 1] zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in dit deel van de vordering. Hij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank is van oordeel dat aan [naam 1] ook een vergoeding moet worden toegekend voor het leed dat hij heeft geleden als gevolg van de straatroof. [naam 1] heeft ernstig fysiek letsel opgelopen. Niet gebleken is echter dat dit letsel blijvend is en voor het herstel zijn geen operatie(s) nodig geweest. [naam 1] heeft daarnaast psychisch letsel opgelopen in de zin van angstklachten en een posttraumatische stressstoornis. Voorts is er bij [naam 1] sprake van verlies van arbeidsvreugde. Al deze factoren samen rechtvaardigen toekenning van een vergoeding voor geleden leed, maar de gevraagde vergoeding van € 10.000,00 vindt de rechtbank zonder nadere onderbouwing veel te hoog. De rechtbank acht de immateriële schade voldoende aannemelijk gemaakt tot een bedrag van € 2.500,00. De vordering zal tot dat bedrag worden toegewezen. Het nader onderbouwen van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. [naam 1] zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard voor zover hij meer heeft gevorderd. Hij kan ook dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank zal dus een schadevergoeding van € 4.061,17 toewijzen, bestaande uit € 1.561,17 aan materiële schade (medische kosten € 640,89; reiskosten € 469,56; parkeerkosten € 40,72; daggeldvergoeding verblijf ziekenhuis € 60,00 en weggenomen en beschadigde goederen € 350,00) en € 2.500,- aan immateriële schade.
Met betrekking tot het toegekende deel van de vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
8 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 47, 57, 310, 311, 312, 416 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
9 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van de onder 4 en 5 primair tenlastegelegde feiten;
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: diefstal, voorafgegaan of vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen;
feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
feit 5 subsidiair: opzetheling
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 1] van € 4.061,17, waarvan € 1.561,17 ter zake van materiële schade en € 2.500,- ter zake van immateriële schade;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de overige medische kosten af;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer de heer [naam 1] (feit 1), € 4.061,17 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 50 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Hoekstra, voorzitter, mr. Breeman en mr. Pooyé, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Koks, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 april 2019.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.