Strafrecht overig
Veroordeling belaging. Taakstraf met bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 juni 2020
ECLI:NL:RBZWB:2020:2414 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2020-2414
Zaakgegevens
Op 4 juni 2020 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 juni 2020
- Datum publicatie
- 8 juni 2020
- Zaaknummer
- 02-286618-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2020:2414
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling belaging. Taakstraf met bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar.
Uitspraak
aantekening mondeling vonnis
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Locatie Middelburg
Parketnummer: 02-286618-19
Voignummer: 3
Uitspraak van de politierechter, mr. I.M. Josten, van donderdag 04 juni 2020, in de zaak tegen
verdachte
[Verdachte]
geboren op [Geboortedag] 1971 te [geboorteplaats]
adres [Adres]
Tegenspraak
KWALIFICATIE:
belaging
GEPLEEGD:
in de periode van 1 maart 2019 tot en met 29 november 2019
TOEGEPASTE ARTIKELEN:
14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 38v, 285b Wetboek van Strafrecht
BESLISSING:
Een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis
Een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarde:
dat veroordeelde zich binnen 3 dagen na de uitspraak meldt bij Reclassering Nederland, te
Middelburg, Vrijlandstraat 33 en zich daarna gedurende de proeftijd op door de reclassering te bepalen tijdstippen blijft melden bij deze instelling, zo vaak en zo lang deze instelling dat
noodzakelijk acht.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid,
van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de
veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen
van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de
reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen.
Een contactverbod voor de duur van 5 jaren.
Dit contactverbod houdt in dat veroordeelde gedurende 5 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [Naam 1] en haar kinderen [Naam 2] en [Naam 3]
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel
wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 maand voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde
maatregel niet op.
Een gebiedsverbod voor de duur van 5 jaren.
Dit gebiedsverbod houdt in dat veroordeelde gedurende 5 jaren zich niet zal ophouden in de
[Straatnaam] te Kapelle.
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel
wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 maand voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde
maatregel niet op.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw zich
belastend zal gedragen jegens [Naam 1] en haar kinderen, beveelt de rechter, gelet op artikel 38v, vierde lid, Wetboek van Strafrecht, dat de opgelegde maatregelen dadelijk uitvoerbaar zijn.
t.a.v. feit 1:
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [Naam 1]
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de
verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [Naam 1] , van een bedrag van 2.500,00 euro,
bestaande uit immateriële schade.
De immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op
heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de
tenuitvoerlegging nog moet maken;
t.a.v. feit 1:
Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [Naam 1] , van een bedrag van 2.500,00 euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen gijzeling. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet
op.
Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade.
De immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.
De politierechter,