Strafrecht overig

minderjarige verdachte, verstrekken procesdossier / stukken aan slachtoffers, plaats spreekrecht.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 april 2020

Zaakgegevens

Op 6 april 2020 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
6 april 2020
Datum publicatie
26 januari 2021
Zaaknummer
02/201077-19 (pv ttz)
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2020:6912
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

minderjarige verdachte, verstrekken procesdossier / stukken aan slachtoffers, plaats spreekrecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team jeugd

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02/201077-19

proces-verbaal van de zitting, gehouden met gesloten deuren, op 6 april 2020

mr. Prenger, voorzitter, mr. De Graaf en mr. Tempel, allen kinderrechters

griffiers: Van Diepen en mr. Aarts-Snatersen

officier van justitie: mr. Van Aalst

De behandeling van de onderhavige zaak vindt plaats in het gebouw van de rechtbank te Breda, in aanwezigheid van de officier van justitie en de raadsman van verdachte
mr. M. Houweling, die in persoon zijn verschenen. Alle andere betrokkenen worden in verband met de uitbraak van het Coronavirus door middel van een conference call telefonisch gehoord. Daarnaast neemt mr. R. Korver, zijnde de raadsman van de nabestaanden de heer [vader slachtoffer] en mevrouw [moeder slachtoffer] , deel aan de behandeling van de zaak door middel van een Skype videoverbinding, waardoor voor hem de rechters zichtbaar zijn.

In dit proces-verbaal zijn verklaringen en mededelingen van de procespartijen en belanghebbenden steeds zakelijk weergegeven.

Verdachte verklaart dat hij zich in een bezoekersruimte van de Justitiële Jeugdinrichting (hierna: JJI) Den Hey-Acker bevindt en dat niemand anders met hem meeluistert. Hij kan de rechtbank en alle betrokkenen goed verstaan.

Mr. Korver verklaart dat hij op zijn kantoor is. Hij kan de rechtbank en alle betrokkenen, met uitzondering van verdachte, goed verstaan en heeft goed zicht op de zittingszaal. De verdachte is voor hem slecht verstaanbaar.

De ouders van verdachte verklaren dat zij zich op het kantoor van de raadsman van verdachte bevinden en dat niemand anders met hen meeluistert. Zij kunnen de rechtbank goed verstaan.

Mevrouw [casemanager] , werkzaam als casemanager bij Slachtofferhulp Nederland, verklaart dat zij zich op het kantoor van Slachtofferhulp Nederland bevindt samen met de heer [vader slachtoffer] en mevrouw [moeder slachtoffer] . Ook is als vertrouwenspersoon aanwezig de heer [naam] , zijnde de partner van mevrouw [moeder slachtoffer] . Zij verklaart voorts dat er niemand anders met hen meeluistert en dat er geen opnames van de zitting door hen worden gemaakt. Zij kunnen de rechtbank en alle betrokkenen, met uitzondering van verdachte, goed verstaan. Verdachte is slecht verstaanbaar.

De voorzitter deelt mee dat iedereen goed is te verstaan behalve verdachte. Mogelijk ligt dit aan de telefoonverbinding met Den Hey-Acker. De voorzitter verzoekt verdachte zo luid mogelijk te spreken en geeft aan dat hij hetgeen verdachte ter zitting verklaart, waar nodig, zal herhalen.

De raadsman van verdachte merkt op dat de ouders van verdachte bij een volgende zitting, indien de huidige maatregelen vanwege het Coronavirus nog steeds zouden gelden, naast deelname aan een conference call, ook gebruik zouden willen maken van een videoverbinding.

De zaak tegen verdachte wordt uitgeroepen.

De voorzitter deelt mee dat het onderzoek ter terechtzitting vandaag op een andere wijze plaatsvindt dan gewoonlijk. De rechtspraak heeft op landelijk niveau maatregelen getroffen in verband met de uitbraak van het Coronavirus. Deze zijn er primair op gericht om personen die in het gerechtsgebouw werken en personen die daar in verband met hun rechtszaak naartoe moeten komen, te beschermen. Sterk samengevat komen de maatregelen erop neer dat er maar heel beperkt zittingen mogen plaatsvinden en dat deze zittingen zoveel mogelijk telefonisch worden afgehandeld en een zo kort mogelijke duur hebben. De onderhavige zaak valt in de categorie ‘urgente zaken’ en is daarom wel ingepland. Omdat sprake is van grote belangen, is besloten om in deze zaak, ondanks de geldende maatregelen, toch zoveel mogelijk regie te voeren, zodat een inhoudelijke behandeling zo snel mogelijk kan plaatsvinden.

Daarnaast deelt de voorzitter mee dat de rechtbank heeft getracht om zoveel mogelijk aan ieders wensen te voldoen. Er is kennisgenomen van alle mails die door de betrokkenen voorafgaand aan de zitting naar de rechtbank zijn gezonden. De raadsman van verdachte geeft in een van zijn mails aan dat er door de termijn die de rechtbank aan hem met betrekking tot het schorsingsverzoek heeft gesteld, extra druk op de verdediging wordt gelegd. Mr. Korver heeft in zijn laatste mail aangegeven dat er door het niet verstrekken van een aantal processtukken aan de nabestaanden een bepaalde schijn wordt gewekt die uiterst onwenselijk is. Voor ieders begrip en de juiste verhoudingen wenst de voorzitter hier kort bij stil te staan. Aan een strafzaak nemen meerdere procespartijen en belanghebbenden deel die vaak heel verschillende belangen hebben. Hoewel de rechtbank probeert om naar oplossingen te zoeken waar iedereen zich in kan vinden, ontkomt zij er soms niet aan om knopen te moeten doorhakken door middel van het nemen van tussenbeslissingen. Het kan dan zijn dat er een beslissing wordt genomen die voor een betrokkene nadelig uitpakt en waardoor hij of zij zelfs teleurgesteld of boos kan zijn. Dit gegeven neemt echter niet weg dat de rechtbank zich terdege realiseert dat dit een bijzonder ernstige en trieste zaak is waarbij de belangen van een ieder levensgroot zijn. Los van de vraag wat de rol van verdachte is geweest bij het overlijden van [slachtoffer] en of verdachte hierin strafrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt, staat vast dat [slachtoffer] er niet meer is. Zij is op een vreselijke manier om het leven gekomen en de nabestaanden hebben hier intens verdriet van. Zij hebben er recht op dat deze zaak geen onnodige vertraging oploopt en dat zij antwoord krijgen op de vragen waar zij mee zitten. Anderzijds realiseert de rechtbank zich net zo goed dat ook voor verdachte de belangen groot zijn. Hij wordt verdacht van een zeer ernstig delict en zit als minderjarige al lang in voorlopige hechtenis. Dit heeft op verdachte de nodige impact en levert hem veel stress op. Daar komt bij dat recent het besluit is genomen dat jeugdgevangenissen geen toegang meer verlenen aan ouders. Van al deze belangen is de rechtbank zich bewust, en daarmee wordt rekening gehouden bij de beslissingen die worden genomen.

De voorzitter heeft voorafgaand aan de zitting contact gehad met de verschillende betrokkenen, hen uitgelegd hoe het verloop van de zitting zal zijn en geïnformeerd naar hun wensen. Mede naar aanleiding hiervan, is een aantal beslissingen genomen. Eén van die beslissingen ziet op hoe de zitting vandaag plaatsvindt en wie, en op welke wijze, aan de zitting deelneemt. Een andere beslissing is dat mr. Korver niet voorafgaand aan de zitting een afschrift krijgt van het schorsingsverzoek en de adviesrapporten van de jeugdreclas-sering en de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: Raad) daaromtrent. De rechtbank heeft deze laatste beslissing gemotiveerd en komt daar niet meer op terug. Ter zitting zullen deze stukken uiteraard wel worden besproken waarna mr. Korver en zijn cliënten de mogelijkheid zullen krijgen om van een schorsing gebruik te maken, zodat de raadsman zijn cliënten desgewenst van uitleg kan voorzien. Met deze beslissing heeft de rechtbank uitdrukkelijk nog geen beslissing genomen op het verzoek van mr. Korver om een afschrift te mogen ontvangen van de overige stukken in het dossier die betrekking hebben op de persoon van de verdachte. Dit verzoek zal ter zitting nader worden besproken en de rechtbank zal hier nog op beslissen.

De voorzitter stelt de identiteit van verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,

wonende aan de [adres] ,

thans gedetineerd in de JJI Den Hey-Acker te Breda.

De voorzitter vermaant verdachte goed op te letten en deelt hem mee dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De voorzitter deelt mee dat de rechtbank nu in een andere samenstelling zitting houdt dan op de zitting van 21 januari 2020 het geval was.

raadsman verdachte:

De verdediging heeft tegen een andere samenstelling van de rechtbank geen bezwaar.

officier van justitie:

Ik maak daartegen evenmin bezwaar.

De voorzitter deelt mee dat met instemming van verdachte en de officier van justitie het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing op de zitting van 21 januari 2020 bevond.

De voorzitter deelt mee dat eerst zal worden stilgestaan bij wat in de mailwisseling als ‘het incident’ wordt omschreven en de brieven die de rechtbank hierover heeft ontvangen. De officier van justitie word verzocht om uit te leggen wat er precies is gebeurd en hoe dit is afgehandeld.

officier van justitie:

Het incident dat heeft plaatsgevonden betreft een zeer vervelende gebeurtenis. Het incident heeft zich voorgedaan tijdens het inscannen van het eindproces-verbaal, zoals aangeleverd door de politie, door een medewerkster van het Openbaar Ministerie. Gedurende dit proces heeft de medewerkster met haar telefoon een foto gemaakt van één van de foto’s in het dossier. De gefotografeerde foto betrof het lichaam van [slachtoffer] zoals dat door de politie en ambulance is aangetroffen. De medewerkster heeft deze foto via WhatsApp verzonden naar de telefoon van haar partner omdat ze geschokt was en aan haar partner wilde laten zien waar zij op haar werk mee werd geconfronteerd. De medewerkster heeft dit vervolgens besproken met een collega. De betreffende collega heeft hierop aangegeven dat dit niet kon en heeft de medewerkster verwezen naar hun leidinggevende. Tijdens dit gesprek met haar leidinggevende is de foto op de telefoon van de medewerkster ter plekke verwijderd. Ook is contact opgenomen met de partner van de medewerkster. Die bleek de foto, voordat deze was verwijderd, niet te hebben gezien. De medewerkster is vervolgens ontslagen. Haar telefoon is na haar ontslag nog door de politie in beslag genomen en onderzocht. De iCloud is door de politie bekeken en ook daaruit is de foto verwijderd. Ook de telefoon van de partner is onderzocht. In deze telefoon is de foto van [slachtoffer] niet aangetroffen. Van verdere verspreiding van de foto is dus niet gebleken. Ik benadruk dat dit incident nooit had mogen plaatsvinden. Het is zeer triest wat er is gebeurd. Nu de medewerkster openheid van zaken heeft gegeven, volledig heeft meegewerkt, is ontslagen en er geen aanwijzingen zijn dat er andere feiten door haar zijn gepleegd, heeft het Openbaar Ministerie besloten om de medewerkster niet te vervolgen.

raadsman verdachte:

Ik heb hier voor nu geen opmerkingen over.

mr. Korver:

Ik heb er geen behoefte aan om thans op dit punt te reageren.

mevrouw [moeder slachtoffer] :

Zou de officier van justitie haar excuses kunnen maken voor hetgeen is voorgevallen?

officier van justitie:

Ik vind het heel vervelend dat dit incident heeft plaatsgevonden en besef dat dit zeer moeilijk moet zijn voor de slachtoffers. Ik wil daarvoor namens het Openbaar Ministerie mijn excuses maken. Ook ben ik bereid om, al dan niet in een persoonlijk gesprek, antwoord te geven op eventuele vragen die de slachtoffers hierover nog hebben.

mevrouw [moeder slachtoffer] :

Akkoord.

De voorzitter verzoekt de officier van justitie om toe te lichten wat op dit moment de stand van zaken is met betrekking tot het onderzoek. Welke stukken ontbreken nog? Wat is de visie van het Openbaar Ministerie ten aanzien van de bloedspatpatroonanalyse en het feit dat de verdediging daarvoor geen scenario heeft aangeleverd? En wat zal ten slotte de invloed van het Coronavirus zijn op de rapporten die nog verwacht worden?

officier van justitie:

Het eindproces-verbaal is gereed. Zoals op de vorige zitting aangegeven, zullen de forensische stukken los van het eindproces-verbaal worden aangeleverd. Enkele daarvan ontbreken nog. Een aantal deelonderzoeken is nog niet afgerond, waaronder de micro-analyse van invasieve trauma’s en het vergelijkend vezel- en textielonderzoek. Het NFI heeft aan de medewerkers van de Forensische Opsporing op 31 maart 2020 laten weten dat alle deelonderzoeken medio mei 2020 gereed zullen zijn. De medewerkers van de Forensische Opsporing zullen deze deelonderzoeken bundelen in een volledig rapport, dat vervolgens verstrekt zal worden. Wat betreft de genoemde data is reeds rekening gehouden met de maatregelen die in het kader van het Coronavirus moeten worden genomen, waaronder de beperkte inzetbaarheid van de wetenschappers van het NFI. Er was een deskundige benoemd voor de bloedspatpatroonanalyse, maar dit onderzoek zal niet meer worden uitgevoerd. De reden is dat er geen scenario door de verdediging is aangeleverd, terwijl dat voor dit onderzoek een essentiële voorwaarde is.

De voorzitter deelt mee dat de zaak de hoogste prioriteit heeft. Er is sprake van een verdenking van een levensdelict en verdachte is minderjarige en zit al langere tijd in voorlopige hechtenis. De voorzitter vraagt aan de officier van justitie of zij er alles aan zal doen om er voor te zorgen dat het eindrapport, waarin de deelonderzoeken van het NFI verwerkt zullen worden, eind mei 2020 beschikbaar is.

officier van justitie:

Ik bevestig u dat ik er bovenop zit en de voortgang van de zaak nauwlettend in de gaten houd. Ik kan echter geen 100% garantie geven.

raadsman verdachte:

Desgevraagd verklaar ik dat ik het eindproces-verbaal met verdachte heb besproken en doorgenomen. Pas nadat alle onderzoeksresultaten van het NFI voorhanden zijn, kan door de verdediging worden aangegeven of er onderzoekswensen zijn. Met betrekking tot de bloedspatpatroonanalyse blijft het standpunt van de verdediging dat de randvoorwaarden onvoldoende zijn om tot een scenario te komen. Verdachte heeft meerdere malen uitvoerig verklaard bij de politie. Verdachte heeft altijd hetzelfde verklaard. Van wisselende verklaringen is geen sprake, maar wel van uitvoerige verklaringen. Het is heel lastig om de verklaringen van verdachte kort samen te vatten tot een scenario, zonder dat sprake is van een onvolledig scenario. Op de vraag of de verdediging de visie van de officier van justitie deelt, te weten dat er geen bloedspatpatroonanalyse meer zal komen, antwoord ik dat de rechter-commissaris heeft besloten dat de bloedspatpatroonanalyse niet meer zal worden uitgevoerd.

Een inhoudelijke behandeling van de zaak eind juni 2020 is te kort dag. Het volledige forensische rapport zal pas eind mei 2020 beschikbaar zijn. De verdediging kan wel instemmen met een regiezitting rond die datum. Indien de verdediging geen onderzoeks-wensen heeft, zullen wij dat tijdig kenbaar maken.

officier van justitie:

Tot op heden heeft de samenwerking met de rechter-commissaris, die na beide zittingen van 22 november 2019 en 21 januari 2020 is verzocht om aanvullend regie te voeren, goed gewerkt. Ik kan me echter voorstellen dat het voor de rechtbank prettig is om voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling nog één regiezitting te hebben waarbij de laatste losse eindjes worden besproken. Voor de voortgang van de zaak acht ik het echter wel wenselijk dat de verdediging, mocht zij op basis van de thans beschikbare stukken het reeds aangewezen achten dat bepaalde getuige(n) worden gehoord en/of nader onderzoek wordt verricht naar de mogelijke discrepanties tussen de verbatim uitgewerkte verhoren van verdachte en de bandopnames van de verhoren van verdachte, dit kenbaar maakt aan mij. Hierop zou, voorafgaand aan de volgende zitting, dan al kunnen worden ingespeeld.

raadsman verdachte:

Desgevraagd verklaar ik dat ik reeds per e-mail aan de officier van justitie kenbaar heb gemaakt welke discrepanties zijn aangetroffen tussen hetgeen door verdachte is verklaard tijdens het allereerste verhoor en de verbatim uitwerking van dit verhoor. Ik heb samen met verdachte en zijn ouders nog geen tijd gehad om de bandopnames van de andere verhoren af te luisteren en deze neer te leggen naast de verbatim uitwerking van diezelfde verhoren. De aangetroffen discrepanties met betrekking tot het eerste verhoor zijn essentieel wat de beeldvorming betreft. De verdediging is zich nog aan het beraden welke consequenties zij hieraan wil verbinden. Op dit punt bestaan vooralsnog geen onderzoekswensen. Desgevraagd schat ik in dat de verdediging een termijn van vier weken nodig zal hebben voor het indienen van eventuele onderzoekswensen nadat het dossier compleet is.

U vraagt mij het reeds ingediende schorsingsverzoek nader toe te lichten. Op verzoek van de rechtbank heeft de verdediging het schorsingsverzoek vorige week reeds op schrift gesteld en naar de rechtbank gezonden. Het is een lijvig document. Ik verzoek de rechtbank te bepalen het op schrift gestelde schorsingsverzoek als hier herhaald en ingelast te beschou-wen, zodat ik dit niet uitvoerig hoef voor te dragen.

mr. Korver:

Ik maak hiertegen bezwaar. Het is voor de nabestaanden van groot belang dat zij kennis kunnen nemen van alle argumenten die aan het schoringsverzoek ten grondslag liggen. Indien dit de nabestaanden wordt onthouden, worden de beginselen van een behoorlijke procesorde geschonden.

De voorzitter verzoekt de raadsman van verdachte om niet te volstaan met een verwijzing naar het eerder ingediende schorsingsverzoek, maar dit uitgebreid toe te lichten.

raadsman verdachte:

Verdachte zit sinds 29 augustus 2019 in voorlopige hechtenis. Hij is minderjarig. Het incident heeft plaatsgevonden één maand nadat verdachte de zestienjarige leeftijd had bereikt. Verdachte verblijft op 6 april 2020 in totaal 232 dagen, en dus ruim 7,5 maand, in voorlopige hechtenis. Op grond van artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind dient het belang van de minderjarige altijd de eerste overweging te zijn. Daarnaast mag de voorlopige hechtenis slechts als uiterste maatregel worden gehanteerd én dient deze van zo kort mogelijke duur te zijn. Op grond van artikel 493 van het Wetboek van Strafvordering geldt het uitgangspunt: 'schorsen van de voorlopige hechtenis, tenzij ... '. In artikel 11 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt de noodzaak van het vermoeden van onschuld nog eens extra benadrukt. Verdachte meent dat de onschuldpresumptie langere voorlopige hechtenis thans in de weg staat. Bij een minderjarige verdachte dient de voorlopige hechtenis, gezien de onherstelbare traumatische schade die detentie met zich brengt, als ultimum remedium te worden ingezet. Zoals de rechtbank bekend is, stelt verdachte zich op het standpunt dat hij uit noodzakelijke verdediging heeft gehandeld. Hoewel het strafrechtelijk onderzoek nog niet volledig is afgerond, kan het slagen van een beroep op noodweer(exces) op basis van de huidige stand van zaken zeker niet worden uitgesloten. Mocht verdachte uiteindelijk worden ontslagen van alle rechtsvervolging, dan kan de ontnomen vrijheid, de verloren tijd en nog belangrijker het opgelopen detentietrauma, niet ongedaan worden gemaakt.

Gedurende de periode van voorlopige hechtenis hebben zich allerhande omstandigheden voorgedaan die niet plaats hadden mogen vinden en die een enorme impact op verdachte hebben (gehad) en die tevens schade bij hem teweeg hebben gebracht. De zorgplicht die de overheid naar verdachte heeft, is vanwege het plaatsen van verdachte in voorlopige hechtenis een aantal keer grovelijk te kort gedaan dan wel geschonden. Van de eerste schending was al direct sprake na de plaatsing van verdachte in Den Hey-Acker. Verdachte werd geadviseerd om te liegen over de reden van zijn plaatsing en hem werd aangegeven dat hij, uit oogpunt van zijn veiligheid, moest zorgen dat hij altijd in het zicht van de begeleiders was. Ook werd zijn celdeur vanwege diezelfde veiligheid langer op slot gehouden dan van andere medegedetineerden. In zowel Den Hey-Acker als in Teylingereind is verdachte verschillende keren verbaal en fysiek bedreigd. In Teylingereind is verdachte in de wasruimte bedreigd om zijn schoenen af te geven omdat hij anders zou worden neergestoken. Gezien het feit dat dergelijk gedrag zelfs op een observatieafdeling kon plaatsvinden, had verdachte geenszins de indruk had dat hij veilig was en heeft hij dit alleen met zijn ouders en met mij durven delen. Verdachte was bovendien zeer bang voor de consequenties voor hemzelf als bekend zou worden dat hij dit met de groepsleiding had gedeeld. Na ommekomst van de observatieperiode is verdachte eind december teruggeplaatst in Den Hey-Acker. Omdat hij pas vrijdagmiddag laat werd overgebracht, heeft hij tot en met maandagmiddag zonder zijn eigen kleding en zonder schoon ondergoed gezeten. Hij kreeg te horen dat de afdeling gesloten was, terwijl er wel gewoon toegang tot zijn tas was. Verdachte is ook lange tijd verstoken geweest van enige zinvolle dagbesteding en krijgt pas sinds enige tijd onderwijs op eigen niveau. Door de huidige situatie rondom het Coronavirus is het onderwijs echter weer stilgelegd. Recentelijk is verdachte om 7:15 uur met enkel een onderbroek en een badjas aan voor kamercontrole van de gehele afdeling tot 16:00 uur in een strafcel geplaatst. Dit omdat er blijkbaar iets was gebeurd op zijn afdeling waar hij part noch deel aan had. Verdachte heeft dus bijna 9 uur met zijn armen over elkaar op een stoel gezeten. Hierdoor heeft hij nota bene ook weer een dag onderwijs gemist. Verder speelt mee dat verdachte al geruime tijd op een afdeling zit waar onvoorwaardelijk gestraften zitten, terwijl verdachte nog in voorlopige hechtenis zit. Ook mag het plaatsgevonden incident waarbij een medewerkster van het Openbaar Ministerie met haar telefoon een foto heeft gemaakt van één van de foto’s in het dossier en deze heeft verzonden naar de telefoon van haar partner, niet worden vergeten. Het onderzoek hiernaar is zeer summier geweest, waarbij het de vraag is of de desbetreffende foto daadwerkelijk niet verder is verspreid. Vanwege het sanctiebeleid heeft verdachte voorts ook te lijden onder het negatieve gedrag van anderen. Zijn groep is laatst voor een kleine twee weken opgesplitst geweest in een tweetal kleinere groepen. Dit omdat de begeleiding geen controle kon krijgen over een aantal individuen binnen deze gehele groep. Consequentie was dat verdachte dagelijks langer op cel moest blijven dan gebruikelijk. Ondanks dit alles heeft verdachte gedurende de gehele periode van voorlopige hechtenis altijd voorbeeldig gedrag laten zien. Nimmer heeft hij enige sanctie opgelegd gekregen. In Den Hey-Acker is men ook zeer te spreken over verdachte. Verder is nog vermeldenswaardig dat verdachte nooit eerder met politie en/of justitie in aanraking geweest. Hij is first offender. Verdachte heeft van meet af aan een meewerkende proceshouding gehad.

De deskundigen van Teylingereind hebben hun klinisch multidisciplinair onderzoek afgerond en hierover een rapport uitgebracht. In dit rapport wordt geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een onrijpe identiteitsontwikkeling / bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met borderlinetrekken, waardoor zijn persoonlijkheid ernstig wordt bedreigd. Door de geconstateerde ontwikkelingsstoornis dient verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te worden geacht. De deskundigen adviseren als behandeling Mentalization Based Therapy dan wel schematherapie. Een spoedige start van deze behandeling wordt door hen geïndiceerd geacht. Namens verdachte is door mij en zijn ouders direct te kennen gegeven dat verdachte zo spoedig mogelijk een aanvang met deze behandeling wenst te maken. Gebleken is dat schematherapie binnen Den Hey-Acker mogelijk is. Echter, vanwege het Coronavirus is aan verdachte te verstaan gegeven dat de start van enige behandeling op dit moment niet mogelijk is. Ook de vaktherapie, die al in voorbereiding was, zal niet worden gestart.

Nadrukkelijk is ten aanzien van de behandeling door de deskundigen benoemd dat het accent van de behandeling niet hoeft te liggen op een gedragstherapeutische aanpak voor verdachte. Verdachte hoeft niet te leren wat normconform gedrag is. Hij weet dit en gedraagt zich daar ook naar. Hij houdt zich aan afspraken en gaat beleefd met de ander om. Ten aanzien van het herhalingsgevaar merken de deskundigen op dat er nauwelijks risicofactoren vanuit de voorgeschiedenis of de omgeving naar voren zijn gekomen. De deskundigen menen echter dat op basis van individuele factoren die samenhangen met de problematiek, een hoog herhalingsgevaar aanwezig is. Echter, tegelijkertijd concluderen de deskundigen dat de geconstateerde problematiek zich uitsluitend manifesteert op het specifieke gebied van relatievorming. Herhalingsgevaar wordt dan ook alleen gezien met betrekking tot het aangaan van intieme relaties. Het risico op herhaling betreft derhalve een zéér specifieke situatie. Verdachte meent dat door middel van het stellen van bijzondere voorwaarden voldoende waarborgen kunnen worden geboden. Van enig risico om zichzelf wat aan te doen, is thans geen sprake. Het personeel van Den Hey-Acker maakt zich geen zorgen over de gemoedstoestand van verdachte. Een terugval kan, volgens het onderzoeksrapport, ook enkel maar bij het opstarten van een behandeling eventueel een rol spelen. Van behandeling zal voorlopig helaas echter nog geen sprake kunnen zijn.

Het strafrechtelijk onderzoek is nog gaande. Er wordt nog gewacht op diverse rapporten van het NFI. Vanwege het Coronavirus kan echter niet uitgesloten worden dat de opleverdatum van deze rapporten niet gehaald zal worden. De volgende zitting zal dan ook hoogstwaarschijnlijk opnieuw een pro forma zitting betreffen.

Als gevolg van het Coronavirus zijn de omstandigheden in voorlopige hechtenis voor verdachte zeer aanzienlijk verzwaard. De bezoekregeling is aanzienlijk teruggedraaid. Waar verdachte zijn ouders en zijn broer eerst dagelijks kon zien, is het bezoek van zijn broer momenteel helemaal niet meer toegestaan. Voor ouders geldt dat zij verdachte nog slechts éénmaal per week voor de duur van één uur mogen zien. Het leven binnen Den Hey-Acker is ook aanzienlijk versoberd. Meer verblijf in de eigen cel en minder op de groep. Geen sport en recreatie meer. Het dagprogramma is feitelijk gestopt. Door alle onzekerheid zijn er ook veel meer onderlinge spanningen tussen de gedetineerden. Vanwege het sanctieregime heeft verdachte te lijden onder het gedrag van anderen. De sancties gelden veelal voor de groep in het geheel. Het onderwijs is geheel stil komen te liggen. Niet uitgesloten kan worden dat de getroffen maatregelen nog verder zullen worden aangescherpt. Een totaal isolement is zeer dichtbij. Op het moment dat er ook maar sprake is van een enkele besmetting, zal Den Hey-Acker in het geheel op slot gaan. Vastgesteld moet dan ook worden dat de voorlopige hechtenis nog zwaarder en belastender is dan dit onder normale omstandigheden al het geval was. Van enig pedagogisch karakter is momenteel geen sprake. De huidige situatie van voorlopige hechtenis ligt zeer dicht aan tegen die van een kale detentie. Vaststaat dat voorlopige hechtenis op zich zelf genomen al schadelijk is voor een minderjarige. Vanwege de in het onderzoeksrapport beschreven problematiek, is de voortzetting van de voorlopige hechtenis voor verdachte echter nog schadelijker. De jeugdreclassering maakt zich dan ook grote zorgen dat bij continuering van de voorlopige hechtenis de al bedreigde ontwikkeling van verdachte verder wordt bedreigd. De huidige situatie maakt ook dat de verdere duur van de strafzaak onzeker is. Daarnaast kan op dit moment, buiten de schuld van verdachte om, niet gestart worden met enige behandeling.

Bij schorsing van de voorlopige hechtenis kan verdachte zich wel bezighouden met scholing, normaal contact hebben met zijn ouders en zijn broer en kan hij eventueel ook sporten. Verdachte is zeer gemotiveerd om zijn studie voort te zetten. Thuis is het bovendien ook rustiger studeren. Verdachte zal daar geen last hebben van schreeuwende of tegen deuren en muren slaande groepsgenoten. Vanuit de thuissituatie kan verdachte bovendien ook aan zijn profielwerkstuk werken en kan hij ondersteuning krijgen van zijn oudere broer die twee jaar geleden is geslaagd voor de Havo. Daarnaast kan verdachte thuis sporten zoals op de loopband en met fitness apparatuur. Het warme en goed functionerende gezinssysteem wordt immers als een beschermende factor gezien.

Onder de geschetste feiten en omstandigheden is een schorsing van de voorlopige

hechtenis, onder nader op te leggen voorwaarden, geïndiceerd. Verdachte begrijpt dat aan een eventuele schorsing stringente voorwaarden zullen worden verbonden. Om die reden is namens verdachte op voorhand contact met de Raad opgenomen met het verzoek een onderzoek te verrichten naar de mogelijkheid van Elektronisch Toezicht. De Raad heeft dit verzoek afgewezen, omdat dergelijk onderzoek alleen wordt gestart op initiatief van

de Raad zelf dan wel na verzoek van de rechter. Verdachte is bereid Elektronisch Toezicht, huisarrest en alle andere voorwaarden die aan een schorsing zullen worden verbonden te aanvaarden en na te komen. De ouders van verdachte geven ook uitdrukkelijk te kennen dat zij ervoor zullen zorgdragen dat er altijd toezicht zal zijn op verdachte. De moeder en de broer van verdachte zijn door het Coronavirus altijd thuis. De vader draait zijn normale diensten als [beroep] . Verdachte verzoekt dan ook de voorlopige hechtenis te schorsen totdat er met de behandeling kan worden gestart. Mocht de rechtbank menen dat er onder normale omstandigheden geen redenen aanwezig zijn om de voorlopige hechtenis te schorsen, dan verzoekt verdachte de voorlopige hechtenis in ieder geval te schorsen tot de voorlopige hechtenis weer op normale wijze ten uitvoer kan worden gelegd dan wel het huisadres van verdachte aan te wijzen als de plaats waar de voorlopige hechtenis dient te worden ondergaan.

De voorzitter deelt mee dat hij, in reactie op het schorsingsverzoek van verdachte, de adviesrapporten van de jeugdreclassering en de Raad uitgebreid zal bespreken. Dit omdat mr. Korver en de slachtoffers van deze rapporten op voorhand geen kennis hebben kunnen nemen.

De voorzitter deelt mee dat de rechtbank vandaag het adviesrapport van de Raad heeft ontvangen. In dit rapport geeft de Raad aan dat verdachte een jongen is die anders in elkaar steekt dan het grootste deel van de populatie jongeren binnen Den Hey-Acker. Desalniette-min wordt verdachte verdacht van een zeer ernstig strafbaar feit. Een zwaarwegende omstandigheid voor het niet schorsen van de voorlopige hechtenis van verdachte is dat in het klinisch multidisciplinair Pro Justitia onderzoeksrapport van 6 februari 2020, dat een zeer gedegen rapport is, geadviseerd wordt om verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. De Raad kan zich vinden in dit advies en een schorsing van de voorlopige hechtenis strookt volgens de Raad niet met de zwaarte van dit advies. Anderzijds vraagt de Raad zich af, gezien de gewijzigde omstandigheden binnen Den Hey-Acker als gevolg van de maatregelen die zijn genomen ter voorkoming van de verspreiding van het Coronavirus, in hoeverre binnen Den Hey-Acker nog voldaan kan worden aan hetgeen minimaal aan een minderjarige verdachte geboden dient te worden. Dit met name afgezet tegen zijn recht op family life, het recht op het volgen van onderwijs en het krijgen van de juiste behandeling en hulpverlening. De Raad adviseert de rechtbank in overweging te nemen om de deskundigen van Teylingereind te horen over de gewijzigde omstandigheden binnen de jeugdgevangenissen en de vraag of dit van invloed is op hun advies Daarbij heeft de Raad tot slot aangegeven zich te refereren aan het oordeel van de kinderrechter.

Per e-mail is mr. Korver door de rechtbank reeds op de hoogte gesteld van het feit dat de jeugdreclassering, die op 31 maart 2020 een adviesrapport heeft uitgebracht, het schorsingsverzoek van verdachte ondersteunt. Volgens de jeugdreclassering wordt verdachte op dit moment ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Dit alleen al vanwege het ernstige strafbare feit waarvan hij wordt verdacht en de omstandigheid dat hij als minderjarige al ruim zeven maanden in voorlopige hechtenis verblijft. De jeugdreclassering is zo spoedig mogelijk gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de geadviseerde hulp die verdachte nodig heeft op korte termijn in te zetten. Daarbij is de jeugdreclassering tegen een aantal problemen aangelopen. Na overleg met de behandelcoördinator van Den Hey-Acker is gebleken dat voor de komende maanden gekozen wordt voor een vertaling van het gegeven advies in schemagericht werken in en met de groep waar verdachte verblijft in combinatie met psychomotorische therapie of muziektherapie. Het inschakelen van externe deskundigheid met betrekking tot de tevens geadviseerde MBT acht Den Hey-Acker niet nodig. Dit betekent dat de geadviseerde therapie voor verdachte voor nu uitblijft, hetgeen de jeugdreclassering zeer onwenselijk acht. Gelet hierop, als ook de omstandigheid dat op dit moment vanwege het Coronavirus alle activiteiten binnen Den Hey-Acker stil liggen, acht de jeugdreclassering een schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte met daaraan gekoppeld een groot aantal voorwaarden aangewezen.

vader verdachte:

Desgevraagd verklaar ik dat het schorsingsverzoek uitvoerig met mij en mijn vrouw is besproken. Het is ons bekend wat er op ons af zal komen indien het verzoek wordt toegewezen. Wij zullen als een soort van bewaarders toezicht moeten houden op [verdachte] . Mijn vrouw en ik voorzien daar echter geen problemen in, met name gezien het gedrag dat [verdachte] zoon altijd thuis heeft laten zien. De zorg voor hem is ook goed te combineren met ons werk. Mijn vrouw is op het moment thuis en ik ben ook veel thuis. Dat is voor ons dus geen obstakel.

Wat er is gebeurd, had nooit mogen gebeuren. Mijn vrouw en ik begrijpen ook dat uitgebreid moet worden onderzocht wat er zich heeft afgespeeld. [verdachte] heeft op ons advies zoveel mogelijk meegewerkt. Er zijn alternatieven voor de voorlopige hechtenis van [verdachte] die meer recht doen aan de situatie op dit moment. Vanwege de maatregelen die in verband met het Coronavirus zijn genomen, wordt er in ieder geval tot eind april 2020 geen bezoek meer toegelaten in Den Hey-Acker. Wij en onze oudste zoon mogen [verdachte] op dit moment dan ook niet bezoeken. Hierdoor hebben wij geen zicht meer op zijn situatie. De behandeling gaat waarschijnlijk pas starten na het vonnis. Er kan niet worden uitgesloten dat bij hem sprake is van een posttraumatische stressstoornis. Een langer verblijf van [verdachte] in Den Hey-Acker zal, mede gelet op de huidige situatie, alleen maar meer schade opleveren. De deskundigen die [verdachte] hebben onderzocht, hebben heel duidelijk aangegeven dat het straffen van [verdachte] geen zin heeft en dat hij behandeld moet worden. Indien de voorlopige hechtenis wordt geschorst, dan begrijpen mijn vrouw en ik dat dit tijdelijk zal zijn.

Verder wil ik nog aangeven dat ik bij het eerste verhoor van [verdachte] heb gezeten en dat ik meer professionaliteit had verwacht. Ik wil hierover graag spreken tijdens de inhoudelijke behandeling, temeer omdat hetgeen [verdachte] tijdens het eerste verhoor heeft verklaard, niet correct is weergegeven in het dossier. Er is sprake van nuanceverschillen. Mijn vrouw en ik sluiten ons aan bij de verweren die de raadsman van [verdachte] heeft gevoerd.

verdachte:

Desgevraagd verklaar ik dat ik alles tot op heden goed heb verstaan en begrepen. Ik ben bereid om mij aan alle voorwaarden te houden die door de rechtbank zullen worden opgelegd bij een eventuele schorsing van mijn voorlopige hechtenis.

mr. Korver:

Desgevraagd verklaar ik dat er bij mij en mijn cliënten op dit moment geen behoefte bestaat om het schorsingsverzoek nader met elkaar te bespreken.

officier van justitie:

Ik wil graag nog opmerken dat ik naar aanleiding van de adviesrapporten van de jeugdreclassering en de Raad contact heb gezocht met een jurist van Teylingereind. Er is aangegeven dat GZ-psycholoog drs. M.D. Beijer-Holtman, die het klinisch multidisciplinair onderzoek bij verdachte mede heeft verricht, bereid is op de adviezen te reageren. Ik kan vandaag met haar telefonisch contact opnemen indien gewenst. Verder wijs ik erop dat de jeugdreclassering in haar adviesrapport stelt dat verdachte niet de juiste behandeling wordt geboden binnen Den Hey-Acker, terwijl de jurist met wie ik heb gesproken aangeeft dat qua behandeling van verdachte goede afspraken zijn gemaakt met Den Hey-Acker.

De voorzitter deelt mee dat de rechtbank zich na mr. Korver te hebben gehoord, zal beraden of er behoefte bestaat om psycholoog drs. M.D. Beijer-Holtman te horen.

Mr. Korver licht zijn verzoeken toe en legt zijn pleitaantekeningen over. Deze pleitaanteke-ningen zijn aan dit proces-verbaal gehecht en de inhoud dient als hier ingelast en herhaald te worden beschouwd.

Hij voegt daar nog het volgende aan toe. Ik wil niet dat mijn cliënten op achterstand gesteld worden. De stukken die zien op de persoon van verdachte wil ik op een goede en rustige manier met mijn cliënten kunnen bespreken. Ik ben bereid om voorwaarden te accepteren, zoals dat deze stukken in mijn bezit blijven en niet verder worden verspreid. Voor een goede voorbereiding van de zaak heb ik de stukken die zien op de persoon van verdachte nodig.

In mijn brief van 27 maart 2020 heb ik gevraagd om het spreekrecht op een bepaalde manier uit te mogen oefenen. Het komt er op neer dat mijn cliënten zich uitlaten over de gevolgen die het overlijden van [slachtoffer] voor hen heeft gehad, zodat de officier van justitie hier in haar requisitoir rekening mee kan houden. Ik vermoed dat de verdediging zich gaat beroepen op noodweer/noodweerexces. De verdediging heeft een verzoek gedaan om een afschrift van het medische dossier van [slachtoffer] te krijgen. Mogelijk wordt haar psychische toestand ter discussie gesteld en hierdoor is het niet denkbeeldig dat het pleidooi schreeuwt om een reactie van de nabestaanden. Wanneer ik namens cliënten mag reageren na het requisitoir en pleidooi, kan ik me waarschijnlijk beperken tot hetgeen in de ogen van mijn cliënten niet klopt. Ik kan dan een stuk korter zijn in mijn reactie. Wanneer ik voor het requisitoir het woord moet voeren, moet ik op allerlei zaken anticiperen en zal ik een hele bewijsinstructie moeten opzetten.

De voorzitter zegt toe dat mr. Korver en de nabestaanden tijdens de zitting gebruik kunnen maken van de gebruikelijke faciliteiten, zoals die ook zijn aangevraagd. De zaak zal worden behandeld achter gesloten deuren, dus de pers zal niet aanwezig zijn. Ook aan de wens van de nabestaanden om niet met de pers te worden geconfronteerd, kan derhalve worden voldaan.

officier van justitie:

Ik zal eerst ingaan op het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Ik snap de belangen voor verdachte om geschorst te worden. Ik wil voorop stellen dat het een zeer ernstig feit betreft. Hierdoor is de afweging van de belangen wat mij betreft anders. De raadsman geeft aan dat er een beroep komt op noodweer en dat niet uitgesloten kan worden dat dit wordt toegewezen. Ik wil niet te veel inhoudelijk op de zaak ingaan, maar wat mij betreft is dat standpunt op dit moment onaannemelijk. Als ik kijk naar het dossier en zie dat [slachtoffer] met 35 messteken om het leven is gebracht en verdachte één sneetje in zijn vinger heeft, dan zegt dat iets over de aannemelijkheid van dat scenario.

Ik deel de visie van de verdediging dat er bij Den Hey-Acker en bij Teylingereind zaken zijn voorgevallen die maken dat de conclusie gerechtvaardigd is dat de Staat in zijn zorgplicht ten aanzien van verdachte te kort is geschoten, niet. Ik ga zeker niet zeggen dat het verblijf in een justitiële jeugdinrichting prettig is. Er is echter met een reden sprake van voorlopige hechtenis en in dat kader worden regels gesteld en worden een verdachte beperkingen opgelegd. Deze zijn er om de instelling draaiende te kunnen houden.

Voorts wijst de raadsman er op dat er geen behandeling wordt gestart voor verdachte binnen Den Hey-Acker, terwijl het in het belang van verdachte is dat deze behandeling zo spoedig mogelijk wordt gestart. Op dit moment zal er buiten de JJI ook geen behandeling plaatsvinden. Het belangrijkste op dit moment is wat mij betreft dat door de deskundigen is vastgesteld dat er sprake is van een hoog recidiverisico. Het recidiverisico ziet niet alleen op het gebied van relatievorming. Uit het rapport blijkt ook dat verdachte een gevaar is voor zichzelf. De deskundigen wijzen er op dat verdachte goed kan voordoen alsof er niks aan de hand is. Hij kan het goed verbloemen. Dat risico kan, zeker op dit moment, niet worden ingeperkt door voorwaarden. Het klopt dat op dit moment de omstandigheden in Den Hey-Acker zwaarder zijn dan normaal. Maar de hele maatschappij heeft te maken met een beperking van de bewegingsvrijheid en een beperking van contacten. De getroffen maatregelen in Den Hey-Acker kunnen als extra zwaar worden ervaren, maar zijn genomen in het belang van de gezondheid van verdachte en zijn medegehechten. De ouders van verdachte mogen nu niet op bezoek, maar er is nog wel de mogelijkheid om met elkaar te bellen. Ook wordt door de verdediging aangevoerd dat verdachte in Den Hey-Acker is aangewezen op zelfstudie. Op dit moment zal dit in de thuissituatie niet anders zijn nu de scholen zijn gesloten vanwege het Coronavirus. De maatregelen die worden genomen in verband met het Coronavirus gelden voor de hele maatschappij. Behandeling gaat niet plaatsvinden als verdachte thuis is en vanwege het hoge recidiverisico is het niet wenselijk dat verdachte naar huis gaat. Het gaat hier om een heel ernstig delict en er is sprake van een hoog recidiverisico waarvoor langdurige behandeling in een klinische setting nodig is. Het recidiverisico kan vanuit de thuissituatie onvoldoende worden verminderd, ondanks het warme, steunende netwerk. Ik verzoek u dan ook het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af te wijzen, evenals het subsidiaire verzoek om te bepalen dat verdachte de voorlopige hechtenis vanuit de thuissituatie dient te ondergaan. Dit komt de facto op een schorsing van de voorlopige hechtenis neer.

De jeugdreclassering stelt dat verdachte momenteel niet de behandeling krijgt die door de deskundigen is geadviseerd. De Raad wijst op de mogelijkheid om advies in te winnen bij de deskundigen van Teylingereind. Zoals ik zojuist al heb aangegeven, is er op dit moment een deskundige van Teylingereind telefonisch bereikbaar voor eventuele vragen. Er is geen sprake van een inbreuk op het recht op family life of het recht op school, maar mocht dit wel zo worden gezien, dan is deze inbreuk gerechtvaardigd omdat het om nationaal geldende maatregelen gaat.

Ik zal ingaan op het verzoek van mr. Korver tot het verstrekken van de stukken die zien op de persoon van verdachte. Ik vind dit een duivels dilemma. Enerzijds zijn er de belangen van de nabestaanden. Ik begrijp dat zij bepaalde informatie nodig hebben om te kunnen verwerken wat er is gebeurd en ter voorkoming van secundaire victimisatie. Het belang voor de vordering benadeelde partij zie ik minder. Aan de andere kant is er het belang van verdachte op eerbiediging van het recht op zijn privacy. Dit is een fundamenteel recht en speelt nergens zo’n grote rol als in zaken betreffende minderjarigen. Ik begrijp dat de nabestaanden meer informatie willen hebben over de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Tijdens de zitting en in het vonnis zal op de persoonlijke omstandigheden van verdachte worden ingegaan en krijgen de nabestaanden een beeld van de persoon van verdachte. Ook speelt wat mij betreft een groter maatschappelijk belang. Wanneer duidelijk wordt dat persoonlijkheidsonderzoeken volledig aan slachtoffers worden verstrekt, zullen verdachten en referenten nog minder geneigd zijn om mee te werken. Dat alles maakt dat ik het belang van de nabestaanden zie, maar bij de afweging van de belangen vind ik deze niet opwegen tegen het belang van verdachte op eerbiediging van zijn privacy. Ik verzoek tot afwijzing van dit verzoek van mr. Korver.

Ten aanzien van het verzoek van mr. Korver tot verstrekking van de e-mailcorrespondentie merk ik op dat dit op de vorige zitting ook al is besproken. De rechtbank heeft toen al besloten dat de correspondentie tussen mij en de raadsman van verdachte niet als processtukken wordt aangemerkt. Ik heb toegezegd dat ik de nabestaanden op de hoogte zal houden over de punten waar discussie over bestaat en waar de rechter-commissaris onderzoek naar doet.

Ik kan mij vinden in het verzoek van mr. Korver om hem en de nabestaanden na het requisitoir en pleidooi het woord te laten voeren.

raadsman verdachte:

Ik ontken niet dat het om een ernstig strafbaar feit gaat, maar dat moet de afweging niet anders maken. Ik hoor de officier van justitie zeggen dat beroep op noodweer niet aannemelijk is nu [slachtoffer] met 35 messteken om het leven is gebracht. Dit sluit een beroep op noodweerexces echter niet uit. De verdachte heeft een verklaring afgelegd, die op een aantal punten ondersteuning vindt in het dossier. Bijvoorbeeld de afwijkende punt van het mes. Ook heeft verdachte aangegeven dat hij in het weekend voor 19 augustus 2019 nog intiem is geweest met [slachtoffer] . Het scenario kan nu zeker niet uitgesloten worden.

Door de officier van justitie wordt aangegeven dat er zowel binnen als buiten Den Hey-Acker geen behandeling plaatsvindt. Wat zijn hiervan echter de gevolgen? Gelet op de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte zal zijn ontwikkeling verder beschadigd raken. Bij een schorsing van de voorlopige hechtenis kan het contact van verdachte met vrienden worden beperkt. Voorkomen moet worden dat verdachte in Den Hey-Acker verder wordt beschadigd en zal verharden.

Ik vind het jammer om hier ter zitting te moeten horen dat er contact is geweest tussen de officier van justitie en Teylingereind. Ik wil graag meedenken over een mogelijke behandeling van verdachte. Ik blijf bij mijn verzoek om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen.

Ten aanzien van de verzoeken van mr. Korver geeft de raadsman van verdachte zijn standpunt weer en legt zijn pleitaantekeningen daaromtrent over. Deze pleitaantekeningen zijn aan dit proces-verbaal gehecht en de inhoud dient als hier ingelast en herhaald te worden beschouwd.

mr. Korver:

Het klopt dat er met betrekking tot het spreekrecht geen vaste lijn is in de jurisprudentie en geen grondslag in de wet. Dat maakt dat het casuïstisch is en er zoveel mogelijk recht moet worden gedaan aan alle belangen. Het minste wat de nabestaanden van een minderjarig slachtoffer mogen verwachten, is dat zij op een wijze worden behandeld, die voorkomt dat zij nogmaals slachtoffer worden. Het strafproces is erbij gediend om het spreekrecht op een wijze te laten plaatsvinden als door mij verzocht.

Met betrekking tot het verzoek om een afschrift van de stukken wil ik nog opmerken dat de privacy van [slachtoffer] en haar ouders door verdachte op een wijze is geschonden die niet valt te omschrijven. Nu beroept verdachte zich op zijn privacy. Ik wijs erop dat inzage van de stukken niet geweigerd kan worden op grond van eerbiediging van de privacy. Het verstrekken van een afschrift kan de rechtbank wel weigeren op die grond. Ik heb de rechtbank juist verzocht om mij een afschrift te verstrekken zodat ik in alle rust op kantoor de stukken met mijn cliënten kan bespreken. Primair wens ik een afschrift te verkrijgen van de stukken onder de voorwaarden zoals ik heb voorgesteld. Subsidiair heb ik sowieso recht op inzage van de stukken.

De voorzitter deelt mee dat er bij de rechtbank geen behoefte bestaat om op dit moment GZ-psycholoog drs. M.D. Beijer-Holtman van JJI Teylingereind via de telefoon te horen. Aan de rechtbank liggen lastige en principiële verzoeken voor. De rechtbank heeft tijd nodig om hier goed over na te denken. De voorzitter stelt voor om de beslissingen schriftelijk in het proces-verbaal op te nemen, maar dat morgen wel voor de uitspraken kan worden gebeld met de griffier. Ook is het mogelijk om morgen een nieuw zittingsmoment plaats te laten vinden.

De raadsman van verdachte en mr. Korver geven aan dat de beslissingen schriftelijk kunnen worden medegedeeld in het proces-verbaal.

De voorzitter deelt mee dat de raadsman van verdachte, mr. Korver en de officier van justitie morgen om 14.00 uur telefonisch de beslissingen kunnen verwachten. De nadere uitwerking en onderbouwing van de beslissingen volgen in het proces-verbaal.

De voorzitter deelt mee dat de rechtbank, nu het belang van het onderzoek dit vordert, het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd schorst. Geprobeerd wordt om in juni 2020 een nieuwe zitting te plannen in het kader van regie. Voorts zal op die zitting zoveel als mogelijk een inhoudelijke zittingsdatum worden gezocht.

In de omstandigheid dat niet te verwachten is dat het vereiste onderzoek binnen een periode van een maand zal zijn afgerond, ziet de rechtbank een klemmende reden de termijn van een schorsing niet tot een maand te beperken. Zij bepaalt dat het onderzoek in deze zal worden hervat binnen een periode van drie maanden na heden.

De voorzitter beveelt de oproeping van verdachte en zijn raadsman, de ouders van verdachte, de deskundige van de Raad voor de Kinderbescherming en de deskundige van de jeugdreclassering tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting wordt voortgezet en beveelt dat de slachtoffers en hun raadsman van die datum en dat tijdstip in kennis worden gesteld.

Dit proces-verbaal is door de voorzitter en de griffier vastgesteld en ondertekend.

NB:

Ter zitting is partijen meegedeeld dat er een behoorlijk aantal verzoeken voorligt waarvan sommige principieel van aard zijn. Aangezien de rechtbank inschatte dat er daarom meer tijd nodig zou zijn dan gebruikelijk om te raadkameren, is besloten om de beslissingen een dag later telefonisch mee te delen. In verband met de maatregelen die gelden vanwege het Coronavirus is met instemming van partijen voorts besloten om het onderzoek ter terechtzitting niet te onderbreken en later ter terechtzitting uitspraak te doen, maar de beslissingen rechtstreeks in het proces-verbaal op te nemen.

Rechtbankbeslissingen:

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis ambtshalve getoetst. Er is sprake van ernstige bezwaren aangezien verdachte heeft bekend het slachtoffer te hebben gestoken. De verklaring van verdachte, te weten dat hij uit zelfverdediging heeft gehandeld, wordt nog aanvullend onderzocht en is, voorlopig oordelend, niet zodanig aannemelijk dat deze in deze fase van het geding moet leiden tot de conclusie dat geen sprake meer is van ernstige bezwaren. De gronden die in de laatste beslissing van de rechtbank zijn aangenomen, zijn nog steeds actueel. Gelet op de ernst van het feit waar verdachte van wordt verdacht en het daarop gestelde strafmaximum, is artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet van toepassing. De voorlopige hechtenis wordt dan ook niet opgeheven.

De verzoeken van de verdediging om de voorlopige hechtenis in enige vorm te schorsen, worden afgewezen. De rechtbank realiseert zich dat verdachte minderjarig is en dat daarom het uitgangspunt geldt: ‘schorsen tenzij’. Daar staat echter tegenover dat verdachte van een zeer ernstig feit wordt verdacht waardoor de maatschappij nog steeds in ernstige mate is geschokt. Voorts is door de gedragskundigen geconcludeerd dat het recidiverisico hoog is en dat verdachte een intensieve behandeling nodig heeft. Naar het oordeel van de rechtbank is door de jeugdreclassering en de verdediging onvoldoende aannemelijk en concreet gemaakt dat met een dergelijke behandeling in voorlopige hechtenis geen aanvang gemaakt zal gaan worden én dat verdachte, wanneer hij geschorst wordt, wel en ook op kortere termijn behandeld zal kunnen worden.

De rechtbank begrijpt dat de situatie in de jeugdgevangenis op dit moment verre van ideaal is en neemt ook aan dat de ontwikkeling van verdachte hierdoor wordt benadeeld. Deze omstandigheden zijn echter van onvoldoende gewicht om in het licht van het voorgaande een schorsing te rechtvaardigen. Datzelfde geldt voor het meer subsidiaire verzoek van de verdediging om de voorlopige hechtenis in de thuissituatie te laten plaatsvinden.

Het verzoek van mr. Korver om alsnog een afschrift te krijgen van het verzoek tot schorsing van de verdediging, alsmede de adviezen van de jeugdreclassering en de Raad daaromtrent, wordt afgewezen. De rechtbank heeft eerder gemotiveerd op dit verzoek beslist en ziet geen reden om hier op terug te komen. Ook zullen deze stukken niet als bijlage(n) aan het proces-verbaal van de zitting worden gehecht. Wel zal in het proces-verbaal zakelijk worden weergegeven hetgeen de voorzitter ter zitting hierover heeft voorgehouden.

Het verzoek van mr. Korver om een afschrift te krijgen van alle correspondentie tussen de raadsman van verdachte en de officier van justitie, waaronder de e-mails die zien op discrepanties tussen de processen-verbaal van enkele verhoren van de verdachte en hetgeen is opgenomen en door de raadsman is beluisterd, wordt afgewezen. Door de rechtbank is eerder geoordeeld dat deze stukken geen onderdeel zijn van het procesdossier en daarom niet vallen onder de reikwijdte van 51b Sv. De rechtbank ziet geen reden om terug te komen op deze beslissing.

De verzoeken van mr. Korver om een afschrift te krijgen van de overige stukken die zien op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de rapportage van Teylingereind, het strafblad en de nog uit te brengen definitieve rapportages van de jeugdreclassering en de Raad, worden toegewezen. De nabestaanden hebben een wettelijk recht om stukken die behoren tot het procesdossier in te mogen zien. Daartoe behoren ook de stukken voornoemd. Aangezien mr. Korver niet alleen om inzage heeft verzocht, maar ook om een afschrift van deze stukken, maakt de rechtbank een afweging tussen de belangen die de nabestaanden hebben bij het verkrijgen van een afschrift van deze stukken en de inbreuk die dit maakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Aangezien de wetgever een steeds groter belang heeft toegekend aan het voor slachtoffers op een volwaardige wijze kunnen deelnemen aan het strafproces en aan hen in dat kader steeds verdergaande bevoegdheden heeft toegekend waarvan de uitoefening wordt bemoeilijkt wanneer de onderhavige stukken niet worden verstrekt, wegen de belangen van de nabestaanden naar het oordeel van de rechtbank zwaarder. Wel zal de rechtbank aan de verstrekking van deze stukken een aantal voorwaarden verbinden. De stukken worden enkel aan mr. Korver verstrekt. Hij zorgt voor een zorgvuldige opslag van deze stukken en draagt er zorg voor dat er geen kopieën worden gemaakt en/of dat deze verder worden verspreid. Ten slotte worden deze stukken na het onherroepelijk worden van de zaak door mr. Korver vernietigd.

Voorzittersbeslissingen:

Het verzoek van mr. Korver om na het requisitoir en het pleidooi van de verdediging het woord te mogen voeren namens zijn cliënten, wordt toegewezen. De voorzitter stelt bij de beoordeling van dit verzoek het arrest van het gerechtshof Den Bosch van 31 maart 2017 (ECLI:NL:GHSHE:2017:1417) voorop en neemt het oordeel dat daarin is opgenomen als uitgangspunt:

‘Het hof is van oordeel dat, nu een spreekgerechtigde een andere rechtspositie dan de procespartijen kent en geen procespartij doch procesdeelnemer is, hij/zij in zoverre dan ook niet dezelfde rechten als die van een procespartij toekomt. Het beginsel van “equality of arms” dat voortvloeit uit artikel 6 EVRM, geldt voor procespartijen en niet ook voor de procesdeelnemer (het slachtoffer of spreekgerechtigde) nu deze niet de status van procespartij heeft. Evenmin brengt de uitbreiding van het spreekrecht (iwtr. 1 juli 2016) mee dat het slachtoffer mee mag debatteren met de procespartijen. Het “recht van een tweede termijn” kent geen (internationaal-)wettelijke basis.

Hoewel in de wet niet met zoveel woorden is bepaald dat het spreekrecht altijd vóór het requisitoir dient plaats te vinden ontleent het hof aan de volgorde van voornoemde bepalingen daaromtrent in het Wetboek van Strafvordering (eveneens) een argument om aan te nemen dat de spreekgerechtigde geen tweede termijn toekomt wanneer het gaat om uitoefening van het spreekrecht.

Ten slotte overweegt het hof dat, indien het hof anders zou besluiten, het de hoofdstructuur van het Nederlandse strafproces te zeer zou wijzigen waarbij een tweepartijenproces verwordt tot een driepartijenproces, hetgeen naar het oordeel van het hof niet tot de rechtsvormende taak van de rechter behoort, maar bij uitstek dient te worden geregeld door de wetgever.’

In het gegeven dat één van de belangrijkste vragen in het onderhavige dossier de aannemelijkheid van een beroep op noodweer(exces) zal zijn, ziet de voorzitter echter aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De voorzitter geeft mr. Korver en de nabestaanden wel mee dat het niet de bedoeling is dat zij los van elkaar uitgebreid stil zullen staan bij alle aspecten van de onderhavige zaak. De voorzitter gaat ervan uit dat mr. Korver zich met name zal richten op het bewijs, de strafbaarheid en de straftoemeting en daarbij, waar mogelijk, zal refereren aan hetgeen door de officier van justitie en/of de verdediging naar voren is gebracht. De nabestaanden kunnen zich tijdens de uitoefening van hun spreekrecht met name uitlaten over de impact die het overlijden van [slachtoffer] op hen heeft gehad. Zij zullen zich wat de straf betreft beperken tot ‘een enkel woord’, - de voorzitter begrijpt een beperkt aantal woorden - zoals door mr. Korver ter zitting ook is toegezegd.

De verzoeken met betrekking tot de faciliteiten waar de nabestaanden ter zitting over willen beschikken, alsmede hun wens om niet met de pers te worden geconfronteerd, zullen, zoals reeds ter zitting toegezegd, worden gehonoreerd.

Overig:

Na de zitting is de nieuwe zittingsdatum bekend geworden, te weten: 15 juni 2020 om 14.00 uur. De verwachting is dat het dossier dan compleet is. Deze zitting zal de voorlopige hechtenis worden getoetst en een inventarisatie worden gemaakt van de laatste onderzoekshandelingen die - eventueel - nog noodzakelijk zijn. Van de raadsman van verdachte wordt verwacht dat hij uiterlijk zeven dagen voor de zitting kenbaar maakt of er onderzoekswensen zijn, en zo ja, welke dit zijn.