Strafrecht overig
Verdachte is op iemand afgereden. Vrijspraak poging doodslag. Bedreiging met zware mishandeling bewezen…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 mei 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:3131 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 10 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2023-3131
Zaakgegevens
Op 10 mei 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 10 mei 2023
- Datum publicatie
- 10 mei 2023
- Zaaknummer
- 02-196192-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:3131
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte is op iemand afgereden. Vrijspraak poging doodslag. Bedreiging met zware mishandeling bewezen. Taakstraf 120 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-196192-22
vonnis van de meervoudige kamer van 10 mei 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1986, te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
raadsvrouw mr. S. van Eekelen, advocaat te Tilburg.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 april 2023, waarbij de officier van justitie, mr. P.W.P. Emmen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is gewijzigd volgens artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft geprobeerd [slachtoffer] dood te rijden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door op haar in te rijden dan wel hiermee heeft gedreigd door dit te doen.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vraagt om vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit. De poging tot doodslag of poging tot zware mishandeling kan niet wettig en overtuigend bewezen worden, omdat niet kan worden vastgesteld hoe hard verdachte heeft gereden en hoe ver hij van aangeefster verwijderd was. De officier van justitie acht wel de subsidiair ten laste gelegde bedreiging wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert zich daarbij op de aangifte, de getuigenverklaring van [getuige] en de camerabeelden in het dossier. De getuige heeft verklaard dat de auto in de richting van aangeefster reed en hierbij een slingerende, dreigende beweging maakte. Op de camerabeelden is deze beweging ook te zien. Dit maakt dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de bedreiging.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Verdachte is niet ingereden op aangeefster en heef niet op haar ingestuurd. Over de snelheid waarmee verdachte reed, is niets bekend en hij heeft zelfs geremd. Aangeefster heeft het conflict zelf actief opgezocht. Verdachte heeft geen opzet dan wel voorwaardelijk opzet gehad op de dood of zwaar lichamelijk letsel van aangeefster. Het opzet ontbreekt ook bij de bedreiging. Aangeefster kon geen reële vrees hebben voor een tegen haar gericht misdrijf. Om die redenen dient verdachte integraal vrijgesproken te worden.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op 3 augustus 2022 omstreeks 15.00 uur in de auto van zijn vriendin naar de woning van zijn schoonmoeder, het latere slachtoffer, in Gilze is gereden. Verdachte heeft verklaard dat hij de bedoeling had om sleutels terug te geven.
Op camerabeelden van een videodeurbel is te zien dat een auto het [straatnaam] in komt rijden. Het [straatnaam] ligt achter de woning van het slachtoffer. Verdachte heeft erkend dat hij de bestuurder is van deze auto en dat hij op de beelden te zien is. De auto verdwijnt dan uit beeld en op dat moment komt het slachtoffer in beeld gelopen. Zij staat stil ter hoogte van de parkeervakken.
Te horen is vervolgens dat er gas wordt gegeven en kort daarop komt verdachte weer in beeld rijden met zijn auto; kennelijk heeft hij gekeerd. Te zien en te horen is dat verdachte snel optrekt en in de richting van het slachtoffer rijdt. Vlak voor verdachte bij haar is met zijn auto, stuurt hij de auto in de richting van het slachtoffer.
Verdachte heeft wisselend verklaard over de reden waarom hij in de richting van het slachtoffer stuurde. Bij de politie verklaarde hij eerst dat zijn hand van het stuur moet zijn gegleden en daarna dat hij misschien tegen de stoeprand aan was gereden waardoor hij die beweging maakte. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij de beweging mogelijk maakte omdat hij de sleutels uit het raam wilde gooien.
Verdachte kan de door hem geschetste scenario’s niet onderbouwen en zij vinden ook geen steun in het dossier. De rechtbank schuift deze scenario’s daarom als ongeloofwaardig ter zijde. De rechtbank komt tot de conclusie dat de verdachte zonder enige aanleiding in de richting van het slachtoffer heeft gestuurd en dus bewust de keuze heeft gemaakt dat te doen.
Deze conclusie vindt ook steun in de getuigenverklaring van [getuige] , die heeft verklaard dat de auto het [straatnaam] in komt rijden, dat de auto keert en vervolgens in de richting rijdt van het slachtoffer en daarbij een slingerende en dreigende beweging maakt richting het slachtoffer. [getuige] bevestigt, kortgezegd, wat op de beelden te zien is.
Na de stuurbeweging van verdachte slaat het slachtoffer met een schep in de richting van de auto van verdachte en komt zij ten val. De rechtbank kan op basis van de beschikbare bewijsmiddelen niet vaststellen of het slachtoffer aan de kant moest springen om te voorkomen dat zij door de auto werd aangereden of dat zij van schrik of door een eigen actie ten val is gekomen.
Verdachte heeft met een voor de situatie te hoge snelheid gereden in de richting van het slachtoffer en bewust in haar richting gestuurd. Dit kon bij haar, onder deze omstandigheden, een redelijke vrees opleveren dat zij zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.
Omdat onvoldoende duidelijk is over de precieze snelheid waar verdachte mee heeft gereden en niet is vast te stellen waardoor het slachtoffer is gevallen, is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag of zware mishandeling.
Wel is er voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de subsidiair ten laste gelegde bedreiging met zware mishandeling.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
Subsidiair:
op 3 augustus 2022 te Gilze, gemeente Gilze en Rijen, [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling, door met zijn personenauto met aanmerkelijke snelheid af te rijden op voornoemde [slachtoffer] .
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 120 uren met aftrek van voorarrest naar rato van 2 uur per dag, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden de door de reclassering geadviseerde meldplicht en ambulante behandeling bij Forensisch Ambulant Centrum Fivoor of een soortgelijke zorgverlener.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat, indien er een straf wordt opgelegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke rijontzegging problematisch zouden zijn voor verdachte. Een taakstraf dan wel een voorwaardelijke rijontzegging zijn dat niet.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zijn schoonmoeder bedreigd door met aanmerkelijke snelheid met een auto op haar af te rijden. Dat is een ernstige bedreiging die gelukkig niet gepaard is gegaan met enig fysiek letsel, maar dat had zomaar anders kunnen zijn. Als verdachte iets scherper in de richting van zijn schoonmoeder had gestuurd, was het maar zeer de vraag of zij nog op tijd weg had kunnen komen en hadden de gevolgen ernstig kunnen zijn. Door de rechtbank wordt zwaar aan dit soort feiten getild.
Anderzijds heeft de rechtbank ook oog voor het feit dat een en ander zich heeft afgespeeld binnen een al langer lopende ruzie waarbij verdachte, het slachtoffer en andere leden van de schoonfamilie van verdachte betrokken zijn. De schoonfamilie, en dan met name het slachtoffer, hebben zich ook niet onbetuigd gelaten. Op de camerabeelden is bijvoorbeeld duidelijk te horen dat er door het slachtoffer geschreeuwd wordt in de richting van verdachte en dat zij met een schep naar de auto van verdachte slaat. Die laatste twee omstandigheden verzwijgt het slachtoffer evenwel in haar aangifte. Ook is op de beelden te zien dat er na dit incident een aantal personen uit de brandgang komen rennen, dat een van die mannen nog met een voorwerp naar de auto slaat. Verder blijkt uit het dossier dat eerder de achterruit van de auto van verdachte is vernield.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte
Verdachte heeft voor deze verdenking 2 dagen in voorlopige hechtenis gezeten. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij nog niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Het reclasseringsrapport van 3 april 2023 schetst een positief beeld over verdachte. Door zijn ontkennende proceshouding kan de kans op recidive niet worden ingeschat, maar de reclassering ziet wel dat verdachte over het algemeen praktisch gezien zijn leven op orde heeft. Verdachte heeft een baan, een relatie en woonruimte. Wel maakt de reclassering zich zorgen over het emotioneel welzijn van verdachte. Om die reden adviseert de reclassering om bij een veroordeling een deels voorwaardelijke straf op te leggen met een aantal bijzondere voorwaarden.
De straf
Gelet op de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat een (deels) onvoorwaardelijke taakstraf op zijn plaats is. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Met de officier van justitie acht de rechtbank een taakstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden.
Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank op basis van het dossier geen aanleiding aan het voorwaardelijke deel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden. De reclassering concludeert immers ook dat verdachte zijn leven op orde heeft. Die conclusie neemt de rechtbank, mede naar aanleiding van wat is besproken op zitting, over. Onder die omstandigheden zijn bijzondere voorwaarden niet passend.
Bijkomende straf
Wel vindt de rechtbank, met de officier van justitie, een rijontzegging op zijn plaats. Verdachte heeft een auto ingezet om het slachtoffer te bedreigen. Hij gebruikt de auto feitelijk als wapen en dat is zeer zorgelijk. Verdachte creëert daarmee een hele gevaarlijke situatie.
Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk en de rechtbank ziet dat belang. Om die reden zal de rechtbank volstaan met een geheel voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 285 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179a van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Subsidiair: bedreiging met zware mishandeling;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van deze taakstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar rato van 2 uur per dag;
- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat de voorwaardelijke rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Breeman, voorzitter, mr. J.C. Gillesse en mr. T. Kemper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.J.W. Claassen en G.T.A. Schuurmans-Knoop, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 mei 2023.