Strafrecht overig

Verdachte is veroordeeld voor het medeplegen witwassen van € 259.550. Aan verdachte is een gevangenisstraf…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 3 oktober 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
3 oktober 2024
Datum publicatie
17 oktober 2024
Zaaknummer
02-081594-24
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:7024
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld voor het medeplegen witwassen van € 259.550. Aan verdachte is een gevangenisstraf van 240 dagen waarvan 227 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar opgelegd. Hieraan zijn bijzondere voorwaarden verbonden. Daarnaast is aan verdachte een taakstraf van 200 uur opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-081594-24

vonnis van de meervoudige kamer van 3 oktober 2024

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats]

wonende te [woonadres]

raadsman mr. G.N. Weski, advocaat te Rotterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 oktober 2024, waarbij de officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van ongeveer 259.550 euro.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van het in de tenlastelegging opgenomen bedrag in contanten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2024059931, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met 96.

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

  • het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2024 (p. 15 – 20);

  • het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2024 (p. 25 – 28);

  • de ter zitting van 3 oktober 2024 afgelegde bekennende verklaring van verdachte.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 8 maart 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een
ander
een geldbedrag van ongeveer 259.550 euro heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen,
terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat dit geldbedrag
onmiddellijk of middelijk afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 227 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarbij heeft de officier van justitie verzocht de bijzondere voorwaarden op te leggen zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast vordert zij een taakstraf voor de duur van 200 uur te vervangen door 100 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging acht de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is niet wenselijk gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij is bereid om mee te werken aan de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot contant geldbedrag door dit geldbedrag te ontvangen van de [medeverdachte] op een parkeerplaats in [plaats] , terwijl hij wist dat de herkomst van dat geld niet legaal was. Witwassen vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Gelden zonder legale herkomst worden doorgaans weer in de bovenwereld uitgegeven of geïnvesteerd, waardoor er een vermenging van de boven- en onderwereld plaatsvindt. Dit heefteen ontwrichtende en ondermijnende werking op de maatschappij. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 19 augustus 2024, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld. Deze veroordeling dateert van december 2009 en ziet op een andersoortig feit. Verdachte wordt daarom gezien als een first offender. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 6 augustus 2024 waarin de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden heeft geadviseerd. Ter zitting heeft verdachte spijt betuigd en dit komt op de rechtbank oprecht over. Daarnaast heeft verdachte ter zitting gedeeltelijk openheid van zaken gegeven, in die zin dat hij over zijn uitvoerende rol heeft verklaard. Gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft verdachte eraan gewerkt zijn leven terug op de rit te krijgen, waarin hij redelijk lijkt te zijn geslaagd.

De strafmaat

Ingeval van witwassen van grote geldbedragen is het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangpunt. Gelet op de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank reden om hiervan af te wijken. Verdachte heeft gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis stabiliteit opgebouwd, waardoor de rechtbank het in dit geval met het oog op preventie niet wenselijk acht dat verdachte opnieuw naar de gevangenis moet. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde eis van de officier van justitie passend en geboden is en zal bij de strafoplegging de eis volgen.

Omdat aan verdachte ook bijzondere voorwaarden worden opgelegd, ziet de rechtbank aanleiding om een lagere taakstraf op te leggen dan in de zaak van de medeverdachte.

7 Het beslag

Het in beslag genomen geldbedrag van 300 euro is vatbaar voor verbeurdverklaring.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

medeplegen van witwassen

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 227 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* meldplicht bij reclassering

betrokkene meldt zich bij Reclassering Nederland op het adres Wibautstraat 12 te Amsterdam. Betrokkene blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

*gedragsinterventie cognitieve vaardigheden

betrokkene neemt actief deel aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Betrokkene houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

* inzicht in financiën

betrokkene geeft de reclassering in zijn financiën;

* dagbesteding

betrokkene spant zich in voor het (vinden en) behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

- stelt vast dat van rechtswege de volgende voorwaarden gelden:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;

Beslag

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten; 300 EUR,

(Omschrijving: PL2000-2024059931-G2705133)

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. P.B. van Onzenoort, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.W. Schalk en K. Verdult, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 oktober 2024.

Mr. W.A.H.A Schnitzler-Strijbos is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen

Bijlage I

De tenlastelegging

hij op of omstreeks 8 maart 2024, te [plaats] tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen
(van) een geldbedrag van (ongeveer) 259.550 euro, althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de
verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die
voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden
had(den)

Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en/of
- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -
onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b
Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )