Strafrecht overig

Officier van justitie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering, vrijspraak in strafzaak.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 15 augustus 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
15 augustus 2025
Datum publicatie
14 augustus 2025
Zaaknummer
02-207727-22 ontneming
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:5428
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Officier van justitie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering, vrijspraak in strafzaak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-207727-22

vonnis van de rechtbank van 15 augustus 2025

in de ontnemingszaak tegen

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres],

raadsvrouw: mr. M.V. de Nooijer, advocaat te Middelburg.

1 De procedure

De officier van justitie heeft ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd. Die vordering strekt er toe dat de rechtbank het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 74.825,-- en aan betrokkene de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 augustus 2025, waarbij de officier van justitie, mr. M. Poirters, en de verdediging en betrokkene hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een hennepkwekerij en het medeplegen van diefstal van elektriciteit en daarmee een voordeel heeft behaald van € 74.825,--. Dit bedrag is gebaseerd op het rapport van de politie met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie merkt op dat in het rapport is uitgegaan van vier oogsten in de plaats van de vijf oogsten die uit het dossier blijken en verzoekt de rechtbank om met die omstandigheid rekening te houden bij het bepalen van de omvang van de vordering.

3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de ontnemingsvordering, nu in de hoofdzaak vrijspraak is bepleit. Subsidiair is verweer gevoerd tegen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het onderdeel elektriciteit.

4 Het oordeel van de rechtbank

Betrokkene is bij vonnis van heden door de rechtbank vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. De ontnemingsvordering is gebaseerd op die feiten. Gelet op de vrijspraak, is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de ontnemingsvordering. De vervolging van betrokkene heeft immers niet tot een veroordeling geleid. Uit vaste rechtspraak blijkt dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit aan de ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering in de weg staat.

5 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Boogert, voorzitter, mr. G.H. Nomes en

mr. L.W. Louwerse, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Holtgrefe en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 augustus 2025.