Strafrecht overig

Vrijspraak opzetverkrachting en -aanranding. Overtuiging ontbreekt. Benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 juni 2026

Zaakgegevens

Op 12 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
12 juni 2026
Datum publicatie
8 juni 2026
Zaaknummer
02-205240-25
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:5022
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak opzetverkrachting en -aanranding. Overtuiging ontbreekt. Benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-205240-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 juni 2026

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsman mr. S.M. van der Want, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 mei 2026. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie, mr. M.C. Fimerius, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetverkrachting en opzetaanranding van [aangeefster] (hierna: [aangeefster] ) met gebruik van dwang, geweld en/of bedreiging.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan kwalificeerde opzetverkrachting en opzetaanranding. De verklaringen van [aangeefster] zijn betrouwbaar en het dossier bevat voldoende steunbewijs.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en heeft daartoe aangevoerd dat ondersteunend bewijs voor de verklaringen van [aangeefster] ontbreekt en dat er juist feiten en omstandigheden in het dossier aanwezig zijn die deze verklaringen weerspreken. Het aantreffen van DNA van [aangeefster] op de onderzijde van de linkerhand van verdachte is verklaarbaar nu zij op dezelfde gang wonen en dezelfde deurklinken gebruiken.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

Wettig bewijs

Bij de beoordeling van deze zaak heeft de rechtbank allereerst gekeken of zich voldoende wettig bewijs in het dossier bevindt om tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten te komen. Naast de verklaringen van [aangeefster] is in het dossier steunbewijs aanwezig, te weten het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] en de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] over haar gemoedstoestand, en het op de onderzijde van de linkerhand van verdachte aangetroffen DNA van [aangeefster] . Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat er voldoende wettig bewijs is voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

Overtuigend bewijs

De vraag is vervolgens of de rechtbank aan de inhoud van de voornoemde bewijsmiddelen ook de overtuiging kan ontlenen om tot een veroordeling te komen. Uit de door [aangeefster] afgelegde verklaringen, die naar het oordeel van de rechtbank inconsistenties bevatten, is gebleken dat verdachte haar kamer is binnengekomen, een mes op haar keel heeft gezet en haar heeft bedreigd door te zeggen dat hij haar zou vermoorden indien zij zou schreeuwen. Omdat verdachte en [aangeefster] niet dezelfde taal spraken zou verdachte hun gesprek, en dus ook deze bedreiging hebben laten vertalen via Google Translate. Vervolgens heeft verdachte [aangeefster] betast door haar overal aan te raken. Hij heeft haar borsten, penis, billen en anus betast en heeft haar (op de mond) gekust. Daarnaast heeft hij aan haar oren en borsten gelikt en in haar borsten gebeten. Verder heeft [aangeefster] verklaard dat verdachte haar heeft verkracht door zijn vingers in haar anus te brengen. Na de vermeende seksuele handelingen heeft [aangeefster] niet gedoucht en ook haar tanden niet gepoetst.

Zowel het lichaam en ondergoed van [aangeefster] als het lichaam van verdachte zijn op meerdere plekken bemonsterd op DNA. Deze bemonsteringen zijn door het NFI onderworpen aan een vergelijkend DNA-onderzoek. Op basis van het onderzoek van het NFI, in samenhang met de rest van het dossier, stelt de rechtbank vast dat de bemonstering van de onderzijde van de linkerhand van verdachte het DNA van [aangeefster] bevat. Nu het belastende DNA-spoor zich beperkt tot de onderzijde van de linkerhand van verdachte biedt het rapport van het NFI onvoldoende steun om vast te stellen dat [aangeefster] is verkracht en/of aangerand door verdachte. Bij het DNA-onderzoek dat vrijwel direct na de vermeende feiten heeft plaatsgevonden is op haar lichaam immers geen DNA van verdachte aangetroffen, terwijl dat wel te verwachten was gelet op de aard en omvang van de door [aangeefster] gestelde seksuele handelingen.

De omstandigheid dat er een mes is aangetroffen in de kamer van verdachte, vindt de rechtbank evenmin voldoende onderscheidend om als steunbewijs te dienen. Daarin weegt mee dat [aangeefster] in dat verband enkel aan de politie heeft bevestigd dat zij hetzelfde soort mes heeft als het inbeslaggenomen mes.

Ten slotte is van belang dat er geen nader onderzoek is verricht naar de telefoon van verdachte en de bedreigingen die hij via Google Translate zou hebben geuit. De uitkomst van een dergelijk onderzoek had mogelijk relevante informatie kunnen opleveren.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan de rechtbank niet met voldoende zekerheid tot de conclusie komen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetverkrachting en/of opzetaanranding. De overtuiging die hiervoor nodig is, ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken.

5 De vordering van de benadeelde partij

Benadeelde partij [aangeefster] vordert een schadevergoeding van € 5.500,00.

Verdachte zal worden vrijgesproken van de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

6 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;

Benadeelde partij

- verklaart benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Akdikan, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 juni 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

1

hij op of omstreeks 5 juli 2025 te Middelburg

met een persoon, te weten [aangeefster]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het

duwen/brengen van zijn vinger(s) in de anus van die [aangeefster]

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd

door dwang, geweld en/of bedreiging, door de deur van de kamer van die [aangeefster]

open te duwen en/of die [aangeefster] een mes op de keel te zetten en/of de kamer in te

duwen en/of dreigend de woorden toe te voegen "niet schreeuwen anders

vermoord ik je" en/of "ik zal je hier wel vermoorden en niemand zal weten dat ik

het heb gedaan, ik ben op mijn gemak en ik kan daarna op mijn fiets of scooter

stappen en weg stappen." en/of te slaan en/of op het bed te duwen;

(art 243 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

2

hij op of omstreeks 5 juli 2025 te Middelburg

met een persoon, te weten [aangeefster]

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- betasten en/of likken van en/of bijten in de borsten, en/of

- kussen, en/of

- likken van een oor, en/of

- betasten van de anus, en/of

- vastpakken/betasten van de penis (van die [aangeefster] ), en/of

- knijpen in en/of betasten van de kont,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak,

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd

door dwang, geweld en/of bedreiging, door de deur van de kamer van [aangeefster] open te

duwen en/of die [aangeefster] een mes op de keel te zetten en/of de kamer in te duwen

en/of dreigend de woorden toe te voegen "niet schreeuwen anders vermoord ik je"

en/of "ik zal je hier wel vermoorden en niemand zal weten dat ik het heb gedaan, ik

ben op mijn gemak en ik kan daarna op mijn fiets of scooter stappen en weg

stappen." en/of te slaan en/of op het bed te duwen;

(art 241 lid 2 Wetboek van Strafrecht)