Strafrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Op tegenspraak · Strafrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5402 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 19 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-5402
Zaakgegevens
Op 19 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 19 juni 2026
- Datum publicatie
- 19 juni 2026
- Zaaknummer
- 02-080843-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5402
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-080843-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 19 juni 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsvrouw mr. N.A.H. Limbourg, advocaat te Breda.
1 Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 05 juni 2026, waarbij de officier van justitie mr. L. van Hemert en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting dan wel aanranding van [aangeefster] (hierna: aangeefster).
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting. De officier van justitie baseert zich daarbij op de betrouwbaar te achten verklaring van aangeefster, de 112-melding en het gegeven dat er DNA van verdachte op de slip van aangeefster is aangetroffen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt verdachte van het tenlastegelegde, zowel primair als subsidiair, vrij te spreken.
De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van aangeefster onvoldoende betrouwbaar zijn en het dossier onvoldoende steunbewijs bevat om de verklaringen van aangeefster te kunnen ondersteunen.
Het oordeel van de rechtbank
Het dossier bestaat onder meer uit de verklaringen van aangeefster en verdachte, een 112-melding en een onderzoek van het NFI naar biologische sporen en DNA. Er zijn geen directe getuigen bij het voorval aanwezig geweest.
Verdachte heeft verklaard dat hij met zijn fiets tegen aangeefster is gebotst, waarna er onenigheid is ontstaan. Verdachte heeft aangeefster geduwd en geslagen waardoor zij beiden op de grond zijn gevallen. Er is daarbij een worsteling ontstaan. Verdachte ontkent hetgeen aangeefster heeft verklaard, te weten dat hij met zijn hand in de slip van aangeefster is gegaan en daarbij de clitoris van aangeefster heeft betast.
Aangeefster heeft verklaard dat zij op enig moment van achteren twee armen om haar middel voelde, waarna ze samen met verdachte in de modder viel. Hierna is er een worsteling ontstaan waarbij aangeefster heeft geprobeerd verdachte van zich af te duwen. Verdachte is tijdens de worsteling met zijn hand in haar broek gegaan, richting haar vagina. Daarbij heeft verdachte ook de clitoris van aangeefster betast.
De rechtbank constateert dat de verklaringen van aangeefster en verdachte op essentiële onderdelen lijnrecht tegenover elkaar staan.
Er is onderzoek gedaan naar DNA-sporen. De slip van aangeefster is op meerdere plaatsen bemonsterd, welke monsters door het NFI zijn onderzocht. Op de binnen- en buitenzijde aan de achterzijde van de tailleband is een DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de locatie waar het DNA is aangetroffen en het gegeven dat zowel verdachte als aangeefster verklaren over een worsteling die op de grond heeft plaatsgevonden en waarbij zou zijn geduwd en/of getrokken, niet buiten redelijke twijfel is vast te stellen dat de DNA-match enkel steun kan bieden aan de verklaring van aangeefster.
Ook op basis van de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de tenlastegelegde handelingen, zoals deze zijn omschreven door aangeefster, zich daadwerkelijk hebben voorgedaan.
De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van de tenlastegelegde verkrachting (primair) en aanranding (subsidiair).
5 De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [aangeefster] vordert een schadevergoeding van € 10.996,13.
Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.
De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
6 Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
De benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.S. van Bree, voorzitter,
en mr. D.H.. Hamburger en mr. I.M.L.. Felix, allen kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.C. Bles, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 19 juni 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 7 maart 2024 te [plaats]
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of
meer
handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , hebbende verdachte zijn
vinger(s) tussen de schaamlippen van die [aangeefster] geduwd/gebracht en
bestaande dat geweld en/of die feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een
andere feitelijkheid uit;
- het van achteren benaderen en/of in botsing komen met die [aangeefster] , althans
het duwen van die [aangeefster] , en/of
- het naar beneden trekken van de broek van die [aangeefster] , en/of
- het trekken aan de onderbroek/string van die [aangeefster] , en/of
- het duwen van en/of trekken aan die [aangeefster] , en/of
- het onverhoeds met zijn hand in de broek van die [aangeefster] gaan, en/of
- het weggooien van de telefoon van die [aangeefster] ;
( art 242 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 7 maart 2024 te [plaats] ,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere
feitelijkheid
[aangeefster] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer
ontuchtige handelingen, hebbende verdachte de schaamstreek van die [aangeefster]
betast en bestaande dat geweld en/of die feitelijkheid en/of bedreiging met geweld
en/of een andere feitelijkheid uit het:
- het van achteren benaderen en/of in botsing komen met die [aangeefster] , althans
het duwen van die [aangeefster] , en/of
- het naar beneden trekken van de broek van die [aangeefster] , en/of
- het trekken aan de onderbroek/string van die [aangeefster] , en/of
- het duwen van en/of trekken aan die [aangeefster] , en/of
- het onverhoeds met zijn hand in de broek van die [aangeefster] gaan, en/of
- het weggooien van de telefoon van die [aangeefster] ;
( art 246 Wetboek van Strafrecht )