Strafrecht overig
Verlenging tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6676 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-6676
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- 02-329685-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6676
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar.
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-329685-21
Beslissing van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [locatie] te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
raadsvrouw: mr. J.A. Aaldijk, advocaat te 's-Gravenhage.
1 De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 2 juni 2026, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met twee jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene tot en met het vierde kwartaal van 2025;
- de rapportage van [de psychiater] , van 24 april 2026;
- de rapportage van [de psycholoog] , van 23 april 2026;
- het rapport van FPC [locatie] (hierna: de tbs-instelling) van 19 mei 2026, waarin het advies van de tbs-instelling is vermeld.
2 De procesgang
Bij beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 juni 2022 is betrokkene,
wegens overtreding van artikelen 285, 302 en 310 van het Wetboek van Strafrecht,
ontslagen van alle rechtsvervolging en veroordeeld tot tbs met verpleging van
overheidswege. De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 15 juli 2022. Bij beslissing van deze rechtbank van 5 juli 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 14 juli 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Voorts is gehoord als deskundige [persoon] , verpleegkundig specialist GGZ en coördinerend regiebehandelaar bij de tbs-instelling.
3 De adviezen
Advies tbs-instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 19 mei 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar en heeft daartoe, samengevat, het volgende vermeld. Bij betrokkene is sprake van een schizo-affectieve stoornis en een autismespectrumstoornis. Met de huidige mate van zorg, ondersteuning en toezicht wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als matig. De belangrijkste beschermende factoren zijn extern van aard en zijn gelegen in de passende hulpverlening en toezicht en een stabiele woonsituatie. Indien de huidige mate van zorg en toezicht komt te vervallen, wordt het recidiverisico ingeschat als hoog. Vanwege het beperkte probleeminzicht zal betrokkene naar verwachting medicatie-inname staken. De sociale en copingvaardigheden zijn beperkt en betrokkene is niet in staat zelfstandig een stabiel bestaan op te bouwen. In de komende periode moet blijken of betrokkene stabiel kan functioneren, zijn probleembesef en inzicht toeneemt en zijn copingvaardigheden toenemen. Op basis hiervan wordt het risicomanagement verder bepaald, zijn traject concreter vormgegeven en het benodigde beveiligingsniveau en uitstroomdoel bepaald. De verwachting is dat betrokkene nog meerdere jaren afhankelijk is van hulp, ondersteuning en begeleiding.
Ter zitting heeft de deskundige het advies van de tbs-instelling bevestigd en daaraan toegevoegd dat er sprake is van een wisselend verloop van het psychiatrisch beeld waarbij er ook momenten zijn van psychiatrische ontregeling. De tbs-instelling heeft overwogen een aanvraag tot begeleid verlof in te dienen, hetgeen uiteindelijk niet is gebeurd. Het laatste kwartaal heeft de tbs-instelling een psychiatrische achteruitgang gezien. Er is sprake van achterdocht en auditieve hallucinaties. De komende periode is noodzakelijk om te beoordelen of de ophoging van het antipsychoticum effectief is geweest. Eén van de vervolgstappen is, wanneer de risico’s voldoende zijn ingeperkt, de aanvraag van begeleid verlof. Er zijn echter nog stappen te doorlopen alvorens een aanvraag tot begeleid verlof aan de orde is.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
De psycholoog en psychiater adviseren de tbs te verlengen met twee jaar. Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een schizo-affectieve stoornis (bipolair type), een autismespectrumstoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van beperkte intellectuele capaciteiten. Indien de maatregel komt te vervallen, wordt de kans op recidive op de korte termijn als matig tot hoog ingeschat en op de lange termijn als hoog. Naar verwachting zal betrokkene het antipsychoticum staken en opnieuw psychotisch worden. Vanwege het feit dat betrokkene in psychiatrisch opzicht nog onvoldoende stabiel functioneert, heeft hij nog een langdurig behandeltraject te doorlopen. Continuering van de maatregel is dan ook noodzakelijk om het recidiverisico substantieel te kunnen verlagen en een zeer stapsgewijs resocialisatietraject te kunnen doorlopen. De voorwaardelijke beëindiging van de maatregel is niet aan de orde.
4 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.
5 Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsvrouw hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
6 Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, de vordering is tijdig ingediend en de officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene nog stappen dient te maken in zijn behandeling. Gezien het traject dat nog moet worden doorlopen en de tijd die daarvoor nodig zal zijn, zal de behandeling langer duren dan één jaar. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege moet worden verlengd met twee jaar. Met die beslissing wordt ook voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
7 Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, en mr. L.W. Louwerse en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 juli 2026.