Strafrecht overig

Ontuchtige handelingen jegens een 14-jarige jongen. Verdachte heeft via Whatsapp en Facetime die jongen…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026

Zaakgegevens

Op 22 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
22 juli 2026
Datum publicatie
22 juli 2026
Zaaknummer
02-189995-25
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6715
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontuchtige handelingen jegens een 14-jarige jongen. Verdachte heeft via Whatsapp en Facetime die jongen aangezet om diens penis te tonen en op beeld te masturberen. Van die handelingen heeft verdachte films vervaardigd en verworven.

Taakstrafverbod van toepassing, maar rechtbank is van oordeel dat toepassing hiervan geen enkel redelijk doel dient. Veroordeling tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren met de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast oplegging van een taakstraf van 120 uren.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-189995-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 22 juli 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1958,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] ,

raadsman mr. J.C.B. Dionisius, advocaat te Breda.

1 Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 08 juli 2026, waarbij de officier van justitie mr. S.A.A.P. van Hees en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ook is aanwezig geweest mr. B. Sommen namens benadeelde partij [slachtoffer] .

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

feit 1: het plegen van ontuchtige handelingen met een 14-jarige jongen, dan wel het verleiden van diezelfde 14-jarige jongen om ontuchtige handelingen bij zich zichzelf te plegen of van verdachte te dulden;

feit 2: het vervaardigen of verwerven van kinderpornografische afbeeldingen.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen, zoals ten laste gelegd onder feit 1 primair. Ook kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte kinderporno heeft vervaardigd, zoals onder feit

2 ten laste is gelegd.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat voor een bewezenverklaring van het onder feit 1 primair ten laste gelegde sprake moet zijn van een relevante interactie. Die interactie kan niet bewezen worden op basis van het dossier. Voorts kwam het initiatief van [slachtoffer] . Verdachte moet dan ook vrijgesproken worden van dit feit. Het gegeven dat het initiatief van [slachtoffer] kwam, maakt dat de rechtbank ook voor feit 1 subsidiair niet tot een bewezenverklaring kan komen en dat verdachte van dat feit eveneens vrijgesproken moet worden.

Ten aanzien van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

4.3.2.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

De rechtbank stelt de volgende feiten vast.

In de periode van 6 februari 2024 tot en met 21 februari 2024 heeft verdachte diverse malen online contact gehad met de toen 14 jarige jongen [slachtoffer] . Verdachte en [slachtoffer] zijn niet met elkaar gehuwd. Verdachte woonde in de genoemde periode in [plaats 1] .

Het contact verliep aanvankelijk via Marktplaats, vervolgens via Whatsapp en FaceTime.

Tijdens die contacten heeft verdachte [slachtoffer] opdrachten gegeven zijn penis aan verdachte te laten zien, en zich te masturberen voor verdachte op filmpjes. Voorts verstuurde verdachte seksueel getinte teksten aan [slachtoffer] , onder meer dat [slachtoffer] een klasgenootje moest zoeken, bij voorkeur een jongen, om kontje te likken, elkaar te neuken; met een meisje zou [slachtoffer] veel te jong papa kunnen worden. Verdachte had pornografische foto’s van [slachtoffer] in bezit.

Verweer van de verdediging.

Door de verdediging is verweer gevoerd ten aanzien van een bewezenverklaring van feit 1 primair. Er zou geen relevante interactie zijn geweest en het initiatief zou uitgegaan zijn van het vermeende slachtoffer.

De rechtbank stelt voorop dat artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht strekt tot bescherming van personen onder de zestien jaren tegen seksuele handelingen waarvan de wetgever heeft geoordeeld dat zij, gelet op hun leeftijd, niet in staat worden geacht de gevolgen daarvan in voldoende mate te overzien. De in deze bepaling neergelegde strafbaarstelling kent een vergaande beschermingsgraad, waarbij de bescherming van de seksuele integriteit en de gezonde seksuele ontwikkeling van personen onder de zestien jaren centraal staat.

Uit dit beschermingskarakter volgt dat voor de strafbaarheid niet van belang is van wie het initiatief tot de ontuchtige handelingen is uitgegaan. Ook als de persoon onder de zestien zelf het initiatief heeft genomen of met de ontuchtige handelingen heeft ingestemd, doet dit niet af aan de strafbaarheid van degene die de ontuchtige handelingen met die persoon heeft verricht. De wetgever heeft immers beoogd personen onder de zestien tegen dergelijke contacten te beschermen, juist omdat zij vanwege hun leeftijd als bijzonder kwetsbaar worden aangemerkt.

Met betrekking tot de gestelde afwezigheid van relevante interactie acht de rechtbank van belang dat het initiële contact tussen verdachte en [slachtoffer] via Marktplaats is gegaan, maar snel daarna op initiatief van verdachte is overgegaan is naar Whatsapp. Vervolgens blijkt uit de in het dossier aanwezige berichten dat het gesprek snel een seksuele karakter kregen. De rechtbank ziet hier voldoende relevante interactie in.

Voor het oordeel of een seksuele handeling wel of niet ontuchtig is, is niet van belang of de jeugdige het initiatief tot de seksuele handeling heeft genomen of heeft ingestemd met het verrichten van de seksuele handeling. Met andere woorden, zelfs al had [slachtoffer] het initiatief genomen, dan nog is sprake van ontuchtig handelen door verdachte op grond van de in de tenlastelegging uitgeschreven gedragingen.

Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in feit 1 primair ten laste gelegde. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen.

Ten aanzien van feit 2 stelt de rechtbank vast dat er kinderpornografische beelden van [slachtoffer] op de telefoon van verdachte zijn aangetroffen en dat hij erkent dat die beelden op zijn telefoon stonden. De rechtbank acht ook dit feit wettig en overtuigend bewezen.

4.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. primair
op tijdstippen in de periode van 6 februari 2024 tot en met 21 februari 2024 in Nederland,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- die [slachtoffer] meermalen via (whatsapp)gesprekken aanwijzingen en
opdrachten te geven tot ontuchtig handelen en
- het versturen van (whatsapp)berichten met seksueel getinte teksten aan die [slachtoffer]
[slachtoffer] en
- via FaceTime contact te onderhouden met die [slachtoffer] en die [slachtoffer] er toe te bewegen om zijn penis te tonen aan hem, verdachte, en
- het betasten van de eigen penis en het masturberen door die [slachtoffer] ;

2
op tijdstippen in de periode van 6 februari 2024 tot en met 21 februari 2024 in Nederland
telkens,
- afbeeldingen, te weten foto’s en films van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2009, was betrokken, heeft vervaardigd en verworven, welke voornoemde seksuele gedragingen telkens bestonden uit:

- het met de handen betasten en/of aanraken van de eigen geslachtsdelen door een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en de uitsnede van de foto’s en films nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel in beeld gebracht wordt waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Verder vordert de officier van justitie een taakstraf van 120 uren, bij niet verrichten te vervangen door 60 dagen hechtenis.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

Uitgaande van enkel een bewezenverklaring van feit 2 zou een voorwaardelijke gevangenisstraf niet aan de orde zijn. Volstaan kan dan worden met een lichtere taakstraf dan door de officier van justitie geëist. Mocht de rechtbank komen tot een bewezenverklaring van beide feiten dan is de strafeis van de officier van justitie redelijk.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen jegens een toen 14-jarige jongen. Gedurende meerdere Whatsapp-gesprekken en FaceTime-contacten heeft verdachte het slachtoffer ertoe aangezet om zijn penis te tonen en op beeld te masturberen. Verdachte gaf daarbij aanwijzingen over wat het slachtoffer moest doen.

Daarnaast heeft verdachte van die handelingen afbeeldingen en films vervaardigd en verworven door het slachtoffer aan te sturen de handelingen op te nemen en aan verdachte te sturen. Op die beelden is de penis van het slachtoffer te zien. Ook is te zien dat het slachtoffer zijn eigen penis betast.

Met dit handelen heeft verdachte op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijk en seksuele integriteit van het slachtoffer. Dat slachtoffer was ten tijde van de feiten slechts

14 jaar oud. Op die leeftijd bevindt een jongen zich nog midden in zijn persoonlijke, emotionele en seksuele ontwikkeling. Jeugdigen van die leeftijd zijn dan ook bijzonder kwetsbaar voor beïnvloeding door anderen en in het bijzonder door volwassenen. De wet biedt minderjarigen daarom bijzondere bescherming tegen seksueel gedrag van volwassenen. Verdachte heeft deze bescherming miskend en enkel vanuit zijn eigen belevingswereld gehandeld, zonder zich rekenschap te geven van de mogelijke gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer.

De rechtbank weegt mee dat sprake was van een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en het slachtoffer. Juist van een volwassene mag worden verwacht dat hij de grenzen bewaakt en verantwoordelijkheid neemt voor een veilige omgang met jongeren onder de zestien. Dit heeft verdachte niet gedaan. Verdachte heeft aangegeven dat hij niet uit was op bevrediging van zijn gevoelens maar dat hij slechts iemand wilde helpen bij het ontdekken van diens gevoelens. De hulp die hij als jongere zegt node te hebben gemist. De rechtbank acht deze insteek verwerpelijk en ongeloofwaardig. Verdachte is kennelijk steeds uitgegaan van datgene wat hij zegt zelf in zijn eigen jeugd te hebben meegemaakt en heeft volgens zijn eigen maatstaf gehandeld en heeft zich op geen moment en geen enkele wijze om de belangen van de minderjarige bekommerd. Ook op de zitting geeft verdachte er blijk van niet verder te kijken dan zijn eigen ervaringen en ideeën. De rechtbank is van oordeel dat hij hiermee geen oog heeft gehad voor de kwetsbare positie van [slachtoffer] . Het slachtoffer heeft via zijn advocaat op de zitting laten weten dat hij last heeft van wat is gebeurd en dat hij vreest dat zijn foto’s en films op internet blijven circuleren.

De rechtbank rekent het verdachte verder aan dat geen sprake is geweest van een enkel incident. De contacten vonden juist plaats tijdens meerdere gesprekken, op verschillende momenten. Verdachte heeft dus telkens opnieuw de keuze gemaakt het contact voort te zetten en het slachtoffer tot seksuele handelingen aan te zetten. Dat aan het gebeuren een einde is gekomen, is bovendien niet aan verdachte te danken, maar aan het ingrijpen door de moeder van [slachtoffer] .

Uit het strafblad van verdachte blijkt verder dat hij eerder voor een soortgelijke zaak veroordeeld is. Hoewel dit in 2002 was, heeft te gelden dat verdachte een gewaarschuwd mens was. Die eerdere veroordeling had hem er juist van moeten weerhouden opnieuw dergelijk gedrag te laten zien. Deze eerdere veroordeling maakt ook mede dat de verklaring van verdachte, dat hij geen eigen belang nastreefde, ongeloofwaardig.

Ook de houding van verdachte weegt de rechtbank mee in het nadeel van verdachte. Verdachte heeft slechts in beperkte mate verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Hij heeft aangegeven dat het initiatief van het slachtoffer zou zijn gekomen en niet van hem. Zijn opstelling komt op de rechtbank halfslachtig over en getuigt van onvoldoende inzicht in het kwalijke van zijn handelen en de impact daarvan op [slachtoffer] .

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met de matige gezondheid van verdachte. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat sprake is van een oudere zaak en dat verdachte sindsdien niet opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank stelt vast dat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (taakstrafverbod) van toepassing is. De officier van justitie heeft echter niet gerekwireerd tot toepassing van deze bepaling. De rechtbank is van oordeel dat toepassing van deze bepaling, gelet op de omstandigheden van deze zaak, geen enkel redelijk doel dient.

Tot slot slaat de rechtbank acht op het rapport van de reclassering van 29 juni 2026. Ook in dit rapport wordt benoemd dat niet ingeschat kan worden of verdachte daadwerkelijk inziet dat zijn gedrag negatieve impact heeft gehad op [slachtoffer] en dat hij een strafrechtelijke grens heeft overschreden vanwege de jonge leeftijd van [slachtoffer] . De reclassering geeft verder aan dat de eigen ervaringen van verdachte van invloed lijken te zijn op zijn denkpatronen en gedrag. Positief is dat verdachte zijn praktische leefgebieden op orde lijkt te hebben. Er is sprake van stabiele huisvesting, voldoende inkomen, een fijne relatie en een steunend sociaal netwerk. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag-gemiddeld.

Geadviseerd wordt de oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden van meldplicht, ambulante behandeling en vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik. Ook is de reclassering van mening dat verdachte in staat is om een taakstraf uit te voeren, mits rekening wordt gehouden met de gezondheidsklachten van verdachte.

Alles afwegende, acht de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren met de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd, passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf van 120 uren opleggen. De voorwaardelijke gevangenisstraf is hoger dan de eis van de officier, omdat de rechtbank de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd zwaarder weegt dan de officier van justitie. Daarbij acht zij met name de halfslachtige houding van verdachte en het gegeven dat het gebeuren slechts is gestopt door ingrijpen van de moeder van het slachtoffer mede bepalend.

7 Het beslag

7.1.

De teruggave

Ten aanzien van het in beslag genomen voorwerp, de telefoon van verdachte, wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte, mits de kinderpornografische afbeeldingen eerst verwijderd worden.

8 De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 2.500,- aan immateriële schade voor feit 1.

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van de gestelde immateriële schade toegewezen dient te worden. Daarbij heeft de officier van justitie verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 500,- aan immateriële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte ontbreekt, zodat geen sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in dat deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen,

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 21 februari 2024.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 240b en 247 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

feit 2: afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken vervaardigen en verwerven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging-

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

1.dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Ringbaan-West 275 te Tilburg ;

2.dat verdachte zich gedurende de proeftijd, indien de reclassering het nodig acht, laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

3.dat verdachte gedurende de proeftijd:

1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met

kinderpornografisch materiaal;

2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals

Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft

toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.

De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte;

4.dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

5.dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende

hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 500,-, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 21 februari 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 21 februari 2024 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 5 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

1 STK Telefoontoestel (omschrijving: PL2000-2024120133-G2767113, zwart, merk: Oppo).

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter,

en mr. M.E.I. Beudeker en mr. S.C.S. van Bree, rechters,

in tegenwoordigheid van M.R. Tafazzul, griffier,

en is uitgesproken ter de openbare zitting op 22 juli 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

1
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 februari 2024 tot en

met 21 februari 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in elk geval in Nederland,

met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft
gepleegd, te weten

- die [slachtoffer] meermalen via (whatsapp)gesprekken aanwijzingen en
opdrachten te geven tot ontuchtig handelen en/of
- het versturen van (whatsapp)berichten met seksueel getinte teksten aan die [slachtoffer]
[slachtoffer] en/of
- via facetime contact te onderhouden met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer]
[slachtoffer] er toe te bewegen om zijn penis te tonen aan hem, verdachte, en/of
- het betasten van de eigen penis en/of het masturberen door die [slachtoffer] ;

( art 247 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 februari 2024 tot en

met 21 februari 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , in elk geval in Nederland,

door giften en/of beloften van geld en/of goed, misbruik van uit feitelijke
verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten door

het leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2009,

en/of het psychisch overwicht van verdachte op die [slachtoffer] ,

die [slachtoffer] , die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk

heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen en/of van hem, verdachte, te

dulden, door

- die [slachtoffer] meermalen via (whatsapp)gesprekken aanwijzingen en
opdrachten te geven tot ontuchtig handelen en/of
- het versturen van (whatsapp)berichten met seksueel getinte teksten aan die [slachtoffer]
[slachtoffer] en/of
- via facetime contact te onderhouden met die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer]
[slachtoffer] er toe te bewegen om zijn penis te tonen aan hem, verdachte, en/of
- het betasten van de eigen penis en/of het masturberen door die [slachtoffer] ;

( art 248a Wetboek van Strafrecht )

2
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 februari 2024 tot en

met 21 februari 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

telkens,

- een of meer afbeeldingen, te weten foto's en/of video’s en/of films en/of
- gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (Oppo), bevattende afbeeldingen

van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2009, was

betrokken en/of schijnbaar was betrokken

heeft vervaardigd en/of verworven, althans in bezit heeft gehad,

welke voornoemde seksuele gedragingen (telkens) bestonden uit:

het met de hand(en) betasten en/of aanraken van de eigen geslachtsdelen door een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(afbeeldingen 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10, 11, 12, 15, 16, 18, 19, 20, 21, 22 van extraction report [toonmap])

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of
opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze

persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote)
geslachtsdeel in beeld gebracht wordt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;
(afbeeldingen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22 van extraction report [toonmap])

( art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht )