Strafrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Op tegenspraak · Strafrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7061 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 31 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-7061
Zaakgegevens
Op 31 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 31 juli 2026
- Datum publicatie
- 31 juli 2026
- Zaaknummer
- 02-342046-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7061
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
tbs verlenging.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-342046-21
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 31 juli 2026
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] (Irak),
verblijvende bij Forensisch Psychiatrisch Centrum [locatie] ( [adres]
),
hierna: betrokkene.
Raadsman: Mr. M. Rafik, advocaat te Amsterdam.
1 De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 9 juni 2026, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met twee jaar,
- het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 maart 2023,
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van kwartaal 1 van 2026,
- het verlengingsadvies van 1 juni 2026.
2 De procesgang
Betrokkene is op 9 maart 2023 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling en een beschadiging. Aan hem is opgelegd een gevangenisstraf van 18 maanden en tbs met verpleging van overheidswege.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is gaan lopen op 31 juli 2024. Zonder een verlenging eindigt de tbs op 31 juli 2026.
Op de zitting van 17 juli 2026 is de officier van justitie mr. M.C. Fimerius gehoord. Ook is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Daarnaast is [deskundige] (verpleegkundig specialist GGZ) gehoord.
3 Het advies van de tbs-instelling
De tbs-instelling heeft geadviseerd de tbs met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaar. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie, een licht verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek. Hij is op 23 maart 2026 opgenomen in FPC [locatie] . Hier is betrokkene erg in zichzelf gekeerd, waardoor het langer duurt om hem te leren kennen.
De problemen die horen bij het indexdelict zijn nog niet aangepakt. In de komende tijd zal worden gewerkt aan een goede behandelrelatie en observatie. Dit helpt om beter te begrijpen wat de problemen zijn en een passende behandeling te geven. Er heeft nog geen behandeling kunnen plaatsvinden en het recidiverisico is hoog als de tbs nu wordt beëindigd. Er is nog nadere evaluatie van de problematiek van betrokkene en de daaraan verbonden risico’s nodig. Dit alles zal meer dan twee jaar duren.
Op de zitting heeft [deskundige] aangegeven dat de negatieve symptomen van schizofrenie bij betrokkene duidelijk aanwezig zijn. Betrokkene is aangemeld voor het zorgprogramma Psychose en krijgt antipsychotica. Hij heeft nog geen ziektebesef.
4 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is op de zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen, gebleven.
5 Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft op de zitting verzocht om de tbs met één jaar te verlengen omdat de start van de tbs goed is gegaan en betrokkene heel gemotiveerd is Na een jaar kan dan de stand van zaken opgenomen worden.
Betrokkene heeft op de zitting aangegeven dat het goed met hem gaat.
6 Het oordeel van de rechtbank
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijk criterium.
Voor de termijn van de verlenging zal de rechtbank het advies van de tbs-instelling volgen. De start van de tbs is goed verlopen. Uit het advies van de kliniek volgt echter dat bij het wegvallen van het kader van de tbs, het risico op recidive hoog is. Betrokkene staat namelijk pas aan het begin van zijn traject. Er moet nog een behandelrelatie worden opgebouwd en er moet nog nadere diagnostiek plaatsvinden. Ook de behandeling moet nog verder worden vormgegeven en starten. Dit traject gaat langer dan één jaar duren. Het uitgangspunt is dan dat de tbs wordt verlengd met twee jaar. Alleen in geval van bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Daarvan is niet gebleken. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de verdediging, om de tbs met één jaar te verlengen, af en zal de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar verlengen.
7 De beslissing.
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.I. Beudeker, voorzitter, mr. R.J.H. de Brouwer en mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Andraws en is uitgesproken ter openbare zitting op 31 juli 2026.
De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.