Strafrecht overig

Verlenging tbs met 1 jaar.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 6 augustus 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
6 augustus 2026
Datum publicatie
4 augustus 2026
Zaaknummer
02-196472-22
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:7206
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verlenging tbs met 1 jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-196472-22

Beslissing van de meervoudige kamer van 6 augustus 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling (tbs) van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1991,

feitelijk verblijvende op het [verblijfsadres] ,

hierna: betrokkene,

raadsvrouw mr. N. Wouters, advocaat te Middelburg.

1 Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 28 april 2023 is betrokkene wegens poging doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden en een tbs met voorwaarden met als voorwaarden:

* dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* dat verdachte meewerkt aan het reclasseringstoezicht, onder meer inhoudende:

• verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

• verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;

• verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

• verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;

• verdachte werkt mee aan huisbezoeken;

• verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

• verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

• verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;

* dat als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, hij voor een time-out kan worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of een andere instelling. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt;

* dat verdachte niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat, zonder toestemming van de reclassering;

* dat verdachte zich laat opnemen in FPA de Mare, dan wel een soortgelijke zorginstelling

te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname

duurt zolang de reclassering en de zorginstelling dat nodig vinden. Verdachte houdt zich aan

de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het

innemen van medicijnen en de controle daarop kan onderdeel zijn van de behandeling. Als

de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke

opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

* dat verdachte aansluitend aan zijn klinische behandeling zich laat behandelen door een

forensisch ambulante behandelinstelling of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de

reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering en/of de zorginstelling dat nodig

vindt. Het innemen van medicijnen en de controle daarop kan onderdeel zijn van de

behandeling;

* dat verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke

opvang, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Het

verblijf start aansluitend aan zijn klinische behandeling. Het verblijf duurt zolang de

reclassering en de verblijfsinstelling dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels

en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft

opgesteld;

* dat verdachte geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle

gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

* dat verdachte geen alcohol gebruikt en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek

(blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke

controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

* dat verdachte op geen enkele wijze — direct of indirect — contact heeft of zoekt met

[persoon] ( [geboortedag 2] -1992) zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;

* dat verdachte zich inzet voor het realiseren en behouden van een passende en door de

reclassering goedgekeurde dagbesteding;

*dat verdachte de reclassering openheid geeft over het aangaan en onderhouden van

(partnerrelaties en de reclassering toestemming verleent om relevante referenten uit zijn

(sociale) netwerk te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die

deel uitmaken van zijn (sociale) netwerk;

* dat verdachte zich niet zal ophouden in de navolgende straten:

• [adres 1] ;

• Adres ouders [persoon] in [plaats] ;

De tbs met voorwaarden is dadelijk uitvoerbaar verklaard.

De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste

lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De tbs met voorwaarden is op 30 juli 2023 aangevangen.

Bij beslissing van deze rechtbank van 25 juli 2025 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van één jaar.

2 Procesverloop

De rechtbank heeft op 9 juni 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met voorwaarden. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 23 juli 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. J. Castelein, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Voorts is als deskundige gehoord [deskundige] , reclasseringswerker.

Daarnaast is namens het slachtoffer zijn raadsman mr. T.J.J. Gallee, advocaat te Den Haag, aanwezig geweest.

3 Adviezen

3.1.

Advies reclassering

De reclassering adviseert in het rapport van 29 mei 2026 de tbs met voorwaarden te verlengen met twee jaar. De overgang van de kliniek naar zelfstandig wonen met begeleiding en ambulante behandeling was een grote stap voor betrokkene. De verwachting was dan ook dat het enige tijd zou duren voor er sprake zou zijn van een vertrouwensrelatie richting de nieuwe toezichthouder, begeleiding en behandelaren. Dit is het afgelopen jaar ook gebleken. Inhoudelijke behandeling, ook buiten het toedoen van betrokkene, is nog onvoldoende van de grond gekomen. Betrokkene ziet geen noodzaak voor verdere behandeling, maar houdt zich wel aan de afspraken met de behandelaren van [zorginstelling] . Volgens de reclassering moet er daarom sprake zijn van een voornamelijk extern vormgegeven risicomanagement met reclasseringstoezicht, controle op middelen en (vroeg)signalering op psychotische symptomen met mogelijkheid tot een time-out opname bij psychotische decompensatie. De reclassering verwacht dat indien er geen sprake meer zou zijn van een tbs-kader, betrokkene zelf niet of niet snel om professionele hulp zal vragen of behandeling aangaat. De reclassering acht het van belang om betrokkene de komende twee jaar toe te leiden naar passende reguliere (vervolg)zorg en/of begeleiding mét in het begin de forensische scherpte van een reclasseringstoezicht op de achtergrond. Gelet op de beperkte duur van het ambulante traject, de ambulante behandeling welke nog maar net van start is gegaan en de winst die nog valt te behalen op het (verder) stabiliseren van de leefgebieden, is de reclassering van mening dat een verlenging van de maatregel voor de duur van twee jaar passend is.

Ter zitting heeft de deskundige daaraan nog het volgende toegevoegd. Het contact verliep in het begin stroef, dit heeft met name te maken met het vertrouwen richting de nieuwe hulpverleners, maar inmiddels is er sprake van contactgroei. Het advies is om verder in te zetten op het contact en daarna te starten met de behandeling. Dit zal met kleine stapjes gaan. Hierbij is ook lastig dat betrokkene het contact wel wil aangaan, maar het belang van de behandeling die gericht is op recidivevermindering niet ziet. De PJ-rapporteur heeft bovendien opgemerkt dat hij verwacht dat behandeling weinig kans van slagen heeft en er gekeken moet worden naar het externe risicomanagement. De komende periode zal er worden gekeken naar een passend uitstroomtraject. Om dit op een juiste wijze te kunnen vormgeven is een verlenging van twee jaar noodzakelijk. Ook behandelinhoudelijk is twee jaar nodig. De strekking van het advies is positief. Betrokkene houdt zich goed aan de voorwaarden, maar monitoring op de lange termijn is noodzakelijk om toe te werken naar succesvolle beëindiging.

3.2.

Advies externe gedragsdeskundige

Uit het rapport van [psychiater] van 16 april 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een Autisme Spectrum Stoornis, psychosegevoeligheid en een verleden met overmatig gebruik van diverse middelen. De eerder vastgestelde diagnose schizofrenie is door de behandelende kliniek losgelaten. Binnen de huidige omstandigheden wordt het risico op soortgelijke delicten als laag-matig ingeschat. Als iedere vorm van behandeling of toezicht wordt losgelaten loopt het risico op tot matig-hoog. Ditzelfde geldt voor het risico op toekomstig geweld in brede zin. De psychiater schat in dat het moeilijk wordt om met betrokkene tot een gerichte behandeling te komen, die de kern van zijn problematiek aanpakt en daarmee het risico structureel naar beneden brengt. In dat geval blijft alleen extern risicomanagement over om het risico te verminderen. Ingewikkeld daarbij is dat betrokkene toezicht en behandeling als belastend ervaart en dat dit daarmee als bijwerking kan hebben dat het potentieel risicoverhogend werkt. Het beëindigen van het toezicht acht de psychiater niet verantwoord en hij adviseert om de lijn die is ingezet voort te zetten. Daarbij merkt hij op dat de voorwaarden zo minimaal als verantwoord mogelijk is moeten worden ingevuld. De psychiater adviseert de tbs met voorwaarden met twee jaar te verlengen.

4 Standpunt van partijen

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met voorwaarden met twee jaar te verlengen gebleven.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

Betrokkene heeft in het afgelopen jaar laten zien dat hij zich staande kan houden in de maatschappij zonder intensieve hulpverlening. Het contact verloopt goed en door de deskundigen is onvoldoende onderbouwd dat het recidiverisico groter wordt wanneer dit contact wegvalt. Bij het ontbreken van een recidiverisico moet de verlenging van de tbs worden afgewezen. Indien nog moet worden ingezet op risicomanagement, is verlenging van één jaar voldoende. In dit jaar moet de focus liggen op monitoring en het opstellen van een signaleringsplan zodat kan worden gekeken naar de afronding van de tbs.

5 Beoordeling

De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, omdat zij in eerste aanleg

kennis heeft genomen van de misdrijven ter zake waarvan de tbs is gelast.

De vordering is tijdig, dat wil zeggen niet eerder dan twee maanden en niet later dan één

maand voor het tijdstip waarop de tbs door tijdsverloop zou eindigen, ingediend. De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene

veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Er moet sprake zijn van een ziekelijke

stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Verder moet er een

kans zijn op recidive. Gelet op de adviezen van de reclassering van 29 mei 2026 en de

psychiater van 16 april 2026 wordt nog steeds voldaan aan deze wettelijke criteria.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het recidiverisico toeneemt wanneer al het contact vervalt. Betrokkene is psychosegevoelig, waardoor een psychotische decompensatie altijd op de loer ligt. Omdat niet te verwachten is dat hij zelf (tijdig) om hulp zal vragen, is het van belang dat vroegtijdig kan worden ingegrepen. Zonder contact zal dat naar verwachting niet gebeuren.

De vraag die vervolgens voorligt, is of de tbs met één of twee jaar moet worden verlengd.

Uitgangspunt is dat wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de

terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een

verlenging met één jaar, de tbs verlengd dient te worden met twee jaar, tenzij er sprake is

van bijzondere omstandigheden.

De rechtbank ziet in deze zaak bijzondere omstandigheden om van dit uitgangspunt af te wijken. Het toezicht verloopt tot op heden positief en betrokkene houdt zich aan de afspraken en voorwaarden. Uit de rapportage van de psychiater volgt dat gerichte behandeling van de kernproblematiek van betrokkene waardoor het risico structureel omlaag kan worden gebracht lastig is. Gelet hierop is extern risicomanagement passender om het risico te verminderen. Ook uit het advies van de reclassering blijkt dat deze behandeling (nog) niet van de grond is gekomen en in geval van betrokkene voornamelijk sprake moet zijn van extern vormgegeven risicomanagement met reclasseringstoezicht. De rechtbank acht het, mede gelet op de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, dan ook wenselijk om eerder dan binnen de geadviseerde verlengingstermijn van twee jaar duidelijkheid te krijgen over het vorm te geven risicomanagement. Hierbij merkt de rechtbank nadrukkelijk op dat zij niet vooruit wil lopen op toekomstige beslissingen over verlenging van de tbs.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zal de rechtbank de tbs met voorwaarden van betrokkene verlengen met één jaar.

6 Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met 1 (één) jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, en mr. J. Bergen en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.A. Lequin, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 augustus 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.