Strafrecht overig
Vordering 6:6:25 Sv toegewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 november 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:8461 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2023-8461
Zaakgegevens
Op 20 november 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 20 november 2023
- Datum publicatie
- 5 december 2023
- Zaaknummer
- 23-006312
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8461
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering 6:6:25 Sv toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 23-006312
datum : 20 november 2023
beslissing van de politierechter op de vordering op grond van artikel 6:6:25 Wetboek van Strafvordering in de zaak van:
[veroordeelde]
geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats]
vertrokken onbekend waarheen
hierna te noemen: de veroordeelde.
Feiten
Veroordeelde is op 29 september 2015 door de meervoudige kamer te Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot betaling van een ontnemingsbedrag van € 26.185,00. Op 19 oktober 2015 is de ontnemingsvordering ter executie overgedragen aan het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB). Vanaf dat moment heeft het CJIB getracht het volledige bedrag te incasseren. Uiteindelijk is door veroordeelde een bedrag van € 245,00 betaald. Hierdoor resteert een bedrag van € 25.940,00.
Procedure
De vordering is op 27 februari 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De officier van justitie heeft bij deze vordering zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 6 november 2023 de vordering in openbare raadkamer behandeld, waarbij de officier van justitie, mr. G. Smid, is gehoord.
De veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet op zitting verschenen.
Vordering van het Openbaar Ministerie
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlenen van een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 87 dagen, conform de LOVS-afspraken. Ter zitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de vordering.
Beoordeling
De politierechter acht zich bevoegd van de vordering kennis te nemen en acht de officier van justitie ontvankelijk in de vordering.
Vast staat dat de veroordeelde de ontnemingsvordering niet geheel heeft voldaan. Er moet nog een bedrag van € 25.940,00 worden betaald. Veroordeelde is vanaf 30 oktober 2015 meermalen aangeschreven teneinde de vordering te betalen. De getroffen betalingsregeling is meermalen niet nagekomen. Veroordeelde staat sinds 22 november 2022 niet meer ingeschreven op een adres in Nederland, waardoor het CJIB veroordeelde niet meer kan aanschrijven op een vaste woon-of verblijfplaats in Nederland. Het CJIB kan daarom het reguliere incassotraject niet voortzetten.
Ter zitting is niet aannemelijk geworden dat de veroordeelde niet kan betalen. De politierechter zal daarom de vordering van de officier van justitie toewijzen en een machtiging verlenen tot toepassing van gijzeling voor de duur van 87 dagen.
Beslissing
De rechtbank wijst de vordering toe en machtigt de officier van justitie tot de toepassing van gijzeling voor de duur van 87 dagen.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.J.H. Goossens, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2023.