6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatiePrecariobelasting; art. 236(1) Rv; geldt het civielrechtelijke leerstuk van gezag van gewijsde in het…
Hoge Raad|26 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:1027
Precariobelasting; art. 236(1) Rv; geldt het civielrechtelijke leerstuk van gezag van gewijsde in het belastingrecht? Bevestiging ECLI:NL:HR:2001:AB0512 HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02074 Datum 26 juni … geen vergelijkbare bepaling opgenomen. Er bestaat geen aanleiding voor overeenkomstige toepassing van artikel 236, lid 1, Rv op onherroepelijke beslissingen van de belastingrechter over een civielrechtelijke rechtsverhouding. Het in belastingzaken toepasselijke stelsel
- BelastingrechtCassatieArt. 8:63 Awb. Art. 179 Rv. Getuige horen buiten aanwezigheid van belanghebbende.
Hoge Raad|2 oktober 2009|ECLI:NL:HR:2009:BJ9112
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van overeenkomstige toepassing. In artikel 179, lid 1, Rv is bepaald dat de rechter ieder van de getuigen hoort buiten tegenwoordigheid van de mede ter terechtzitting … waarheidsvinding wordt belast door het risico dat verklaringen als bedoeld in artikel 179, lid 1, Rv op elkaar worden afgestemd, kan een getuige door de rechter buiten aanwezigheid van de belanghebbende worden
- Europees bestuursrechtCassatieProcesrecht/IPR. Vraag van uitleg waarover gerede twijfel kan bestaan van Verordening (EG) nr. 1206/2001…
Hoge Raad|1 april 2011|ECLI:NL:HR:2011:BP3048
rogatoire commissie dient te worden toegewezen op grond van het bepaalde in art. 176 lid 1 Rv. op de enkele grond dat de getuige in het buitenland woont (en zich niet … gaan [verzoeker] c.s. hierbij uit van een onjuiste interpretatie van artikel 176 lid 1 Rv. Deze bepaling, waarvan de inhoud overeenstemde met het tot 1 januari 2002 geldende artikel 202 Rv
- BelastingrechtCassatieArt. 8:60 Awb; art. 8:33 Awb; art. 177 Rv. Verzoek getuige anoniem te horen.
Hoge Raad|24 november 2017|ECLI:NL:HR:2017:2986Aangehaald in 10 uitspraken
vragen (artikel 8:33, lid 3, Awb in samenhang gelezen met artikel 177, lid 1, Rv). Als regel dienen partijen in de gelegenheid te worden gesteld aanwezig te zijn bij het getuigenverhoor
- OmgevingsrechtCassatieOnteigeningszaak. Geschil tussen een gemeente en onteigenden over vervroegde onteigening en…
Hoge Raad|6 oktober 2006|ECLI:NL:HR:2006:AY8283
onjuiste vermelding van hun woonplaats onredelijk zijn benadeeld, zodat, gelet op art. 66 lid 1 Rv. het exploot niet aan nietigheid lijdt. 4. Beoordeling van de middelen in het principale
- Europees bestuursrechtCassatieInternationaal privaatrecht. Cassatietermijn; rechtsmiddel als bedoeld in art. 43 EEX-Verordening geen hoger…
Hoge Raad|12 maart 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK4932
betrekking tot het beroep in cassatie tegen beschikkingen op rekest. Ingevolge art. 426 lid 1 Rv. bedraagt de cassatietermijn drie maanden. Aangezien het rechtsmiddel als bedoeld in art. 43 EEX-Verordening niet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.