562 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Buitenlandse tegoeden. Inspecteur heeft geen gevolg gegeven aan beslissing geheimhoudingskamer dat…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 mei 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:4156
IB/PVV. Buitenlandse tegoeden. Inspecteur heeft geen gevolg gegeven aan beslissing geheimhoudingskamer dat geheimhouding dan wel beperkte kennisneming van gegevens met betrekking tot identiteit tipgever niet gerechtvaardigd is. Toepassing art. 8:31 Awb. Horen van tipgever als getuige is niet noodzakelijk voor…
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Buitenlandse tegoeden. Inspecteur heeft geen gevolg gegeven aan beslissing geheimhoudingskamer dat…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 mei 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:4155
IB/PVV. Buitenlandse tegoeden. Inspecteur heeft geen gevolg gegeven aan beslissing geheimhoudingskamer dat geheimhouding dan wel beperkte kennisneming van gegevens met betrekking tot identiteit tipgever niet gerechtvaardigd is. Toepassing art. 8:31 Awb. Horen van tipgever als getuige is niet noodzakelijk voor…
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigVoor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|10 juni 2021|ECLI:NL:RBZWB:2021:3145
voor alle jaren hetzelfde. Daarom zal de rechtbank de toepassing van artikel 16, lid 4, AWR voor al deze navorderingsaanslagen en de gelijktijdig daarmee gegeven boetebeschikkingen in de beoordeling betrekken. 4.12. Artikel … 4, AWR luidt als volgt: “Indien te weinig belasting is geheven over een bestanddeel van het voorwerp van enige belasting dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen, vervalt, in afwijking
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de per aangetekende post aan het Poolse adres van…
Parket bij de Hoge Raad|28 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:856
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de per aangetekende post aan het Poolse adres van belanghebbende verzonden aanslag geacht kan worden aldaar ordelijk bekend te zijn gemaakt. Overschrijding van de driejaarstermijn voor oplegging van een aanslag? Heeft belanghebbende zijn fiscale woonplaats in…
- BelastingrechtHoger beroepInkomstenbelasting. Verzwegen vermogen op Amerikaanse effectenrekeningen. Redelijke voortvarendheid…
Gerechtshof Den Haag|17 juli 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:5078Aangehaald in 6 uitspraken
Primair dient de vraag beantwoord te worden of de regeling van artikel 16, lid 4, Awr omtrent de verlengde navorderingstermijn, welke regeling reeds bestond op 31 december 1993, een beperking … Verdrag. ” 7.2.2.Ten opzichte van de regeling vervat in artikel 16, lid 4, Awr waarbij de termijn voor navordering wordt verlengd, dient in acht te worden genomen dat deze regeling ziet op elke
- BelastingrechtCassatieArtikel 6.35, 6.39 Wet IB 2001. Giftenaftrek. Schenking in natura. Waarde in het economisch verkeer.
Hoge Raad|10 november 2017|ECLI:NL:HR:2017:2825Aangehaald in 7 uitspraken
verboden. 2.1.2. Het museum is een culturele instelling als bedoeld in artikel 5b, lid 4, AWR. 2.1.3. Voor het Hof was in geschil de waarde van de voorwerpen voor de toepassing
- BelastingrechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag; art. 25c, 25e en 25f AWR; massaalbezwaarprocedure box 3-heffingen; behandeling van de…
Hoge Raad|2 juli 2021|ECLI:NL:HR:2021:963Aangehaald in 39 uitspraken
waarop de collectieve uitspraak op de aangewezen rechtsvraag onherroepelijk wordt gedaan (artikel 25c, lid 4, AWR). 5.2 De afwijkende regeling geldt dus niet voor bezwaren die niet de aangewezen rechtsvraag betreffen
- BelastingrechtCassatieArt. 5.2 Wet IB 2001 en art. 25c e.v. AWR. Beoordeling in (hoger) beroep van geschillen rond de box 3-heffing…
Hoge Raad|3 februari 2023|ECLI:NL:HR:2023:127Aangehaald in 18 uitspraken
jegens de belanghebbende genomen besluit inzake vermindering van de aanslag dat volgens artikel 25e, lid 4, AWR op de collectieve uitspraak moet volgen (hierna: de individuele verminderingsbeslissing). 3.3.4 De reden voor deze
- BelastingrechtCassatieArtikel 66, lid 4, Successiewet 1956, artikel 56 of 63 VWEU, onbeperkte navorderingstermijn niet zonder meer…
Hoge Raad|6 augustus 2021|ECLI:NL:HR:2021:1189Aangehaald in 9 uitspraken
Unierecht toekomt. 3 Beoordeling van het middel 3.1 In artikel 16, leden 3 en 4, AWR is bepaald dat de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag vervalt door verloop van vijf
- BelastingrechtCassatieBelasting van personenauto's en motorrijwielen; art. 10 Wet Bpm, art. 41 Handvest, art. 110 VWEU…
Hoge Raad|19 september 2014|ECLI:NL:HR:2014:2707Aangehaald in 26 uitspraken
Hoge Raad moet worden betracht bij de vaststelling van navorderingsaanslagen waarbij artikel 16, lid 4, AWR van toepassing is. Voorts is, aldus het middel, een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur
- BelastingrechtHoger beroepInformatiebeschikking vennootschapsbelasting 2012 is terecht opgelegd, omdat niet aan de informatieplicht is…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|12 juni 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:1744
vestigingsplaats van [belanghebbende] . (…) 4. Visie omtrent fiscale vestigingsplaats [belanghebbende] (…) 4.1.2. Conclusie ten aanzien van artikel 4 Awr (…) kan niet met zekerheid worden gesteld dat [belanghebbende] in Nederland of in Luxemburg is gevestigd … belanghebbende] De bepaling van de vestigingplaats voor verdragsdoeleinden komt overeen met de criteria voor artikel 4 Awr. De ter beschikking gestelde gegevens geven geen uitsluitsel over de plaats waar de werkelijke leiding
- BelastingrechtHoger beroepInkomstenbelasting. Inwoner van Nederland? Verdrag met Spanje. Bewijs inkomenscorrecties. Vergrijpboeten terecht?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|18 mei 2016|ECLI:NL:GHARL:2016:4082
Nederland woonachtig was in de zin van artikel 4 AWR. 4.4. Hetgeen belanghebbende daartegen heeft ingebracht, acht het Hof van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te komen. Belanghebbende heeft gewezen … belanghebbende met Nederland heeft. Voor de beoordeling van de woonplaats in de zin van artikel 4 AWR is niet van belang in welk land het middelpunt van iemands maatschappelijke leven zich bevindt
- BelastingrechtCassatieArtikel 47 en 52a AWR, art. 3:4, lid 2, Awb, informatieplicht, algemene beginselen van behoorlijk bestuur…
Hoge Raad|17 april 2020|ECLI:NL:HR:2020:696Aangehaald in 6 uitspraken
vaststellen of is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de in artikel 16, lid 4, AWR geregelde verlengde navorderingstermijn, brengt niet mee dat het door het middel bestreden oordeel
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigbelastingrentebeschikking bij voorlopige aanslag erfbelasting, ongegrond
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|30 augustus 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:6084
ingediend. 5.2. Aangezien erflater is overleden op [datum] 2022, eindigt de in artikel 30g, lid 4, AWR bedoelde termijn van 8 maanden waarbinnen het verzoek om de voorlopige aanslag ontvangen zou moeten … verzoek om een voorlopige aanslag gaat door de bepaling van artikel 30g, lid 4, AWR gepaard met een verzoek om bij die voorlopige aanslag geen belastingrente in rekening te brengen
- BelastingrechtHoger beroepArt. 8:73 Awb (oud) Awb, art. 1, aanhef en onderdeel e, Bpb, art. 2, lid 3, Bpb, art. 25e AWR en art. 27h…
Gerechtshof Den Haag|15 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:787
verzoek om schadevergoeding in deze procedure niet geënt worden op schending van artikel 25e, lid 4, AWR. Deze bepaling verplicht de inspecteur binnen zes maanden na de kennisgeving van de collectieve uitspraak … claimen omdat de Inspecteur zich niet heeft gehouden aan de termijn van artikel 25e, lid 4, AWR, dan had hij het pad van artikel 6:2 Awb (het niet tijdig nemen
- BelastingrechtCassatieMotorrijtuigenbelasting; artt. 7, 13, 34, en 37 Wet MRB; art. 67c AWR; VWEU; prejudiciële vragen rechtbank…
Hoge Raad|5 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:483Aangehaald in 97 uitspraken
hoofdverblijf in Nederland. Het begrip hoofdverblijf houdt hetzelfde in als het begrip woonplaats van artikel 4 AWR (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 752, nr. 3, blz. 51-52). 5.1.5. Het tijdvak waarover
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|11 juni 2021|ECLI:NL:HR:2021:778Aangehaald in 13 uitspraken
opgave te verlangen van al hetgeen, zo nodig met toepassing van artikel 16, lid 4, AWR, in de belastingheffing kan worden betrokken. 5.4 De in de bestreden uitspraak opgenomen passage
- BelastingrechtCassatieBPM; procesrecht; art. 8:41 Awb, art. 7:15 Awb en art. 8:75 Awb; heffing griffierecht bij beroep tegen meer…
Hoge Raad|8 juli 2022|ECLI:NL:HR:2022:1040Aangehaald in 35 uitspraken
bezwaar. De Inspecteur heeft de bezwaarschriften geclusterd en op de voet van artikel 25, lid 4, AWR in één geschrift van 5 maart 2018 uitspraak gedaan op de daarin gemaakte bezwaren
- BelastingrechtHoger beroepIB. Inwoner van Duitsland die niet premieplichtig is voor de volksverzekeringen. De op het Nederlandse…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|8 oktober 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:2782
reden kan hij geen aanspraak maken op toepassing van artikel 30fc, lid 4, AWR. Zoals de inspecteur terecht heeft gesteld heeft hij de belastingrente over een te korte periode berekend … AWR in verbinding met artikel 9 Invorderingswet. Artikel 30fc, lid 3, AWR. Artikel 30fc, lid 4, AWR. Vgl. Hoge Raad 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3126. Hoge Raad 10 december
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende maakt niet aannemelijk dat zijn fiscale woonplaats in 2008 buiten Nederland lag.
Gerechtshof Amsterdam|4 december 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:5763
Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat zijn fiscale woonplaats in 2008 buiten Nederland lag.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.