14 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtSprongcassatie; artt. 7 en 12 Wet WBR, art. 3:182 BW. Intrafamiliale reshuffle van aandelen in…
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1174
wordt uitgegaan van de civielrechtelijke verdelings- en gemeenschapsbegrippen. Volgens art. 3:166 BW is een gemeenschap aanwezig wanneer een of meer goederen toebehoren aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk. Omdat de belanghebbende … heeft gebaseerd op civielrechtelijke verdelings- en gemeenschapsbegrippen. Volgens art. 3:166 BW is een gemeenschap aanwezig wanneer een of meer goederen toebehoren aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk. Omdat de belanghebbende niet
- BelastingrechtSprongcassatie; artt. 7 en 12 Wet WBR, art. 3:182 BW. Intrafamiliale reshuffle van aandelen in…
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1173
wordt uitgegaan van de civielrechtelijke verdelings- en gemeenschapsbegrippen. Volgens art. 3:166 BW is een gemeenschap aanwezig wanneer een of meer goederen toebehoren aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk. Omdat de belanghebbende … heeft gebaseerd op civielrechtelijke verdelings- en gemeenschapsbegrippen. Volgens art. 3:166 BW is een gemeenschap aanwezig wanneer een of meer goederen toebehoren aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk. Omdat de belanghebbende niet
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigDe artikelen 7 en 12 van de Wet op de belastingen van rechtsverkeer. De rechtbank is van oordeel dat de…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|5 maart 2026|ECLI:NL:RBZWB:2026:1465
hield in de onroerendezaakrechtspersoon geen onderdeel waren van een gemeenschap zoals bedoeld in artikel 3:166 BW. Van verdeling van een gemeenschap was bij de overdracht van de aandelen dan ook geen … aandelen in [B.V. 3] geen onderdeel waren van een gemeenschap zoals bedoeld in artikel 3:166 BW. [B.V. 1] en [B.V. 2] waren beiden voor de helft exclusief gerechtigd tot specifiek genummerde
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigDe artikelen 7 en 12 van de WBR. De rechtbank is van oordeel dat de aandelen geen onderdeel waren van een…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|5 maart 2026|ECLI:NL:RBZWB:2026:1466
oordeel dat de aandelen geen onderdeel waren van een gemeenschap zoals bedoeld in artikel 3:166 BW. Van verdeling van een gemeenschap was bij de overdracht van de aandelen dan ook geen … aandelen in [B.V. 2] geen onderdeel waren van een gemeenschap zoals bedoeld in artikel 3:166 BW. Belanghebbende en [B.V. 1] waren beiden voor de helft exclusief gerechtigd tot specifiek genummerde aandelen
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|18 november 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2564
staatssecretaris het redelijk om in het onderhavige geval de groep beneficiaries analoog aan art. 3:166 BW aan te merken als deelgenoten in het trustvermogen en aan elke beneficiary slechts een aanslag
- BelastingrechtHoger beroepEen participant in een scheepvaartfonds mag zijn participatie zonder heffing van inkomstenbelasting omzetten…
Gerechtshof Amsterdam|12 maart 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:811
Een participant in een scheepvaartfonds mag zijn participatie zonder heffing van inkomstenbelasting omzetten in een BV. De participant is met betrekking tot die participatie aan te merken als een ondernemer.
- BelastingrechtFeiten en geschil: De belanghebbende is met twee compagnons voor gelijke delen mede-eigenaar van 20…
Parket bij de Hoge Raad|28 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1426
Feiten en geschil: De belanghebbende is met twee compagnons voor gelijke delen mede-eigenaar van 20 gereguleerde huurwoningen in de zin van de Wet verhuurderheffing (Wvh). De WOZ-beschikkingen voor alle 20 woningen zijn aan hem bekend gemaakt, waardoor hij ingevolge de artt. 3 en 4 Wvh als enige belastingplichtig is…
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|18 november 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2564
staatssecretaris het redelijk om in het onderhavige geval de groep beneficiaries analoog aan art. 3:166 BW aan te merken als deelgenoten in het trustvermogen en aan elke beneficiary slechts een aanslag
- OmgevingsrechtOnteigeningsrecht. Gemeenschap; gemeenschappelijke eigendom onteigende onroerende zaak; begrip ‘onteigende…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM6076
derhalve uitsluitend toekomt aan de mede-eigenaren tezamen (de gemeenschap, vgl. artikel 3:166 BW). Met andere woorden: een mede-eigenaar kan de zaak niet voor zichzelf opeisen. 5.1.8. In de onderhavige
- BelastingrechtFeiten en geschil: De belanghebbende is met twee broers voor gelijke delen mede-eigenaar van 13 gereguleerde…
Parket bij de Hoge Raad|28 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1374
Feiten en geschil: De belanghebbende is met twee broers voor gelijke delen mede-eigenaar van 13 gereguleerde huurwoningen in de zin van de Wet verhuurderheffing (Wvh). De WOZ-beschikkingen voor alle 13 woningen zijn aan hem bekend gemaakt, waardoor hij ingevolge de artt. 3 en 4 Wvh als enige belastingplichtig is en…
- OmgevingsrechtOnteigening. Infrastructuuronteigening op de voet van art. 72a Onteigeningswet; te onteigenen goed verkregen…
Parket bij de Hoge Raad|13 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BG7409
vennootschapsvermogen', gaat het daarbij om een goederenrechtelijke gemeenschap tussen de vennoten (vgl. art. 3:166 BW). De vennootschappelijke goederen behoren toe aan de vennoten gezamenlijk. De gemeenschap draagt een gebonden karakter
- BelastingrechtWordt belanghebbende verbonden voor verbintenissen betreffende de onderneming? Kan het onderhavige fonds voor…
Parket bij de Hoge Raad|17 mei 2016|ECLI:NL:PHR:2016:443
bestemde activa en passiva. Het Fonds kan bijgevolg worden aangemerkt als een gemeenschap (art. 3:166 BW). (…) Het Fonds is dan echter niet een ‘vrije’, voor verdeling vatbare gemeenschap met vrij overdraagbare
- BelastingrechtSchenkingsrecht; Successiewet 1956; Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 1996|ECLI:NL:PHR:1996:19
Schenkingsrecht; Successiewet 1956; Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts; irrevocable discretionary trust; doelvermogen
- BelastingrechtOmzetbelasting; artikel 7, lid 4, Wet OB; financiële verwevenheid; betekenis HR 19 december 1979…
Parket bij de Hoge Raad|12 december 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1356
Omzetbelasting; artikel 7, lid 4, Wet OB; financiële verwevenheid; betekenis HR 19 december 1979, ECLI:NL:HR:1979:6 ; als eenheid samenwerken
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.