17 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieDouanerechten; art. 4, punt 18, art. 5, leden 2 en 4, en art. 201, lid 3, CDW; art. 2:240, leden 2 en 3, art…
Hoge Raad|17 augustus 2018|ECLI:NL:HR:2018:1314
verklaring als bedoeld in artikel 3:33 BW in samenhang gelezen met artikel 3:37 BW, gericht tot [A], 3) de beide bestuurders hebben de in naam van belanghebbende gedane douaneaangiften bekrachtigd … verklaring als bedoeld in artikel 3:33 BW in samenhang gelezen met artikel 3:37 BW, gericht tot de Inspecteur. Dit een en ander heeft het Hof miskend. 2.3.4. Uit de uitspraak
- BelastingrechtGemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 30 mei 2025 in de zaken met: 24/04262 ECLI:NL:PHR:2025:623…
Parket bij de Hoge Raad|30 mei 2025|ECLI:NL:PHR:2025:652Aangehaald in 21 uitspraken
volmacht heeft aanvaard; wel dient de volmachtverlening de gevolmachtigde te hebben bereikt (art. 3:37 BW). Er is in de literatuur discussie of volmachtverlening ook mogelijk is door een verklaring gericht
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel…
Gerechtshof Den Haag|3 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:563Aangehaald in 5 uitspraken
specifieke zaken heb ik nimmer een verklaring ontvangen van belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 3:37 BW, waaruit zou blijken dat de machtiging is ingetrokken. Ik zie dan ook geen reden … overeenkomst. De werking van een machtiging eindigt slechts door overlijden, ondercuratelestelling of intrekking. Artikel 3:37 BW bevat een limitatieve opsomming van beëindigingsgronden; tijdsverloop is daar geen van. Ter ondersteuning
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel…
Gerechtshof Den Haag|3 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:564
specifieke zaken heb ik nimmer een verklaring ontvangen van belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 3:37 BW, waaruit zou blijken dat de machtiging is ingetrokken. Ik zie dan ook geen reden … overeenkomst. De werking van een machtiging eindigt slechts door overlijden, ondercuratelestelling of intrekking. Artikel 3:37 BW bevat een limitatieve opsomming van beëindigingsgronden; tijdsverloop is daar geen van. Ter ondersteuning
- BelastingrechtHoger beroepArt. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR…
Gerechtshof Den Haag|10 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:633
specifieke zaken heb ik nimmer een verklaring ontvangen van belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 3:37 BW, waaruit zou blijken dat de machtiging is ingetrokken. Ik zie dan ook geen reden … overeenkomst. De werking van een machtiging eindigt slechts door overlijden, ondercuratelestelling of intrekking. Artikel 3:37 BW bevat een limitatieve opsomming van beëindigingsgronden; tijdsverloop is daar geen van. Ter ondersteuning
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 8:24, lid 2, Awb: ontbreken recente schriftelijke machtiging; gerede twijfel…
Gerechtshof Den Haag|3 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:565
specifieke zaken heb ik nimmer een verklaring ontvangen van belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 3:37 BW, waaruit zou blijken dat de machtiging is ingetrokken. Ik zie dan ook geen reden … overeenkomst. De werking van een machtiging eindigt slechts door overlijden, ondercuratelestelling of intrekking. Artikel 3:37 BW bevat een limitatieve opsomming van beëindigingsgronden; tijdsverloop is daar geen van. Ter ondersteuning
- BelastingrechtHoger beroepArt. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR…
Gerechtshof Den Haag|10 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:629
specifieke zaken heb ik nimmer een verklaring ontvangen van belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 3:37 BW, waaruit zou blijken dat de machtiging is ingetrokken. Ik zie dan ook geen reden … overeenkomst. De werking van een machtiging eindigt slechts door overlijden, ondercuratelestelling of intrekking. Artikel 3:37 BW bevat een limitatieve opsomming van beëindigingsgronden; tijdsverloop is daar geen van. Ter ondersteuning
- BelastingrechtHoger beroepArt. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR…
Gerechtshof Den Haag|10 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:630
specifieke zaken heb ik nimmer een verklaring ontvangen van belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 3:37 BW, waaruit zou blijken dat de machtiging is ingetrokken. Ik zie dan ook geen reden … overeenkomst. De werking van een machtiging eindigt slechts door overlijden, ondercuratelestelling of intrekking. Artikel 3:37 BW bevat een limitatieve opsomming van beëindigingsgronden; tijdsverloop is daar geen van. Ter ondersteuning
- BelastingrechtHoger beroepArt. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR…
Gerechtshof Den Haag|10 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:628
specifieke zaken heb ik nimmer een verklaring ontvangen van belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 3:37 BW, waaruit zou blijken dat de machtiging is ingetrokken. Ik zie dan ook geen reden … overeenkomst. De werking van een machtiging eindigt slechts door overlijden, ondercuratelestelling of intrekking. Artikel 3:37 BW bevat een limitatieve opsomming van beëindigingsgronden; tijdsverloop is daar geen van. Ter ondersteuning
- BelastingrechtHoger beroepArt. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR…
Gerechtshof Den Haag|10 april 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:631
specifieke zaken heb ik nimmer een verklaring ontvangen van belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 3:37 BW, waaruit zou blijken dat de machtiging is ingetrokken. Ik zie dan ook geen reden … overeenkomst. De werking van een machtiging eindigt slechts door overlijden, ondercuratelestelling of intrekking. Artikel 3:37 BW bevat een limitatieve opsomming van beëindigingsgronden; tijdsverloop is daar geen van. Ter ondersteuning
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA2633
BW. 2.2.8 Op de verklaring bedoeld in art. 6:127 is art. 3:37 BW van toepassing (zie ook Parl. Gesch. Boek 6 NBW, blz. 490). Art. 3:37 BW luidt (voor
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|11 oktober 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7410Aangehaald in 6 uitspraken
eenzijdige rechtshandeling kan - bij wijze van interne rechtsvergelijking - een uitstapje worden gemaakt naar art. 3:37 BW. Dat voorschrift kan immers via de schakelbepaling art. 3:59 BW ook buiten het vermogensrecht
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:ZC8109
bestaan van de overeenkomst, daarmee het gelijkheidsbeginsel en art. 3:33 en 3:37 BW schendende; - het Hof heeft het eigendomsgrondrecht van art. 1 Eerste Protocol EVRM onjuist geïnterpreteerd. 3. Wettelijke bepalingen … strijd is met art. 26 IVBPR en met de art. 3:33 en 3:37 BW. Ik merk op dat deze beperking ook een afwijking inhoudt van de gewone vrije bewijsleer
- BelastingrechtArt. 25, lid 3, aanhef en letter a, art. 49 en art. 75 Wet IB 1964. Art. I, onderdeel O, lid 1 en lid 4…
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BO0391
Art. 25, lid 3, aanhef en letter a, art. 49 en art
- BelastingrechtHoger beroepMachtiging zonder recht van substitutie. Indiener van het beroep was niet bevoegd belanghebbende te…
Gerechtshof Amsterdam|21 februari 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:1247
verklaring als bedoeld in artikel 3:33 BW in samenhang gelezen met artikel 3:37 BW]. 5.4. Uit de tekst van de machtigingen van belanghebbende aan [A] van 28 juli
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudig- Op welk moment hield belanghebbende op inwoner van Nederland te zijn in de zin van artikel 4 van de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 juni 2003|ECLI:NL:GHSHE:2003:AI0487
verklaring is vormvrij en kan in een of meer gedragingen besloten liggen (artikel 3:37 BW). Een overeenkomst van koop en verkoop kan worden gesloten, zonder dat een prijs is overeengekomen (artikel
- BelastingrechtBelanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A]…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2680
Belanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A] N.V. Deze is op 17 december 2001 failliet verklaard. Naast zijn salaris ontving belanghebbende optierechten op aandelen [A]. In de periode van 1 september 1993 tot en met 31 december 1994 heeft [A] het…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.