39 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtConclusie PG: A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van X1 B.V. en…
Parket bij de Hoge Raad|25 april 2013|ECLI:NL:PHR:2013:CA0813
toetsen of de WKK een onroerende zaak is in de zin van artikel 3:4 BW, zodat het Hof, naar de A-G meent, ongemotiveerd aan deze toets voorbij mocht gaan … 3:3 BW moet worden gekwalificeerd dan wel subsidiair op de voet van artikel 3:4 BW. Belanghebbende beantwoordt de vraag zowel primair als subsidiair ontkennend en de Inspecteur in tegenovergestelde
- BelastingrechtCassatieart. 3:3 en 3:4 BW, koel- en rijpingscellen en stellages in bedrijfsgebouw onroerend?, motiveringsgebrek.
Hoge Raad|17 november 2017|ECLI:NL:HR:2017:2876
3:3 en 3:4 BW, koel- en rijpingscellen en stellages in bedrijfsgebouw onroerend?, motiveringsgebrek. 17 november 2017 nr. 17/02490 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën … zijn aan te merken als bestanddelen van het bedrijfsgebouw in de zin van artikel 3:4 BW. Het Hof heeft vastgesteld dat niet in geschil is dat vermindering van het ter verwerving
- BelastingrechtCassatieArt. 3:3 en art. 3:4 BW. Waterwoning (“Marina”) is een roerende zaak. Geen bestanddeel van een recreatiepark.
Hoge Raad|9 maart 2012|ECLI:NL:HR:2012:BV8198Aangehaald in 7 uitspraken
3:3 en art. 3:4 BW. Waterwoning (“Marina”) is een roerende zaak. Geen bestanddeel van een recreatiepark. 9 maart 2012 nr. 11/01761 Arrest gewezen op het beroep in cassatie … Inspecteur dat de marina onroerend is omdat zij op grond van artikel 3:4 BW volgens verkeersopvatting kan worden aangemerkt als bestanddeel van het recreatiepark waarin zij gelegen is. Hetgeen de Inspecteur
- BelastingrechtOverdrachtsbelasting; geldt de netwerkvrijstelling (art. 15(1)(y) Wet BvR) voor…
Parket bij de Hoge Raad|30 juli 2021|ECLI:NL:PHR:2021:728
Staatssecretaris van Financiën (i) (primair): de WKOs zijn onzelfstandige bestanddelen van de gebouwen ( art. 3:4 BW) en volgen dus het (belaste) overdrachtsbelastingregime van die gebouwen); (ii) (subsidiair): de bronnetten zijn geen … onzelfstandige bestanddelen van andere onroerende zaken, nl. de gebouwen, in de zin van art. 3:4 BW (en volgen dus het overdrachtsbelastingregime van die gebouwen, neem ik aan); (ii) (subsidiair): de bronnetten
- BelastingrechtHoger beroepArt. 67 AWR. Art. 8:14 Awb. Art. 8:7 Awb. Art. 27s AWR. Art. 3:3 en art. 3:4 BW. De Rechtbank voegt zaken van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 maart 2014|ECLI:NL:GHSHE:2014:799
3:3 en art. 3:4 BW. De Rechtbank voegt zaken van drie verschillende belastingplichtigen en verenigt in één geschrift de drie uitspraken. Dit is in strijd met de door de Rechtbank
- BelastingrechtCassatieWet WOZ. Art. 3:4 BW. Keuken bestanddeel van de woning?
Hoge Raad|9 juli 2004|ECLI:NL:HR:2004:AQ0130
3:4 BW. Keuken bestanddeel van de woning? Nr. 39.827 9 juli 2004 wv gewezen op het beroep in cassatie van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Gouda
- BelastingrechtCassatieGebouw op percelen van verschillende grondeigenaren. Begrip ‘woning’ in de zin van art. 14, lid 2, van de Wet…
Hoge Raad|28 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1796
naar civielrechtelijke maatstaven (art. 5:20(1)(e) BW; art. 5:3 BW; art. 3:4 BW). Verlaagd tarief voor de overdrachtsbelasting. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02648 Datum 28 november … gaat om bestanddelen die op grond van een ander staan. Volgens artikel 3:4 BW zijn bestanddelen van een zaak (i) al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van die zaak
- BelastingrechtCassatieGebouw op percelen van verschillende grondeigenaren. Begrip ‘woning’ in de zin van art. 14, lid 2, van de Wet…
Hoge Raad|28 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1800
naar civielrechtelijke maatstaven (art. 5:20(1)(e) BW; art. 5:3 BW; art. 3:4 BW). Verlaagd tarief voor de overdrachtsbelasting. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02649 Datum 28 november … gaat om bestanddelen die op grond van een ander staan. Volgens artikel 3:4 BW zijn bestanddelen van een zaak (i) al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van die zaak
- BelastingrechtArt. 3.30a(2) Wet IB 2001: afschrijvingsbeperking ter zake van ‘de onderdelen van een gebouw, de daarbij…
Parket bij de Hoge Raad|29 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1096Aangehaald in 6 uitspraken
mensen, dieren of productieproces beschutten tegen weersinvloeden. Zij zijn evenmin ‘bestanddelen’ van gebouwen (art. 3:4 BW) nu zij naar verkeersopvatting geen onderdelen zijn van de bedrijfsgebouwen, die immers niet incompleet zijn
- BelastingrechtHoger beroepUitspraak na verwijzing (verwijzingsarrest ECLI:NL:HR:2017:2876, BNB 2018/29). Het Hof is van oordeel dat…
Gerechtshof Amsterdam|17 april 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:1600
zijn aan te merken als bestanddelen van het bedrijfsgebouw in de zin van artikel 3:4 BW. Het Hof heeft vastgesteld dat niet in geschil is dat vermindering van het ter verwerving … erover dat het Hof weliswaar een oordeel heeft gegeven over de toepassing van artikel 3:4 BW, maar heeft verzuimd te beoordelen of de koel- en rijpingscellen en de stellages naar
- BelastingrechtCassatieArt. 3:3 BW; art. 2 Wet Bel. Rechtsv. Warmtekrachtkoppelingsinstallatie is onroerende zaak
Hoge Raad|27 september 2013|ECLI:NL:HR:2013:CA0813Aangehaald in 13 uitspraken
eveneens is aan te merken als een onroerende zaak in de zin van artikel 3:4 BW heeft het Hof buiten behandeling gelaten. 3.3.1. Het middel komt met rechts- en motiveringsklachten … verwijzing naar artikel 3:3 BW en de omstandigheid dat het Hof artikel 3:4 BW vervolgens buiten behandeling heeft gelaten, ligt in dit oordeel besloten dat de WKK duurzaam
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigWet WOZ. Art. 3:3 en 3:4 BW. Entresol in bedrijfspand is onroerend. Eiseres is gebruikster van een…
Rechtbank 's-Gravenhage|25 mei 2011|ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8302
3:3 en 3:4 BW. Entresol in bedrijfspand is onroerend. Eiseres is gebruikster van een bedrijfspand. Het bedrijfspand heeft twee verdiepingen en een grote entresol. Eiseres stelt zich op het standpunt
- BelastingrechtWet WOZ. Art. 3:3 BW. Waardevaststelling voor stacaravanchalets op gehuurde grond ten onrechte achterwege…
Parket bij de Hoge Raad|24 juni 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AQ7093
worden bepaald of een zaak onroerend is.(4) De artikelen 3:3 en 3:4 BW zijn voor de vaststelling van het onroerende karakter van belang. Art. 3:3 BW luidt … andere gebouwen of werken. 2. Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn. Art. 3:4 BW luidt: 1. Al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, is bestanddeel
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AD3578
geen bestanddeel is van de (zeer vele) percelen waar het in ligt (zie art. 3:4 BW), nu niet gezegd kan worden dat die percelen incompleet zouden zijn zonder kabel. 2.2 Volgens … zijn niet mogelijk. Om volgens verkeersopvatting bestanddeel te zijn (in de zin van art. 3:4 BW) moet het bestanddeel zodanig onderdeel uitmaken van een hoofdzaak (roerend of onroerend) dat die hoofdzaak
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AD3591
geen bestanddeel is van de (zeer vele) percelen waar het in ligt (zie art. 3:4 BW), nu niet gezegd kan worden dat die percelen incompleet zouden zijn zonder kabel. 2.2 Volgens … zijn niet mogelijk. Om volgens verkeersopvatting bestanddeel te zijn (in de zin van art. 3:4 BW) moet het bestanddeel zodanig onderdeel uitmaken van een hoofdzaak (roerend of onroerend) dat die hoofdzaak
- BelastingrechtVerlaagde tarief voor ‘woonhuizen’ (art. 14(2) Wet BvR). Verkaveling in 8 bouwkavels en 1 openbare-wegperceel…
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:202
zaak, ook als die op iemand anders’ grond staan. Bestanddelen zijn volgens art. 3:4 BW al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak is en zaken die zodanig verbonden zijn
- BelastingrechtVerlaagde tarief voor ‘woonhuizen’ (art. 14(2) Wet BvR). Verkaveling in 8 bouwkavels en 1 openbare-wegperceel…
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:201
zaak, ook als die op iemand anders’ grond staan. Bestanddelen zijn volgens art. 3:4 BW al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak is en zaken die zodanig verbonden zijn
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigOverdrachtsbelasting. Vriesinstallaties moeten naar verkeersopvattingen als bestanddelen van het onroerende…
Gerechtshof Arnhem|31 januari 2007|ECLI:NL:GHARN:2007:AZ9796
stelling dat het hierbij gaat om bestanddelen (van het vrieshuis) als bedoeld in artikel 3:4 BW. 3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen 3.1. Tussen partijen is voor … geen zelfstandige betekenis. 4.3. Artikel 4 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (3:4 BW) dat bepaalt wanneer een zaak bestanddeel is van een (andere) zaak, kent twee afzonderlijke zelfstandige dragende
- BelastingrechtHoger beroepOverdrachtsbelasting. Warmtekrachtkoppeling is onroerend. Twee belanghebbenden. Belanghebbende 1 heeft te…
Gerechtshof 's-Gravenhage|7 maart 2012|ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1076
3:3 BW moet worden gekwalificeerd dan wel subsidiair op de voet van artikel 3:4 BW. Belanghebbende beantwoordt de vraag zowel primair als subsidiair ontkennend en de Inspecteur in tegenovergestelde … eveneens kwalificeert als een onroerende zaak in de zin van artikel 3:4 BW buiten behandeling. 7.8. Belanghebbende heeft een beroep gedaan op het Besluit van de staatssecretaris van 14 juli
- BelastingrechtHoger beroepIn hoger beroep is in geschil of de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting terecht is opgelegd. Het geschil…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|4 juni 2013|ECLI:NL:GHARL:2013:CA2228
wettelijke bepalingen op geen enkele andere wijze dan door middel van natrekking (artikel 3:4 BW) onroerend in de zin van artikel 3:3 BW kan worden. Dit vereist dat de stacaravan … door belanghebbende opgeworpen vraag of de stacaravan eerst door natrekking als bedoeld in artikel 3:4 BW, bestanddeel van een (andere) onroerende zaak kan worden. Voor de door belanghebbende voorgestane volgorde
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.