2 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtInkomstenbelasting. Art. 3.14, lid 1, onderdeel d, en lid 4 (3 oud), Wet IB 2001. Kosten in verband met…
Parket bij de Hoge Raad|15 mei 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW7156
berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van het tweede lid van artikel 36e Sr dat voordeel in de meeste gevallen per concreet aangeduid strafbaar feit worden berekend
- BelastingrechtArt. 8:73 Awb. Een verzoek om vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn…
Parket bij de Hoge Raad|15 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX0942
vordering van de officier van justitie strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (artikel 36e Sr) gedeeltelijk toegewezen. Het te ontnemen bedrag is door de strafkamer van de rechtbank te Haarlem … wetstoepassing volgt dat, indien in het kader van een ontnemingsprocedure op de voet van art. 36e Sr de (al dan niet onherroepelijk vaststaande) verplichting wordt opgelegd tot terugbetaling van het wederrechtelijk genoten
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.