23 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigWerkzaamheden krachtens oproepcontract. Art. 7:668a, lid 1 en onder b, BW. Aantal uren van de vierde oproep…
Rechtbank Breda|9 maart 2005|ECLI:NL:RBBRE:2005:AT3832
werknemer mede worden beheerst door de redelijkheid en billijkheid (vgl. artikel 6:248 en 6:2 BW). Ingevolge artikel 7:611 BW moeten partijen zich daarbij als een goed werkgever … werknemer mede wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid (vgl. artikel 6:248 en 6:2 BW). Bovendien bepaalt artikel 7:611 BW, dat de werkgever en de werknemer verplicht zijn zich
- BelastingrechtVennootschapsbelasting. Vaste inrichting. Artikel 7:900 BW. Aanvullende werking van redelijkheid en…
Parket bij de Hoge Raad|5 oktober 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BT7448
voortvloeien, en het vaststellen van de rechtsbetrekking tussen de partijen na toepassing van art. 6:2 BW en art. 6:248 BW (...) vloeien meermalen ineen (...). Dit feit zou ervoor kunnen pleiten … aanvankelijk door de overeenkomst in het leven is geroepen, door toepassing van art. 6:2 BW, art. 6:248 BW en art. 6:258 BW in een later stadium wordt gewijzigd
- BelastingrechtInkomstenbelasting. Winstvaststellingsovereenkomst film-CV. Hof treedt buiten de rechtsstrijd.
Parket bij de Hoge Raad|16 maart 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BU6477
Inkomstenbelasting. Winstvaststellingsovereenkomst film-CV. Hof treedt buiten de rechtsstrijd.
- OmgevingsrechtHoger beroepConclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders over de vraag welke gevolgen een geslaagd beroep op het…
Raad van State|21 augustus 2024|ECLI:NL:RVS:2024:3420Aangehaald in 13 uitspraken
Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders over de vraag welke gevolgen een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan hebben. Het gaat dan specifiek om gevallen waarin het bestuursorgaan ondanks het gewekte vertrouwen aan andere, zwaarder wegende belangen voorrang geeft en er voor het bestuursorgaan een…
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|31 mei 1995|ECLI:NL:HR:1995:AA1638
rechtsverhouding tussen X en Y regeert (art. 3:166, derde lid, juncto art. 6:2 BW) er m.i. tegen kunnen verzetten, dat een van de deelgenoten verdeling zou kunnen vorderen van slechts
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigBelanghebbende heeft in 2013 een ontslagvergoeding ontvangen die met goedkeuring van de belastingdienst met…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|20 mei 2016|ECLI:NL:RBZWB:2016:3032
beoordelen. Voorts kent de fiscale wetgeving geen bepaling zoals de civielrechtelijke wetgeving (artikel 6:2 BW) op grond waarvan een wettelijke regel buiten toepassing blijft voor zover toepassing in de gegeven omstandigheden
- Bestuursrecht overigHoger beroepOverheidsaanbesteding. Gunning op basis van het principe lineair programmeren. Dat betekent dat niet…
Gerechtshof Den Haag|13 januari 2026|ECLI:NL:GHDHA:2026:95
rechtsverhouding tussen de aanbestedende dienst en de inschrijver op grond van artikel 6:2 BW beheerst, meebrengt dat bij een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsstukken de aanbestedende dienst zich er niet tegen
- Bestuursrecht overigKort gedingGerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Kort geding · Bestuursrecht overig
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba|21 maart 2018|ECLI:NL:OGEAA:2018:132
omstandigheid dat Land Aruba zich ook op grond van de algemene norm (artikel 6:2 BW) als goed werkgever heeft te gedragen en in dat verband komt aan de vijfde afdeling
- AmbtenarenrechtEerste aanleg - enkelvoudigEiser, destijds dienstplichtig militair bij de Koninklijke landmacht, heeft op tijdens de vervulling van zijn…
Rechtbank 's-Gravenhage|23 augustus 2002|ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3461
billijkheid op de absolute verjaringstermijn van twintig jaren geen beroep mag worden gedaan. Artikel 6:2 BW bepaalt het volgende: 1. Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigAwb 5:35. Dwangbevel. Verbeurte van dwangsommen per week of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt…
Rechtbank Zwolle|16 juli 2003|ECLI:NL:RBZWO:2003:AL6179
Gemeente om verbeurde bedragen in te vorderen is verjaard. Het (kennelijk op artikel 6:2 BW gebaseerde) verweer van de Gemeente tegen het beroep op verjaring van [eiseres] als vermeld
- BelastingrechtHoger beroepGeen omkering van de bewijslast. De aangifte VPB ’05 is tijdig ingediend. Niet gesteld of gebleken dat…
Gerechtshof Amsterdam|23 februari 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0277
Geen omkering van de bewijslast. De aangifte VPB ’05 is tijdig ingediend. Niet gesteld of gebleken dat belanghebbende niet aan de verplichtingen van de AWR heeft voldaan. Dat de dochtermaatschappij van belanghebbende haar aangifte VPB ’05 abusievelijk op het fiscale nummer van belanghebbende heeft gedaan en daardoor…
- AmbtenarenrechtEerste aanleg - meervoudigBeroep n.a.v. aansprakelijkstelling korpschef voor de restschade van een voormalige politieagent die PTSS…
Rechtbank Overijssel|20 mei 2025|ECLI:NL:RBOVE:2025:3209
Hoge Raad van 28 april 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA5635) volgt dat artikel 6:2 BW meebrengt dat onder omstandigheden een uitzondering moet worden gemaakt op de absolute verjaringstermijn. Een dergelijk
- BelastingrechtFeiten en geschil: De belanghebbende is met twee compagnons voor gelijke delen mede-eigenaar van 20…
Parket bij de Hoge Raad|28 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1426
Feiten en geschil: De belanghebbende is met twee compagnons voor gelijke delen mede-eigenaar van 20 gereguleerde huurwoningen in de zin van de Wet verhuurderheffing (Wvh). De WOZ-beschikkingen voor alle 20 woningen zijn aan hem bekend gemaakt, waardoor hij ingevolge de artt. 3 en 4 Wvh als enige belastingplichtig is…
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|31 mei 1995|ECLI:NL:PHR:1995:AA1638
rechtsverhouding tussen X en Y regeert (art. 3:166, derde lid, juncto art. 6:2 BW) er m.i. tegen kunnen verzetten, dat een van de deelgenoten verdeling zou kunnen vorderen van slechts
- BelastingrechtFeiten en geschil: De belanghebbende is met twee broers voor gelijke delen mede-eigenaar van 13 gereguleerde…
Parket bij de Hoge Raad|28 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1374
Feiten en geschil: De belanghebbende is met twee broers voor gelijke delen mede-eigenaar van 13 gereguleerde huurwoningen in de zin van de Wet verhuurderheffing (Wvh). De WOZ-beschikkingen voor alle 13 woningen zijn aan hem bekend gemaakt, waardoor hij ingevolge de artt. 3 en 4 Wvh als enige belastingplichtig is en…
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/05027. Belanghebbende heeft naar aanleiding van…
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1450
beoordelen. Voorts kent de fiscale wetgeving geen bepaling zoals de civielrechtelijke wetgeving (artikel 6:2 BW) op grond waarvan een wettelijke regel buiten toepassing blijft voor zover toepassing in de gegeven omstandigheden
- BelastingrechtParkeerbelastingen; verplichte betaling d.m.v. chipkaart toelaatbaar? Artikel 1a Besluit gemeentelijke…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR8903
Parkeerbelastingen; verplichte betaling d.m.v. chipkaart toelaatbaar? Artikel 1a Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen; Verordeningen 1103/97 en 974/98 EG.
- BelastingrechtCONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR9005
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake van het parkeren verschuldigde…
- BelastingrechtCONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR9393
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake van het parkeren verschuldigde…
- BelastingrechtCONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR9202
CONCLUSIE PG Parkeerbelasting 1.1. De zaken nrs. 40.298, 40.375, 40.581, 40.582, 40.583 en 40.584, waarin ik heden concludeer, betreffen alle zes gevallen waarin een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. In alle zaken is de naheffingsaanslag opgelegd, omdat de ter zake van het parkeren verschuldigde…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.