47 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigIs de beschikking voorlopig of definitief? Herziening of intrekking van een onherroepelijk vaststaand…
Rechtbank 's-Gravenhage|15 oktober 2008|ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7090
juli 2005 tot 1 januari 2007), art. 4 Zesde BTW-richtlijn, art. 7 Wet OB 1968, art. 26 AWR. Formeel Verweerder kan aan een beschikking geen voorlopig karakter geven indien de wet … Zesde BTW-richtlijn. Alsdan is eiser geen ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968 en voldoet hij niet aan de in art. 4 van de Wet MRB voor
- BelastingrechtCassatieBijdrage uit BTW-compensatiefonds; art. 3, aanhef en letter a, Wet op het BTW-compensatiefonds; art. 7 Wet OB…
Hoge Raad|19 juni 2020|ECLI:NL:HR:2020:1070Aangehaald in 16 uitspraken
compensatiefonds; art. 3, aanhef en letter a, Wet op het BTW-compensatiefonds; art. 7 Wet OB 1968; handelen in hoedanigheid van overheid; uitgifte grafrechten tegen vergoeding. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer
- BelastingrechtCassatieinkomstenbelasting; omzetbelasting; art. 3.4 Wet IB 2001; art. 7 Wet OB 1968; artt. 67d en 67e AWR…
Hoge Raad|14 februari 2020|ECLI:NL:HR:2020:270Aangehaald in 10 uitspraken
inkomstenbelasting; omzetbelasting; art. 3.4 Wet IB 2001; art. 7 Wet OB 1968; artt. 67d en 67e AWR; werkzaamheden voor een multi-level marketingorganisatie; bron van inkomen; ondernemerschap; bewijs van voorwaardelijk opzet. HOGE
- BelastingrechtCassatieOmzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Ondernemerschap van directeur-grootaandeelhouder bij…
Hoge Raad|23 december 2016|ECLI:NL:HR:2016:2898Aangehaald in 5 uitspraken
Omzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Ondernemerschap van directeur-grootaandeelhouder bij terbeschikkingstelling van werkruimte in eigen woning aan zijn BV? 23 december 2016 nr. 15/01370 Arrest gewezen op het beroep in cassatie
- BelastingrechtCassatieOmzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Ondernemerschap van directeur-grootaandeelhouder bij…
Hoge Raad|23 december 2016|ECLI:NL:HR:2016:2900
Omzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Ondernemerschap van directeur-grootaandeelhouder bij terbeschikkingstelling van werkruimte in eigen woning aan zijn BV? 23 december 2016 nr. 15/01293 Arrest gewezen op het beroep in cassatie
- BelastingrechtHoger beroepGeen recht op teruggaaf van omzetbelasting. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat zij in de periode 2012…
Gerechtshof Den Haag|23 september 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1925
periode 2012 tot en met 2017 als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968 kwalificeert. Daarnaast houden de kosten geen verband met eerdere ondernemingsactiviteiten. Geen schending van algemene beginselen
- BelastingrechtHoger beroepOmzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Belanghebbende (een gemeente) laat binnen de kaders van haar sport- en…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 oktober 2018|ECLI:NL:GHSHE:2018:4113
Omzetbelasting. Art. 7 Wet OB 1968. Belanghebbende (een gemeente) laat binnen de kaders van haar sport- en welzijnsbeleid een tennispark bouwen dat zij ter beschikking stelt aan een binnen haar gemeente gevestigde
- BelastingrechtHoger beroepOmzetbelasting. Belanghebbende exploiteert als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968 de onroerende…
Gerechtshof Den Haag|11 januari 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:4099
Omzetbelasting. Belanghebbende exploiteert als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968 de onroerende zaak door kamers ter beschikking te stellen voor (raam)prostitutie. De rechtbank heeft met juistheid beslist
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende is ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968 en zijn activiteiten bestaan voornamelijk…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 maart 2011|ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ4190
Belanghebbende is ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968 en zijn activiteiten bestaan voornamelijk uit het verrichten van diensten voor in Luxemburg gevestigde vennootschappen. Na een boekenonderzoek legt
- BelastingrechtHoger beroepArt. 7 Wet OB 1968; geen sprake van een onderneming; geen nieuw feit nodig; verzuimboete; FSV en project 1043
Gerechtshof Den Haag|19 januari 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:695
7 Wet OB 1968; geen sprake van een onderneming; geen nieuw feit nodig; verzuimboete; FSV en project 1043 GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-22/00004 Uitspraak
- BelastingrechtHoger beroepArt 7 Wet OB 1968; aftrek voorbelasting; nieuw feit; vertrouwensbeginsel; FSV en project 1043; griffierecht
Gerechtshof Den Haag|19 januari 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:696
7 Wet OB 1968; aftrek voorbelasting; nieuw feit; vertrouwensbeginsel; FSV en project 1043; griffierecht GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-22/00003 Uitspraak van 19 januari
- BelastingrechtFiscale eenheid; grensoverschrijdend; artikel 11 Btw-richtlijn; uitputtende harmonisatie?; artikel 7 Wet OB…
Parket bij de Hoge Raad|28 juli 2023|ECLI:NL:PHR:2023:700
Fiscale eenheid; grensoverschrijdend; artikel 11 Btw-richtlijn; uitputtende harmonisatie?; artikel 7 Wet OB 1968; artikel 49 VWEU; vrijheid van vestiging; artikel 267 VWEU; primair en secundair EU recht. Belanghebbende is een fiscale
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|28 april 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA2743
niet diensten verricht jegens ondernemers, niet als een ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968 kan worden beschouwd. 3.9. In cassatie moet er van worden uitgegaan
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende heeft facturen ontvangen en heeft ter zake daarvan de voorbelasting in aftrek gebracht. De…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 februari 2022|ECLI:NL:GHSHE:2022:489
standpunt inzake de twee respectievelijk één jaarstermijn van artikel 29, lid 2 respectievelijk lid 7, Wet OB 1968 (hierna: de 2/1-jaarstermijn) wordt gehonoreerd. Ten aanzien van de boeten concludeert belanghebbende dat deze … januari 2017 is de tekst van artikel 29 gewijzigd. Artikel 29, lid 7, Wet OB 1968 luidt met ingang van 1 januari 2017 als volgt: ‘7. De ondernemer die ingevolge artikel
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2326
ondernemers in het kader van hun onderneming worden verricht;". 2.2. Ondernemer is ingevolge art. 7 Wet OB 1968 ieder die een bedrijf, waaronder mede verstaan wordt een beroep, zelfstandig uitoefent … Rijk) gevestigde ondernemers moeten aantonen, dat zij ondernemer zijn in de zin van (art. 7 Wet OB 1968).' Vervolgens heeft de toenmalige bewindsman in de Uitv. besch. OB 1968
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9787
activiteiten is belanghebbende niet aan te merken als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968. 2.3. Ter uitvoering van zijn taak als waterschap heeft belanghebbende een rioolwaterzuiveringsinstallatie (hierna: RWZI … niet uitdrukkelijk in de Wet OB 1968 overgenomen. Maar bij de uitleg van artikel 7 Wet OB 1968 moet het uiteraard in acht worden genomen. HR 2 november
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2326
ondernemers in het kader van hun onderneming worden verricht;". 2.2. Ondernemer is ingevolge art. 7 Wet OB 1968 ieder die een bedrijf, waaronder mede verstaan wordt een beroep, zelfstandig uitoefent … Rijk) gevestigde ondernemers moeten aantonen, dat zij ondernemer zijn in de zin van (art. 7 Wet OB 1968).' Vervolgens heeft de toenmalige bewindsman in de Uitv. besch. OB 1968
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|26 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD3572
omzetbelasting als ondernemer, en daarmee als belastingplichtige, heeft te gelden, is geregeld in artikel 7 Wet OB 1968. Lid 1 daarvan merkt als ondernemer aan ieder die zelfstandig een bedrijf uitoefent … exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengst uit te krijgen. Artikel 7 Wet OB 1968 strekt ter uitvoering van artikel 4 van de zesde EG-richtlijn op het gebied
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|5 november 1997|ECLI:NL:HR:1997:AA3313
omzetbelasting als zij is aan te merken als ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968. Daarbij wordt onder meer de eis gesteld dat er sprake moet zijn van deelname
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|9 oktober 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA2057
aanzien van beide vestigingen als de ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968 moest worden aangemerkt. Die opvatting lijkt mij gelet op de aanvankelijke vermelding in het handelsregister
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.