149 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigSchadestaatprocedure. Art. 6:97, 106 BW. Kwalificatie van gederfd woongenot als vermogensschade of als…
Parket bij de Hoge Raad|25 maart 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP1410
Schadestaatprocedure. Art. 6:97, 106 BW. Kwalificatie van gederfd woongenot als vermogensschade of als immaterieel nadeel? Uitleg stellingen. (81 RO)
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4552
zijn vordering ten grondslag gelegde rechtsgronden. Het klaagt evenmin dat het hof heeft verzuimd art. 48 Rv toe te passen. Daarmee is het kansloos. 3. Conclusie Deze strekt tot niet-ontvankelijkverklaring
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|22 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8197
haar verzoek is gebaseerd onvoldoende heeft geadstrueerd, het Hof heeft miskend dat het ingevolge art. 48 Rv gehouden was de rechtsgronden ambtshalve aan te vullen, welke verplichting voor de feitenrechter ook geldt
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4553
Rolnummer C 2001/310HR Mr Bakels Zitting 7 juni 2002 Conclusie inzake De openbare rechtspersoon GEMEENTE GRONINGEN tegen [Verweerder] (niet verschenen) 1. Feiten en procesverloop 1.1 Deze zaak betreft ten eerste de vraag of het hof terecht een voorziening in kort geding (alsnog) heeft geweigerd wegens gebrek aan…
- Civiel recht overigMaas II. Faillissement. Reikwijdte van verschoningsrecht van notaris als getuige in verhoor als bedoeld in…
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 1985|ECLI:NL:PHR:1985:AC9066
orde kan komen, en wel in de vorm van schending door het Hof van art. 48 Rv. doordat het - zij het impliciet - van dezelfde, volgens verzoekers rechtens onjuiste, opvatting moet zijn uitgegaan
- Civiel recht overigAansprakelijkheid van den mijnexploitant voor schade, toegebracht aan bovengrondsche eigendommen. Bewijslast…
Parket bij de Hoge Raad|31 december 1920|ECLI:NL:PHR:1920:2
verband met de artikelen 1401 en 1402 van dat Wetboek en artikel 48 Rv., door ten onrechte, de vraag der verantwoordelijkheid en die van het bewijs van schuld of nalatigheid verwarrend
- Civiel recht overigWanprestatie aan de zijde van huurder op grond waarvan verhuurder ontbinding der overeenkomst mag vorderen?
Parket bij de Hoge Raad|16 september 1971|ECLI:NL:PHR:1971:AC5157
aldaar bedoelde grond ontbinding der overeenkomst te vorderen, ambtshalve, in strijd met art. 48 Rv., een feitelijke weer heeft bijgebracht. Het is waar [verweerder], de oorspronkelijke gedaagde, zich er tot zijn verweer
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Ambtshalve toepassing art. 3:40 BW wegens misleiding fiscus. Natuurlijke verbintenis?…
Parket bij de Hoge Raad|13 mei 2022|ECLI:NL:PHR:2022:456Aangehaald in 6 uitspraken
Verbintenissenrecht. Ambtshalve toepassing art. 3:40 BW wegens misleiding fiscus. Natuurlijke verbintenis? Verrassingsbeslissing? Begrip strekking in art. 3:40 BW.
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7360
plicht, zo voeg ik toe) om, zo nodig met aanvulling van rechtsgronden ingevolge art. 48 Rv, te onderzoeken welke consequenties het andere oordeel over het succes van de bewijslevering had voor
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4291
rechter de grenzen van de rechtsstrijd oprekt (en loopt in zoverre over in art. 48 Rv, dat een overschrijding van die grenzen sanctioneert). Maar het strekt vooral ter bescherming van het fundamentele
- Civiel recht overigArbeidsovereenkomst; Kennelijk onredelijk ontslag; Arbeidsongeschiktheid; Schadevergoeding.
Parket bij de Hoge Raad|16 april 1999|ECLI:NL:PHR:1999:19
eerste en laatste alinea. Zie onder meer Losbl. Rv (Asser), aant. 7 bij art. 48 Rv. HR 12 december 1997, NJ 1998, 224 is ietwat te ruim geformuleerd
- Civiel recht overigArt. 1645 B. W. Vervolg van H. R. 14 Nov. 1929 N. J. 1929, 1776. Wat rechtens is t. a. v. de…
Parket bij de Hoge Raad|13 november 1930|ECLI:NL:PHR:1930:7
artt. 1279, 1280, 1281, 1282, 1283, 1374, 1375, 1376, 1401 en 1402 en art. 48 Rv. doordat het Hof heeft beslist, dat art. 1645 B. W. de aansprakelijkheid van architect en aannemers
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 mei 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1955
evenals de rechtbank in de visie van [appellante], de rechtsgronden ex artikel 48 Rv zal aanvullen, daarbij wordt over het hoofd gezien dat het hof de feiten niet mag aanvullen
- Civiel recht overigArbeidsovereenkomst. Thuiswerker, gezagsverhouding, vrijheid werk en uren in te delen, gewone bedrijfsarbeid…
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 1978|ECLI:NL:PHR:1978:AC6391
aangevallen vonnis in de onderhavige hypothese overbodig zijn. En wat toepassing van art. 48 Rv door Uw Raad betreft, zoals nader zal blijken doen zich in casu geen van de gevallen, genoemd
- Civiel recht overigVerwerping ogv artikel 101a Wet RO.
Parket bij de Hoge Raad|27 januari 1989|ECLI:NL:PHR:1989:AD0603
gesteld en — met name ook uit de overgelegde foto's — gebleken. Een door art. 48 Rv (zie tegenwoordig ook art. 176 Rv) verboden aanvulling van feiten kan het hof dan ook niet
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9340
middel de bestreden beslissing op dit punt ontoelaatbaar onduidelijk geformuleerd. 2.3. De primaire, aan art. 48 Rv ontleende klacht gaat m.i. niet op. Het hof is in het voetspoor van partijen uitdrukkelijk
- Civiel recht overigGeheel of gedeeltelijk vergaan in den zin van art. 1645 B. W. Ernstige verzakking en scheuren, te wijten aan…
Parket bij de Hoge Raad|14 november 1929|ECLI:NL:PHR:1929:2
toepassing van artt. 1645, 1280, 1281, 1282, 1283, 1374, 1375, 1376, 1401 B. W. en 48 Rv., doordien het Hof, feitelijk aannemende, dat het litigieuze gebouw „ernstige verzakking en scheuren vertoont", welke
- Civiel recht overigGiften van hand tot hand, of betaling van bedragen als volgens overeenkomst verschuldigd betaald? Condictio…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 1936|ECLI:NL:PHR:1936:3
arrest voert eischer als middel van cassatie aan: „S., althans v. t. der artt. 48 Rv
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7363
arrest op dit punt onbegrijpelijk zijn en bovendien berusten op een met art. 176 en 48 Rv strijdige aanvulling van feitelijke gronden van het verweer van de notaris. 16. Voor zover
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 1999|ECLI:NL:PHR:1999:15
haar oordeel heeft gebaseerd op feiten die niet in de procedure waren aangevoerd, zodat art. 48 Rv is geschonden en bovendien sprake is van een verrassingsbeslissing. 9) Onderdeel 4 richt zich
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.