11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepErfrecht; afwijzing verzoek tot betaling van een som ineens; zaak ex artikel 4:36 en 4:37 BW
Gerechtshof 's-Gravenhage|16 maart 2011|ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8941
afwijzing verzoek tot betaling van een som ineens; zaak ex artikel 4:36 en 4:37 BW GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Familiesector Uitspraak : 16 maart 2011 Rekestnummer : 200.054.470.01 Rekestnr. rechtbank : VZ VERZ
- Civiel recht overigHoger beroepVerdeling nalatenschap; vordering tot uitkering van een som ineens vanwege verzorging van de beide ouders is…
Gerechtshof Arnhem|1 juli 2008|ECLI:NL:GHARN:2008:BE8746
haar (pas voor het eerst in appel gedane) beroep op verjaring, gebaseerd op artikel 4:37 BW. 3.5 Op grond van lid 1 van artikel 4:37 BW vervalt de mogelijkheid
- Civiel recht overigHoger beroepMaatstaf voor dit loon in het geval van werkzaamheden door een meerderjarig kind in het huishouden van erflaatster.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|22 juli 2008|ECLI:NL:GHSHE:2008:BD8647
ziet eveneens geen aanleiding om er een punt van te maken dat, zoals artikel 4:37 BW voorschrijft, het gaat om een ‘vordering op de gezamenlijke erfgenamen’. 3.5. Grief 1 luidt
- Civiel recht overigHoger beroepZie einduitspraak [vindplaats: ECLI:NL:GHSHE:2022:1308]
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|20 mei 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:1507
termijn waarbinnen een dergelijke aanspraak dient te worden gemaakt is bepaald in artikel 4:37 BW en bedraagt uiterlijk negen maanden na het overlijden van erflater. De rechtbank oordeelde dat, aangezien niet
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEindvonnis erfrechtconflict. Som ineens art. 4:36 BW. Vaststelling omvang nalatenschap en nog niet opeisbaar…
Rechtbank Den Haag|20 november 2013|ECLI:NL:RBDHA:2013:15781
onderstreepte tussenkopjes. De vordering van [C] van in hoofdsom € 98.000,- (artt. 4:36 en 4:37 BW). 2.2 Zoals al overwogen in het tussenvonnis, kan de rechtsgrond voor deze vordering slechts worden
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigVordering tot het terug betalen van toegekende pgb-budgetten toegewezen. Tegen de beslissing tot…
Rechtbank Limburg|23 mei 2018|ECLI:NL:RBLIM:2018:4816
niet aangetoond of aannemelijk gemaakt. 4.4. Meer subsidiair beroept [gedaagde partij] zich op artikel 4:37 BW en geeft zij VGZ in overweging haar vordering in te trekken dan wel te herzien
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigTussenvonnis in erfrechtconflict. Som ineens art. 4:36 BW. Vaststelling omvang nalatenschap en nog niet…
Rechtbank Den Haag|27 maart 2013|ECLI:NL:RBDHA:2013:15877
laatst mogelijke dag uitgebracht”, daarbij blijkbaar doelend op de fatale termijnen van art. 4:37 BW. 4.4 De rechtbank verwerpt ook dit tweede formele verweer. Indien en voor zover al geoordeeld
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigGelasten wijze van verdeling nalatenschap. De kosten van executele en het loon van de executeur vormen een…
Rechtbank Rotterdam|19 februari 2025|ECLI:NL:RBROT:2025:3000
vordering in deze verdelingsprocedure te behandelen. Op grond van lid 1 van artikel 4:37 BW vervalt de mogelijkheid om aanspraak te maken op een som ineens wanneer de rechthebbende niet binnen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigArtikel 5:42 BW en artikel 5:37 BW. Verplichting tot terugsnoeien haag nabij erfgrens. Ladderrecht artikel 5:56 BW.
Rechtbank Limburg|17 maart 2021|ECLI:NL:RBLIM:2021:2457
eiser in conventie, verweerder in reconventie] bevindt, kan deze niettemin krachtens artikel 4:37 BW onrechtmatige hinder veroorzaken. 4.3. Anders dan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] stelt is een scheidsmuur niet
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigerfrechtzaak. Geschil tussen kinderen afwikkeling nalatenschappen beide ouders. Onttrekkingen, verdeling…
Rechtbank Noord-Holland|13 januari 2021|ECLI:NL:RBNHO:2021:2168
erfrechtzaak. Geschil tussen kinderen afwikkeling nalatenschappen beide ouders. Onttrekkingen, verdeling, salaire differé (4:36 BW).
- Personen- en familierechtCassatie in het belang der wet. Wie is bevoegd om te oordelen over art. 4:29 en 4:30 BW-aanspraken, de…
Parket bij de Hoge Raad|25 oktober 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1129
Cassatie in het belang der wet. Wie is bevoegd om te oordelen over art. 4:29 en 4:30 BW-aanspraken, de kantonrechter of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank? Wordt een procedure over art. 4:29 en 4:30-aanspraken ingeleid met een verzoekschrift dan wel een dagvaarding?
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.