362 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBewezenverklaring van zware mishandeling (bijten in pink), begaan tegen zijn echtgenoot. Beroep op noodweer…
Rechtbank Noord-Holland|20 december 2022|ECLI:NL:RBNHO:2022:11546
geweld was noodzakelijk en passend. 5.3 Oordeel van de rechtbank Op grond van artikel 41 Sr kan een beroep op noodweer slagen als sprake is geweest van een verdediging van eigen
- Strafrecht overigHoger beroepDe verdachte heeft zich op klaarlichte dag op straat en in het openbaar schuldig gemaakt aan een poging tot…
Gerechtshof 's-Gravenhage|3 mei 2012|ECLI:NL:GHSGR:2012:BW4778
zich moest verdedigen tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijk aanranding van zijn lijf als bedoeld in art. 41 Sr dan wel een onmiddellijk dreigend gevaar voor een dergelijke wederrechtelijke aanranding. Nu geen sprake
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft bij een uitgaansgelegenheid in…
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2018|ECLI:NL:PHR:2018:367
verdachte dat deze kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van art. 41 Sr. Er is geen ‘wederrechtelijke’ aanranding wanneer bijvoorbeeld de politie rechtmatig dwangmiddelen toepast of wanneer
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank ontslaat een 32-jarige man uit Oldebroek van alle rechtsvervolging wegens een geslaagd beroep op…
Rechtbank Gelderland|26 april 2023|ECLI:NL:RBGEL:2023:2450
situatie een onmiddellijk dreigend gevaar van ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding in de zin van artikel 41 Sr oplevert, waartegen verdachte zich mocht verdedigen. [Slachtoffer] was agressief en bonkte hard tegen de deur
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 november 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2793
A.J.M. Machielse, in: Noyon-Langemeijer/Remmelink, aant. 8 bij art. 41 Sr. Zie reeds HR 29 december 1913, NJ 1914, p. 390: aan de omstandigheid dat niet is gebleken dat de verdachte
- StrafprocesrechtHoger beroepDe rechtbank heeft verdachte in eerste aanleg voor poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|30 juli 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:4660
bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad voorop dat voor noodweer in de zin van artikel 41 Sr sprake dient te zijn van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van het lijf, eerbaarheid of goed
- Strafrecht overigHoger beroepVerdachte wordt ter zake van moord en openlijke geweldpleging veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de…
Gerechtshof Leeuwarden|3 maart 2011|ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6624
betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde een beroep gedaan op noodweer. Volgens art. 41 Sr. is niet strafbaar, hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBeroep op noodweer slaagt niet. Geen noodweersituatie. Beroep op psychische overmacht verworpen. Bewuste…
Rechtbank Rotterdam|11 oktober 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:8543
verdachte dat deze kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van artikel 41 Sr. In het voor noodweer geldende vereiste dat de gedraging is "geboden door de noodzakelijke verdediging
- Strafrecht overigConclusie AG. Mishandeling tijdens een vechtpartij in een park (art. 300 Sr). Kan “pijn” uit de…
Parket bij de Hoge Raad|3 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1005
verdachte dat deze kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van art. 41 Sr. […].” 19. Naar het mij voorkomt kan de op het noodweerverweer betrekking hebbende overweging
- Strafrecht overigHoger beroepGerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof Amsterdam|10 februari 2022|ECLI:NL:GHAMS:2022:318
stelt voorop dat voor een geslaagd beroep op noodweer als bedoeld in artikel 41 Sr, eerste lid, onder meer is vereist dat de verdediging is gericht tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding
- Strafrecht overigConclusie AG over 1) het al dan niet verlaten van de grondslag van de tenlastelegging en 2) ’s Hofs…
Parket bij de Hoge Raad|12 juni 2018|ECLI:NL:PHR:2018:594
M.J.M. Verpalen (red.), Tekst & Commentaar Strafrecht, Deventer: Kluwer 2014, aant. 10 bij art. 41 Sr en A.J.M. Machielse, Noodweer in het strafrecht. Een rechtsvergelijkende en dogmatische studie, Amsterdam: Stichting Onderzoek Recht
- Strafrecht overigDe omstandigheid dat de verdachte de tenlastegelegde gedraging ontkent, behoeft niet zonder meer aan het…
Parket bij de Hoge Raad|10 februari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN9913
Hazewinkel-Suringa-Remmelink, vijftiende druk, 1996, blz. 314; NLR, aant. 6 op art. 41 Sr, suppl.92; De Hullu, Materieel strafrecht, tweede druk, 2003, blz. 319- 320. Kritisch over deze eis Machielse, Noodweer
- Strafrecht overigNoodweer. Het oordeel van het Hof dat het beroep op noodweer moet worden verworpen is niet begrijpelijk…
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1544
situatie onder de gegeven omstandigheden als een dreigende onmiddellijke wederrechtelijke aanranding als bedoeld in artikel 41 Sr kan worden aangemerkt. Hiermee is echter geenszins gezegd dat het gerechtvaardigd was om [betrokkene
- Strafrecht overigHR: art. 81.1 RO en overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. HR ambtshalve: de bestreden…
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1550
geworden dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding zoals bedoeld in art. 41 Sr. Het hof daartoe overwogen dat het de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij niet anders
- Strafrecht overigJeugdzaak; noodweer(exces). Het Hof heeft de gestelde aanranding dat de verdachte door de aangever bij de…
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV9194
daarmee (in beginsel) een wederrechtelijke aanranding als bedoeld in het eerste lid van artikel 41 Sr. Het Hof heeft dus kennelijk geoordeeld dat zich een noodweersituatie voordeed. 3.8. Ondanks die noodweersituatie
- Strafrecht overigNoodweerexces. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN ZC9359. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat…
Parket bij de Hoge Raad|4 maart 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC3762
pakken van twee vissen uit een krat aanmerkt als een aanranding als bedoeld in art. 41 Sr. Het hof verleent immers een belangrijke betekenis aan het feit dat de vissen zijn teruggelegd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF1931
haar lijf, zoals bedoeld in art. 41, eerste lid, Sr." NLR, aant. 5 op art. 41 Sr, meent dat in het begrip "aanranding" ligt opgesloten dat de aantasting tegen iemands wil geschiedt
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging. Naar het oordeel van de rechtbank kon en mocht de…
Rechtbank Midden-Nederland|1 juni 2016|ECLI:NL:RBMNE:2016:2955
achterna lopen en een hand op de schouder leggen geen aanranding als bedoeld in artikel 41 Sr oplevert. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake geweest van een noodweersituatie
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigEen 45-jarige man uit Grafhorst krijgt door de rechtbank Overijssel geen straf opgelegd voor de zware…
Rechtbank Overijssel|24 december 2014|ECLI:NL:RBOVE:2014:6892
nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 41 Sr. 10 De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven
- Strafrecht overigConclusie AG. Burgeraanhouding en (putatief) noodweer(exces). Klacht dat verwerping beroep op (putatief)…
Parket bij de Hoge Raad|14 maart 2023|ECLI:NL:PHR:2023:80
geoordeeld dat geen sprake was van een “wederrechtelijke” aanranding als bedoeld in art. 41 Sr. Een en ander volgt uit de hieronder weergegeven overweging uit het vonnis van de rechtbank: “Het standpunt
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.