850 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigOp tegenspraakart 82 Wtk 1992; art 3 Wte 1995; verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdurende en aflopende…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|16 juli 2014|ECLI:NL:RBZWB:2014:4989
gesteld - als aandachtspunt beschreven dat “er in casu mogelijk sprake is van oplichting ex. artikel 326 Sr door de vennootschappen [naam 31] , [naam 32] en [bedrijfsnaam 1] . Dit oordeel van de [naam … naam 31] , [naam 33] , [bedrijfsnaam 2] en verdachten zich schuldig maken aan overtreding van artikel 326 Sr. In het aanvangsproces-verbaal met betrekking tot dit onderzoek wordt gewezen op de omstandigheid
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|6 mei 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF6599Aangehaald in 13 uitspraken
samenweefsel van verdichtsels en derhalve van oplichting als strafbaar gesteld in art. 326 Sr. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. 3.6. Het middel faalt derhalve. 4. Slotsom
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnderzoek Klimop. Vastgoedfraude. De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem heeft verdachte…
Rechtbank Haarlem|27 januari 2012|ECLI:NL:RBHAA:2012:BV2198
en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV (art 326 Sr) en/of Bouwfonds (art 326 Sr) - verduistering in dienstbetrekking bij Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real … onder dit feit ten laste gelegde. Oplichting Voor een bewezenverklaring van het in artikel 326 Sr bedoelde delict oplichting moet een oorzakelijk verband bestaan tussen de aangewende (bedrieglijke) middelen en de door
- Strafrecht overigOp tegenspraakart 6 + 82 Wtk 1992; art 3 Wte 1995; verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdurende en aflopende…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|16 juli 2014|ECLI:NL:RBZWB:2014:4988
gesteld - als aandachtspunt beschreven dat “er in casu mogelijk sprake is van oplichting ex. artikel 326 Sr door de vennootschappen [naam 31] , [naam 32] en [bedrijfsnaam 1] ”. Dit oordeel van de [naam … naam 31] , [naam 33] [bedrijfsnaam 2] en verdachten zich schuldig maken aan overtreding van artikel 326 Sr. In het aanvangsproces-verbaal met betrekking tot dit onderzoek wordt gewezen op de omstandigheid
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnderzoek Zevenblad. Een onderzoek van de FIOD naar grootschalige en internationale boilerroomfraude…
Rechtbank Noord-Holland|1 mei 2020|ECLI:NL:RBNHO:2020:3317
Onderzoek Zevenblad. Een onderzoek van de FIOD naar grootschalige en internationale boilerroomfraude, gepleegd in de periode van 2004 tot in het najaar van 2013. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte Marc van D. heeft deelgenomen aan drie boilerrooms. De rechtbank heeft hem veroordeeld tot een gevangenisstraf van…
- Strafrecht overigCassatieAangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR. De opvatting dat een aangifte die is gedaan n.a.v. ‘fictieve’ handel…
Hoge Raad|1 december 2015|ECLI:NL:HR:2015:3431Aangehaald in 15 uitspraken
voegt hier nog aan toe dat het feit een zuiver voorbeeld betreft van oplichting (artikel 326 Sr), nu er immers geld is gevraagd en verkregen wat niet aan de verdachte toekwam
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnderzoek Zevenblad. Een onderzoek van de FIOD naar grootschalige en internationale boilerroomfraude…
Rechtbank Noord-Holland|1 mei 2020|ECLI:NL:RBNHO:2020:3319
Onderzoek Zevenblad. Een onderzoek van de FIOD naar grootschalige en internationale boilerroomfraude, gepleegd in de periode van 2004 tot in het najaar van 2013. De rechtbank acht bewezen dat de hoofdverdachte Lex V. als leider heeft deelgenomen aan vier boilerrooms. Van betrokkenheid bij één boilerroom is hij…
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigMega Klinker, 36 maanden gevangenisstraf voor (feitelijke leiding geven aan) belastingontduiking, medeplegen…
Rechtbank Amsterdam|26 mei 2023|ECLI:NL:RBAMS:2023:3494
sprake van wederrechtelijkheid ten aanzien van feiten 4 en 5, hetgeen artikelen 197a Sr en 326 Sr wel vereisen. Daarom moet verdachte van deze feiten worden vrijgesproken. Bovendien kan van oplichting geen … sprake zijn omdat aan de IND de bescherming van artikel 326 Sr niet toekomt. Er is geen sprake van een samenweefsel van verdichtsels, maar van een samenweefsel van discriminatoir handelen. Van oplichting
- Strafrecht overigHoger beroepDe verdachte heeft zich in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 1 november 2011 schuldig gemaakt aan…
Gerechtshof Den Haag|10 juli 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:1892
420ter Sr) en/of - oplichting van de Belastingdienst/toeslagen en/of (een of meer) ander(en) (artikel 326 Sr) en/of - het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van aangiften Inkomstenbelasting (artikel … Sr) en /of - oplichting van de Belastingdienst /toeslagen en/of (een of meer) ander(en) (artikel 326 Sr) en/of - het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van aangiften Inkomstenbelasting (artikel
- Strafrecht overigHoger beroepArtikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 225, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht Onderzoek…
Gerechtshof Den Haag|23 april 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:869Aangehaald in 7 uitspraken
Artikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 225, 326, 420bis en 420ter
- Strafrecht overigRaadkamerHet klaagschrift is gericht tegen de beslissing van het openbaar ministerie om beklaagden niet te vervolgen…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|25 juni 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:2805
omstandigheden in dit geval geen kwalificatie opleveren van het strafbare feit poging tot oplichting (art. 326 Sr). Niet is gebleken dat [beklaagde 1] opzettelijk vader [naam] geld afhandig wilde maken met behulp … oplichtingsmiddelen uit art. 326 Sr. Ook de politie stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van valsheid in geschrift en/of poging tot oplichting in de aangifte. Een civiele procedure
- Strafrecht overigHoger beroepDe verdachte heeft zich in de periode van 1 oktober 2010 tot en met 1 november 2011 schuldig gemaakt aan…
Gerechtshof Den Haag|10 juli 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:1890
Sr) en/of -oplichting van de Belastingdienst/toeslagen en/of (één of meer) ander(en) (artikel 326 Sr) en/of - het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van aangiften Inkomstenbelasting (artikel … Sr) en /of -oplichting van de Belastingdienst /toeslagen en/of (één of meer) ander(en) (artikel 326 Sr) en/of - het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van aangiften Inkomstenbelasting (artikel
- Strafrecht overigHoger beroepDe verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie die zich bezig hield…
Gerechtshof Den Haag|9 maart 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:1395
420ter Sr) en/of - oplichting van de Belastingdienst/toeslagen en/of (een of meer) ander(en) (artikel 326 Sr) en/of - het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van aangiften Inkomstenbelasting (artikel … Sr) en /of - oplichting van de Belastingdienst /toeslagen en/of (een of meer) ander(en) (artikel 326 Sr) en/of - het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van aangiften Inkomstenbelasting (artikel
- Strafrecht overigMarktplaatsoplichting; aannemen valse hoedanigheid. HR: art. 81.1 RO.
Parket bij de Hoge Raad|16 februari 2016|ECLI:NL:PHR:2016:208
leveren, levert niet op het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr. Om een valse hoedanigheid in voornoemde zin te kunnen aannemen moet er meer zijn … gedragingen van de verdachte waren aan te merken als oplichting in de zin van art. 326 Sr volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het niet onbegrijpelijk werd geacht
- Strafrecht overigRaadkamerBeklagzaak art. 12 Sv. Vooralsnog onvoldoende bewijs voor kindermishandeling en voor oplichting van ouders…
Gerechtshof Amsterdam|29 oktober 2019|ECLI:NL:GHAMS:2019:3868
verdachte [Beklaagde 1] zal worden vervolgd voor de overtreding van art. 225, 45 jo 326 Sr alsmede van art. 1 Wet op de economische delicten jo Wet Kinderopvang (bijlage 3). Dit laatste … onderzoek niet aan te vangen begrijpen en billijken. (b) ten aanzien van oplichting (art. 326 Sr) Oplichting is een vorm van bedrog waardoor iemand ertoe wordt gebracht geld of goederen
- Strafrecht overigHoger beroepOntneming; toepasselijkheid oude of nieuwe recht. Hof past oude artikel 36e Sr toe omdat de wetswijzinging…
Gerechtshof Amsterdam|2 december 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:4992
overtredingen van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 niet soortgelijk zijn aan de in artikel 326 Sr strafbaar gestelde oplichting. In dit verband wordt overwogen dat onder ‘soortgelijke feiten’ worden verstaan: feiten … feiten bescherming bieden aan hetzelfde bij wet te beschermen rechtsbelang. Bij artikel 326 Sr is dat in de eerste plaats het vermogen en in de tweede plaats het vertrouwen in (vooral
- Strafrecht overig1. Niet voor het eerst in cassatie klagen over dagvaarding/oproeping. 2. Bewijs oplichting. 3. Rechtstreekse…
Parket bij de Hoge Raad|17 oktober 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AW0066
rechter de betekening nietig kan verklaren. 8 Vgl. NLR, aant. 6 op art. 326 Sr (suppl. 98, juli 1998) en de aldaar genoemde jurisprudentie. 9 Vgl. met betrekkingt tot de hypothetische causaliteit … aant. 2 op art. 326 Sr (suppl. 98, juli 1998) en Van den Hout, Oplichting, knooppunt van valsheid en bedrog, 1993, p. 89 e.v. en de aldaar genoemde jurisprudentie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2242
girorekening [001] plaatsvond, ten onrechte heeft aangemerkt als een listige kunstgreep als bedoeld in art. 326 Sr, aangezien een zodanige valse factuur een op schrift gestelde leugen is en één enkele leugen … storting per e-mail op zich niet listig behoeft te zijn. 8. Art. 326 Sr luidt: “Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door
- Strafrecht overigSlagende bewijsklacht medeplichtigheid aan het in vereniging plegen van diefstal met geweld. Dat verdachte…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2015|ECLI:NL:PHR:2015:433
voor ogen draaien. Deze overwegingen duiden op oplichting, hoewel het hof niet direct naar artikel 326 Sr verwijst. Maar zelfs als verdachte de aanmerkelijke kans zou hebben beseft dat hij een pand … delictsgedragingen zijn dus te verschillend, zij het dat zowel artikel 312 Sr als artikel 326 Sr (mede) het vermogen van de ander in bescherming pogen te nemen. Naar mijn oordeel heeft
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|23 juli 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE5205
niet kan worden beschouwd als het afgeven van enig goed in de zin van art. 326 Sr. Dit betoog kan niet tot cassatie leiden. De firma [de firma] is immers in ieder
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.