1.725 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntnemingsvordering. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot terugbetalen van € 454,85 aan wederrechtelijk…
Rechtbank Overijssel|15 april 2022|ECLI:NL:RBOVE:2022:1024
openbaar gehouden terechtzitting op 4 april 2022. Op grond van het bepaalde in artikel 36e Sr kan op vordering van het Openbaar Ministerie bij afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld … niet mogelijk. 4. De wettelijke voorschriften De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr. 5 De beslissing De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering
- Strafrecht overigOM n.o. in cassatieberoep. Art. 577c Sv jo. art. 446 Sv. Vordering tot het verlenen van verlof tot…
Parket bij de Hoge Raad|9 november 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL1708
wordt het voorstel van wet onder meer in die zin gewijzigd, dat aan art. 36e Sr een achtste lid wordt toegevoegd, luidend: "Lijfsdwang kan met toepassing van artikel 577c van het Wetboek … implementation of the measure; and its severity (...)." 24. Ik stel voorop dat de in art. 36e Sr vervatte ontnemingsmaatregel weliswaar geen 'echte' straf is als bedoeld in art. 9 Sr, maar
- Strafrecht overigVordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang als bedoeld in art. 577c Sv in…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP9449
wordt het voorstel van wet onder meer in die zin gewijzigd, dat aan art. 36e Sr een achtste lid wordt toegevoegd, luidend: 'Lijfsdwang kan met toepassing van artikel 577c van het Wetboek … implementation of the measure; and its severity (...).' 24. Ik stel voorop dat de in art. 36e Sr vervatte ontnemingsmaatregel weliswaar geen 'echte' straf is als bedoeld in art. 9 Sr, maar
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 24.000,- en…
Rechtbank Overijssel|20 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:3224
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat, vast op € 24.000,--. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 16.200,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|3 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:2904
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat, vast op € 18.000,--. 4.3 De redelijke termijn Bij de vaststelling van de omvang
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigEen 28-jarige man moet 45.000 euro wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat betalen.
Rechtbank Overijssel|21 april 2022|ECLI:NL:RBOVE:2022:1089
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … meer gronddelict(en), waarmee het totale geldbedrag is verdiend. In het derde lid van artikel 36e Sr is bepaald dat, naast bewezenverklaarde feiten, ook andere feiten als grondslag kunnen dienen voor ontneming
- Strafrecht overigProfijtontneming en mededaders. De ontnemingsmaatregel strekt ertoe de betrokkene het wederrechtelijk…
Parket bij de Hoge Raad|7 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AQ8491
feiten van hoogstpersoonlijke aard zijn. Daar leidde ik uit af dat ook de in art. 36e Sr bedoelde maatregel beperkt moet blijven tot het vermogen van de veroordeelde zelf, voor zover aannemelijk … overeenstemming met de tekst van het tweede en derde lid van art. 36e Sr, waarin wordt verwezen naar de "persoon die voordeel heeft verkregen", al geef ik onmiddellijk toe dat hier
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 138.770,-- aan de Staat ter ontneming…
Rechtbank Overijssel|28 oktober 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:5575
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat vast op € 138.770,--. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. 1. Oproepingstermijn (3 of 10 dagen) voor Pr in ontnemingszaak…
Hoge Raad|15 juni 2021|ECLI:NL:HR:2021:938
wenselijk dat in zaken waarvan de politierechter heeft kennis genomen, vorderingen als bedoeld in art. 36e Sr bij de politierechter aanhangig kunnen worden gemaakt. Het behoeft immers niet steeds om ingewikkelde zaken … hoge bedragen te gaan. (...) De omstandigheid dat de oplegging van de maatregel van art. 36e Sr op grond van een afzonderlijke vordering is te behandelen, los van de behandeling van de hoofdzaak
- Strafrecht overigConclusie AG. Beklag, beslag ex art. 94a Sv. Gedoogde coffeeshops. Het oordeel van de Rb. dat het niet hoogst…
Parket bij de Hoge Raad|6 februari 2018|ECLI:NL:PHR:2018:96
betreft het oordeel van de rechtbank dat onder een veroordeling als bedoeld in art. 36e Sr mede een schuldigverklaring zonder straf of maatregel kan worden begrepen, zodat ook in dat geval voordeelsontneming … kleinhandel verkregen voordeel moet worden geacht niet wederrechtelijk verkregen te zijn als bedoeld in art. 36e Sr. Dat oordeel geeft op zichzelf geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. 3.4.2. Zodanig uitgangspunt brengt
- Strafrecht overigProfijtontneming en mededaders. De ontnemingsmaatregel strekt ertoe de betrokkene het wederrechtelijk…
Parket bij de Hoge Raad|7 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AQ8489
feiten van hoogstpersoonlijke aard zijn. Daar leidde ik uit af dat ook de in art. 36e Sr bedoelde maatregel beperkt moet blijven tot het vermogen van de veroordeelde zelf, voor zover aannemelijk … overeenstemming met de tekst van het tweede en derde lid van art. 36e Sr, waarin wordt verwezen naar de "persoon die voordeel heeft verkregen", al geef ik onmiddellijk toe dat hier
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 39.450,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|20 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:3226
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat, vast op € 39.450,--. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Middelen over 1) de vraag of de omvang van de op het wederrechtelijk…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2019|ECLI:NL:PHR:2019:738
geldt. 9. In de wetsgeschiedenis zijn voor deze stelling geen aanknopingspunten te vinden. Art. 36e Sr bevatte lange tijd geen bepaling over het in mindering brengen van kosten. In de memorie … rechter de schatting van het op geld waardeerbare voordeel als bedoeld in art. 36e Sr slechts ontlenen aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen. Een verweer strekkende tot het in mindering brengen
- Strafrecht overigHoger beroepProfijtontneming. Volledige bedrag van verschil begin- en eindvermogen ontnomen als wederrechtelijk verkregen…
Gerechtshof Amsterdam|30 augustus 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6247
zijn vordering verlaagd tot een bedrag van EUR 56.237,00. Van de vordering ex artikel 36e Sr is een kopie in dit arrest gevoegd. De inhoud daarvan wordt hier overgenomen. De veroordeelde … openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering ex artikel 36e Sr, nu – zakelijk weergegeven – de grondslag van de ontnemingsvordering een zuiver fiscale aangelegenheid betreft en artikel
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe 69-jarige man uit Almelo moet ruim 100.000 euro aan illegaal verdiend geld afstaan aan de Staat. De man…
Rechtbank Overijssel|15 maart 2021|ECLI:NL:RBOVE:2021:1104
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … benadeelde partij [bedrijf] N.V. een vordering in rechte deels toegekend ter hoogte van € 12.228,-. Artikel 36e Sr. (oud) schreef in de bewezenverklaarde periode voor dat bij de bepaling van de omvang
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 5.895,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|3 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:2905
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat vast op € 6.550,--. 4.3 De redelijke termijn Bij de vaststelling van de omvang
- Strafrecht overigProfijtontneming. Schatting w.v.v. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof het verschil berekend tussen de…
Parket bij de Hoge Raad|20 mei 2014|ECLI:NL:PHR:2014:709
verkregen voordeel betrekking heeft op de vermogenspositie van de veroordeelde. Het vijfde lid van art. 36e Sr geeft de rechter nog enkele handvatten. Uit deze bepaling volgt dat het gaat … visie gebaseerd op een te beperkte opvatting van het begrip ‘voordeel’, als bedoeld in art. 36e Sr. Daaronder is immers ook de besparing van kosten begrepen, terwijl het voordeel bovendien kan zijn
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 30.240,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|3 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:2903
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat vast op € 33.600,--. 4.3 De redelijke termijn Bij de vaststelling van de omvang
- Strafrecht overigConclusie AG over het verzuim te beslissen op een getuigenverzoek. Belang bij cassatie?
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2018|ECLI:NL:PHR:2018:64
berekeningswijze komt onder meer in aanmerking bij de toepassing van het derde lid van art. 36e Sr. De rechter is in dat geval niet gehouden te concretiseren welke “andere strafbare feiten … zijn vermogen niet of niet geheel haar oorsprong vindt in feiten als bedoeld in art. 36e Sr dan wel anderszins niet kan gelden als voordeel in de zin van die bepaling
- Strafrecht overigHoger beroepOntneming na dealen harddrugs aan de hand van methode kasopstelling.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|6 juni 2013|ECLI:NL:GHSHE:2013:CA3467
onverklaarde bron van ontvangsten, wordt aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel in de zin van art. 36e Sr, mits het gaat om een beredeneerde kasopstelling die is gebaseerd op wettige bewijsmiddelen alsmede … onverklaarde ontvangsten niet of niet geheel hun oorsprong vinden in feiten als bedoeld in art. 36e Sr dan wel anderszins niet kunnen gelden als voordeel in de zin van die bepaling. Relevante
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.