166 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit medeplegen verduistering (meermalen gepleegd). Kunnen overschrijvingen naar…
Hoge Raad|25 mei 2021|ECLI:NL:HR:2021:763Aangehaald in 8 uitspraken
bedraagt, waarvan € 242.630,15 met toepassing van de hoofdelijkheidsconstructie van artikel 36e lid 7 Sr, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming wederrechtelijk verkregen voordeel (artikel 36e Sr). Hoofdelijk. Betalingsverplichting lager dan…
Rechtbank Oost-Brabant|25 maart 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:1905
daarom vaststellen op € 130.915,88 minus € 84.045,50 = € 46.870,38. Hoofdelijkheid. Uit artikel 36e lid 7 Sr volgt dat bij de vaststelling van het ontnemingsbedrag ter zake van feiten die door twee … grond van artikel 36e lid 3 moet voor de toepassing van artikel 36e lid 7 Sr tevens aannemelijk zijn dat de veroordeelden een economische eenheid vormden die het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft
- Strafrecht overigOM-cassatie. Profijtontneming. Art. 36e.1 Sr houdt in dat op vordering van het OM bij een afzonderlijke…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BG4258
idem-beginsel. Zo wordt het voorschrift van art. 36e lid 7 Sr dat met eerder opgelegde betalingsverplichtingen "rekening" moet worden gehouden, gezien als een uitdrukking van de ne bis in idem-gedachte … toepassing is. Wel spelen beginselen van goede procesorde een rol, alsmede art. 36e lid 7 Sr. 10 Zie o.m. Keulen, Crimineel vermogen en strafrecht, Deventer
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigToewijzing vordering herroeping VI, waarbij de rechtbank, op grond van artikel 15j lid 1 Sr adviseert met…
Rechtbank Noord-Nederland|26 april 2017|ECLI:NL:RBNNE:2017:1554
termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd (artikel 15a lid 3 sub 3, 6 en 7 Sr). Bij besluit van 2 oktober 2014 is aan veroordeelde onder (onder meer) de bijzondere voorwaarde … geen enkele behandeling behoeft - op de voet van artikel 15a lid 3 sub 7 Sr in een zodanige setting zal worden behandeld, zonder dat daarmee de inbreuk op diens persoonlijke levenssfeer buiten
- Strafrecht overigBeschikkingRechtbank Den Haag · Beschikking · Strafrecht overig
Rechtbank Den Haag|19 april 2016|ECLI:NL:RBDHA:2016:4310
gevolgd. De raadsman heeft betoogd dat de toepassing van artikel 38 lid 6 en lid 7 Sr – inhoudende een bevel dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is - in dit geval botst … dadelijk uitvoerbaarheid van terbeschikkingstelling met voorwaarden zoals opgenomen in artikel 38 lid 6 en lid 7 Sr vormt een uitzondering op voorgaande hoofdregel. De wetgever heeft bij de introductie van deze regeling
- Strafrecht overigHoger beroepWeigerende observandus. Toewijzing vordering tot verlening van een machtiging voor het gebruik van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|16 oktober 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:8719
adstructie van de raadsman zie hof niet in dat wettelijke voorziening van art. 37a lid 7 Sr in strijd is met art. 8 EVRM. Overige factoren Het hof heeft voorts nog gelet … heeft ingesteld, dwingt tot het afwijzen van een vordering als bedoeld in art. 37a lid 7 Sr, omdat de noodzaak voor de gevorderde machtiging ontbreekt. 5 Slotsom Het hof zal alle omstandigheden
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOpjutten/opruien, deelname aan vechterij / aanzetten tot gebruik vuurwapen.
Rechtbank Arnhem|18 februari 2008|ECLI:NL:RBARN:2008:BC4484
wegliepen in de richting van de Waterstraat. Na vijf à tien minuten zag ik [betrokkene 7] Sr. en [verdachte] jr., [betrokkene 6], [betrokkene 8] en [betrokkene 9] aan komen lopen … tegen witte bus schoppen. Getuige [getuige 4] : “Ik zag dat om 19.55 uur [betrokkene 7] Sr, [betrokkene 8] en [verdachte] jr. de straat inkwamen. Ik zag dat deze club naar [adres] gingen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigBeslissing van de rechtbank op een vordering van de officier van justitie tot herroeping van de…
Rechtbank Utrecht|22 mei 2012|ECLI:NL:RBUTR:2012:BW6644
gesteld van enige aanvulling, wijziging of opheffing van de bijzondere voorwaarden (vgl. art. 15a lid 7 Sr). Onder par. 3.2.5.2 (procedure herroeping) bepaalt de Aanwijzing dat bij toewijzing van de vordering … bijzondere voorwaarden merkt de rechtbank aan als een wijziging als bedoeld in art. 15a lid 7 Sr, die door het openbaar ministerie terstond schriftelijk aan de veroordeelde had moeten worden medegedeeld. Daarvan
- Strafrecht overigCassatieGewoonte maken van verwerven, bezitten en verspreiden kinderporno (art. 240b Sr). TBS met voorwaarden…
Hoge Raad|3 maart 2020|ECLI:NL:HR:2020:377Aangehaald in 12 uitspraken
daarop is beslist. In het geval dat de rechter op grond van artikel 38 lid 7 Sr de dadelijke uitvoerbaarheid van de TBS met voorwaarden beveelt, wordt echter - gelet op artikel
- Strafrecht overigHoger beroep1. Naar het oordeel van het hof bezit Nederland thans ten aanzien van de beklaagde geen rechtsmacht, nu het…
Gerechtshof 's-Gravenhage|26 oktober 2009|ECLI:NL:GHSGR:2009:BK1478
ijkpunt is voor de bepaling van de rechtsmacht. Bij de invoering van artikel 4, onder 7°, Sr suggereerde de regering hiervoor het tijdstip dat de vervolging wordt ingesteld (Kamerstukken II 1971/72 … overweging 8.5); daarbij verwees de Raad ook naar de wetsgeschiedenis van artikel 4, onder 7°, Sr. De aanhouding, als ijkpunt voor de rechtsmacht, geeft beter dan het instellen van een vervolging
- Strafrecht overigConclusie AG. Voortgezette handeling van opzettelijk onttrekken van minderjarigen aan het wettig gezag. Vader…
Parket bij de Hoge Raad|18 april 2023|ECLI:NL:PHR:2023:413
raadsman aangevoerd dat Nederland evenmin rechtsmacht heeft op basis van artikel 5 Sr of artikel 7 Sr, omdat niet is voldaan aan de voor Nederlandse rechtsmacht vereiste dubbele strafbaarheid. Standpunt … o.g.v. art. 2 Sr ; 31. Is er dan wel rechtsmacht o.g.v. art. 5 en/of art. 7 Sr? Daarvoor ontbreekt de vereiste dubbele strafbaarheid. Niet is gebleken dat art. 279 Sr een Egyptische
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigKantongerecht Haarlem · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Kantongerecht Haarlem|13 februari 2001|ECLI:NL:KTGHAA:2001:AA9951
gesteld is een geldboete van de derde categorie, derhalve ƒ10.000,00. Artikel 23 lid 7 Sr geeft de mogelijkheid bij veroordeling van een rechtspersoon de naast hogere categorie te hanteren indien … betrekking tot het geneesmiddel Maxalt voert, zou toepassing van genoemd artikel 23 lid 7 Sr in beginsel mogelijk zijn. Door de boete per overtreding niettemin op de helft van het maximum
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2021|ECLI:NL:PHR:2021:325
waarvan een bedrag van € 243.755,15 met toepassing van de hoofdelijkheidsconstructie van art. 36e lid 7 Sr. 1.2. Deze zaak hangt samen met de strafzaak tegen de betrokkene (19/01329 … bedraagt, waarvan € 242.630,15 met toepassing van de hoofdelijkheidsconstructie van art. 36e lid 7 Sr, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr…
Hoge Raad|1 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:954
Sr is oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting niet mogelijk, omdat artikel 36e lid 7 Sr die mogelijkheid beperkt tot een betalingsverplichting die haar grondslag vindt in een vaststelling van het bedrag
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnttrekking aan het wettig gezag. Verdachte heeft zijn dochters, bij aanvang van de pleegperiode…
Rechtbank Noord-Holland|14 oktober 2019|ECLI:NL:RBNHO:2019:8401
raadsman aangevoerd dat Nederland evenmin rechtsmacht heeft op basis van artikel 5 Sr of artikel 7 Sr, omdat niet duidelijk is of de ten laste gelegde handelingen, mede bezien in het licht … vraag of de aanvullende bepalingen van rechtsmacht van artikel 5 Sr en artikel 7 Sr van toepassing zijn. Conclusie De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|18 september 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1471Aangehaald in 11 uitspraken
18 september 2001 Strafkamer nr. 00749/01 (CW 2323) SB Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie in het belang der wet van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen een beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam (rekestnrs. R 97/163/12 Sv en R 97/176/12 Sv) van 20 november 2000…
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigMega Azure. Verdachte heeft ruim 22 maanden als leider deel uitgemaakt van een criminele organisatie die tot…
Rechtbank Noord-Holland|11 januari 2021|ECLI:NL:RBNHO:2021:234
officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat Nederland op basis van artikel 7 Sr eveneens rechtsmacht heeft. In dit verband heeft de officier van justitie gewezen op het ‘Verdrag inzake … genoemde landen strafbaar is en dat op grond daarvan (en in samenhang met artikel 7 Sr) Nederland rechtsmacht heeft. De rechtbank overweegt over het voorgaande als volgt. Ingevolge artikel 2 Sr
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVrijspraak voor verduistering, nu de auto deels aan verdachte toebehoorde. Voor onder andere stalking en…
Rechtbank Noord-Nederland|20 juli 2020|ECLI:NL:RBNNE:2020:2517
Vrijspraak voor verduistering, nu de auto deels aan verdachte toebehoorde. Voor onder andere stalking en bedreiging van zijn ex-partner legt de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke tbs-maatregel op. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar.
- Strafrecht overigCassatie in het belang der wet. Uitleg art. 6.5 Overleveringswet (OLW). De voorwaarde van rechtsmacht is ten…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2013|ECLI:NL:PHR:2013:2659
Cassatie in het belang der wet. Uitleg art. 6.5 Overleveringswet (OLW). De voorwaarde van rechtsmacht is ten onrechte door de Rb buiten toepassing gelaten. De Rechtbank heeft de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen geweigerd en daartoe overwogen dat tussen Nederland en de uitvaardigende lidstaat niet een…
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit medeplegen hennepteelt. Hoofdelijke betalingsverplichting ex art. 36e.7 Sr. Kon…
Hoge Raad|5 juli 2022|ECLI:NL:HR:2022:993
gezamenlijke betalingsverplichting.” 2.4 Over de hoofdelijke aansprakelijkheid in de zin van artikel 36e lid 7 Sr heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 7 april 2015, ECLI
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.